Opinie

Tradities lijken zich nu tegen Cannes te keren

Coen van Zwol Het weren van Netflix-films, een selfieverbod op de rode loper en het ontbreken van een Hollywoodklapper: Cannes zet dit jaar een beeld neer van stoffig conservatisme.

Coen van Zwol

Cannes is van oudsher een opwindende mix van filmkunst, louche geritsel en Hollywoodglamour. Maar waar is Hollywood dit jaar? Vorig jaar tekende zich de desertie al af, toen maakte het vuurwerkspektakel rond Disneyfilm Solo: A Star Wars Story iets goed. Maar ook Disney slaat Cannes dit jaar over. Hoewel het 72ste filmfestival kan bogen op twee respectabele Amerikaanse premières – Elton John-biopic Rocketman en Tarantino’s Once Upon A Time in Hollywood – mist er iets van reuring.

Het is relatief rustig op de Boulevard de La Croisette, die voorheen wemelde van megaposters, jumboschermen en stunts – Sylvester Stallone en Mel Gibson die per tank hun actiefilm The Expendables 3 aanprijzen. Op de rode loper schittert Euroglamour, in elitehotels snijden luxemerken in hun presentaties, banketten en modeshows. Het aantal ontaarde filmfeesten loopt terug. Dat ligt niet alleen aan Hollywood; de jarenlange stroom ‘dom geld’ uit China is opgedroogd door economische stagnatie en morele herbewapening aldaar. Maar de glamourvlucht gaat schrijnen als het niet, zoals vorig jaar, word gecompenseerd door meesterlijke films.

Cannes heeft reden tot zorg: wordt het een olifantenkerkhof? Het festival heeft het deels verbruid met zijn stuurse reactie op vrouwenprotest en #MeToo. Het script is cynisch: direct na de val van de Amerikaanse filmtycoon Harvey Weinstein, Cannes’ beste vriend, herpositioneerde Hollywood zich soepel als voorvechter van vrouwenrechten wereldwijd. Door eigen gestoethaspel, zoals de eis dat dames hoge hakken dragen bij galapremières, liet Cannes zich de rol van gallisch haantje opdringen en zich door ‘woke’ Hollywood de les lezen.

Lees ook: Hoge hakken zijn schoenen uit de hel, waarom zou je ze dragen?

De loopgravenstrijd van Cannes tegen Netflix, waarvan de films niet langer welkom zijn in competitie, helpt evenmin. Het kostte Cannes vorig jaar sappige Netflixfilms – Roma, The Ballad of Buster Scruggs, Orson Welles’ grote onvoltooide The Other Side of The Wind – die van een sterke jaargang een fantastische jaargang had kunnen maken. Mede dankzij Netflix overvleugelde Venetië Cannes, en lijkt dat ook dit jaar te doen.

Nuffigheid als een selfieverbod op de rode loper – daar loopt dit jaar een soort selfiepolitie rond – versterkt het beeld van stoffig conservatisme. Cannes, zo merkte Volkskrant-collega Bor Beekman op, wil het Wimbledon van de filmwereld zijn: een respectabel, alom geliefd epicentrum van filmgeschiedenis, traditie en elegantie. Directeur Thierry Frémaux, een historicus, is tevens hoofd van het Institut Lumière te Lyon, gewijd aan Franse filmpioniers. Historische bioscopen, klassiekers, celluloid: dat windt hem op.

Niks mis met traditie, maar het lijkt zich nu tegen Cannes te keren. Gelukkig heeft het veel krediet en oprechte vrienden, en misschien is het onredelijk te verwachten dat deze supertanker onder de filmfestivals snel en soepel reageert op verandering. „We hebben een heel lange geschiedenis”, aldus Thierry Frémaux vorige week in zijn opmerkelijk defensieve persconferentie. „Je moet niet te snel conclusies trekken.”