Tuktuk-rijden is geen sport

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: fiscaal recht.

Foto Robert Vos/ANP
Foto Robert Vos/ANP

Ze biedt recreatieactiviteiten aan, waaronder rijden in een tuktuk. Aan de hand van puzzels en opdrachten vogelen deelnemers uit welke route ze gaan rijden, deels op het terrein van de vrouw, deels op de openbare weg.

Over het geldende belastingtarief krijgt de vrouw het aan de stok met de Belastingdienst. Ze meent dat het lagere omzetbelastingtarief van toepassing is op het tuktuk-arrangement. Ze wijst er onder meer op dat de klanten een recreatieve dienst van haar afnemen en daarvoor geldt het lagere tarief. Nee, stelt de fiscus: het tuktuk-rijden gebeurt (grotendeels) buiten het terrein van de vrouw. De fiscus vergelijkt het tuktuk-rijden met het huren van een auto, en voor het ter beschikking stellen van een vervoermiddel geldt het algemene tarief.

De rechtbank Gelderland buigt zich over de zaak. De rechter stelt vast dat het tuktuk-arrangement begint en eindigt op het terrein van de vrouw, maar grotendeels op de openbare weg plaatsvindt, die hiervoor niet is afgezet. Daarom is er geen sprake van „toegang verlenen tot een recreatieterrein” en geldt het lagere tarief niet. Het tuktuk-rijden kan evenmin worden bestempeld als activiteit op een sportaccommodatie, aangezien dat alleen geldt voor sportbeoefening en „dat is hier nu juist niet aan de orde” – ondanks het puzzel- en wedstrijdelement. Het beroep van de vrouw is ongegrond, het algemene omzetbelastingtarief blijft staan.

Uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2019:2084