Bas Kortmann, voorzitter van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG).

Foto Reyer Boxem

‘Stuwmeer aan Groningse schademeldingen is onacceptabel’

Interview De Tweede Kamer spreekt woensdag over de Groningse gasbevingsschade. Bas Kortmann, voorzitter van commissie die de schade afhandelt, wil snel één loket voor de getroffenen.

Ruim een jaar na de zware aardbeving in Zeerijp wachten duizenden Groningers nog altijd op het herstel van hun woningen. De Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) werd in maart 2018 opgezet om de schadeafhandeling in goede banen te leiden. Sinds februari is Bas Kortmann daar voorzitter. De jurist, die onder meer rector magnificus van de Radboud Universiteit in Nijmegen was, spoort het kabinet in zijn eerste interview als voorzitter aan tot snellere acties. Want ruim 15.000 schademeldingen zijn nog niet afgehandeld.

Wat trof u aan toen u begon in Groningen?

„Een bestuurlijke spaghetti op regionaal en nationaal niveau. Ik kan me heel goed voorstellen dat de Groninger niet begrijpt waar-ie aan toe is. Te veel instanties bemoeien zich met deze problematiek, terwijl de Groninger zelf zegt: zorg voor één loket.”

Lees ook Waarom is er niet sneller ingegrepen in Groningen?

Groningers die schade hebben opgelopen aan hun huis door de gasbevingen moeten aankloppen bij de TCMG. Terwijl diezelfde Groningers naar de Nationaal Coördinator Groningen moeten voor de versterking van hun huis – zodat ze bij een zware aardbeving veilig hun huis uit komen. Vaak moeten de Groningers voor één woning bij beide instanties zijn. Kortmann: „Dan krijgen ze het gevoel van het kastje naar de muur gestuurd te worden, terwijl het in beide gevallen over het herstellen van hun huis gaat.”

Tel daarbij op dat de schadeafhandeling langzaam gaat. De TCMG moet sinds vorig jaar ongeveer 23.000 dossiers afhandelen. „Daar komen per maand 750 nieuwe zaken bij”, zegt Kortmann. Pas sinds half december lukt het de commissie om 250 zaken per maand meer af te handelen dan dat er aan nieuwe binnenkomen.

Waarom kwam de schadeafhandeling zo traag op gang?

„Het schadeproces heeft een jaar stilgelegen, omdat de overheid in samenspraak met Groningen wilde dat Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) buiten het proces zou staan, waardoor een nieuwe procedure werd opgestart. Vanuit het perspectief van de Groninger was dat qua voortgang een kleine ramp: weer een jaar vertraging.

„Toen namen wij het over, als onafhankelijke organisatie, en dachten we flink aan de slag te kunnen gaan. Maar de organisatie en de schadeprocedure moesten nog opgezet worden. Er moest een Europese aanbesteding gedaan worden, omdat we beschikten over slechts vijftien van de minimaal zestig benodigde deskundigen. Dat zorgde weer voor een halfjaar vertraging. En we kregen 13.500 zaken die onder het oude bestel van de NAM vielen – het zogenaamde stuwmeer.”

Hoe wilt u de schadeafhandeling versnellen?

„We moeten echt van dat stuwmeer af. Daartussen zitten heel veel zaken waarbij Groningers alleen al bij de TCMG meer dan een jaar wachten. Dat is onacceptabel en onrechtvaardig. Zolang wij dat stuwmeer hebben, zijn we verhinderd om nieuwe zaken snel aan te pakken. We hebben de neiging eerst de langwachtenden te helpen en dan pas de nieuwe. Daardoor hebben de nieuwe aanvragen opnieuw een doorlooptijd van een jaar.

„Door dat stuwmeer moeten we de beslistermijn in sommige gevallen verlengen. In eerste instantie hielden we een termijn aan van vijftien maanden, maar we ontkomen niet aan verlenging.”

Van alle schademeldingen wijzen jullie in ruim 86 procent van de gevallen een schadevergoeding toe. Is een generaal pardon dan niet de oplossing?

„Dat is ingewikkeld. Een generaal pardon bekt lekker, maar ik weet niet hoe je dat vormgeeft. Ons is gevraagd om rechtvaardig en zorgvuldig de verzoeken te behandelen. Daartussen zoeken wij de balans, zodat Nederland achteraf niet denkt: die commissie heeft er een potje van gemaakt. Uiteindelijk is het generaal pardon een beslissing van Den Haag, niet van ons.

„We zoeken ook intern naar oplossingen om de schadeafhandeling te versnellen. Zo hebben we een aannemersvariant gecreëerd, waarbij aannemers uit de regio naar de bewoner toegaan om een schaderapport op te stellen. Dat scheelt ons een expert, die kunnen we dan weer voor een andere woning inzetten.”

Lees ook Een streep onder het gastijdperk

Een andere oplossing waarover in Den Haag al lange tijd gesproken wordt, is het vormen van één loket, waaronder alles valt: het Instituut Mijnbouwschade.

„Wij moedigen Den Haag aan daar snel mee te komen. Wij ervaren ons speelveld als knellend. Als een burger mij vraagt waarom we de schade als TCMG niet zelf repareren, wat onder het oude stelsel met de NAM wel kon, dan moet ik moet zeggen dat we dat niet mogen. Terwijl het goed zou zijn als we dat wel konden.

„Als Den Haag niet snel met het Instituut Mijnbouwschade komt, dan zal de regelgeving waarmee wij werken aangepast moeten worden. Maar dan maak je weer twee stappen: eerst de regelgeving aanpassen en daarna pas het Instituut Mijnbouwschade opstellen.

„Maar je moet oppassen telkens met veranderingen te komen. In de afgelopen tien jaar is voor de Groningers de situatie zo vaak veranderd. Die weten niet waar ze aan toe zijn. Daarom begrijp ik het wantrouwen van de Groningers heel goed en dat heeft de overheid mede aan zichzelf te wijten.”

Dan zijn er nog de oude zaken die onder de NAM vielen. Tot begin 2017 zijn veel schademeldingen afgewezen, terwijl die onder de TCMG zouden worden toegewezen. Dat ervaren de mensen als oneerlijk. Zou dat niet herzien moeten worden?

„Dat is ook weer een zaak van de politiek, die kan beslissen of ze die zaken door ons laten overdoen.”

Kunnen jullie het aan als er morgen een zware aardbeving plaatsvindt?

„Dat zal de organisatie flink doen trillen. We moeten de zaken eenvoudiger afdoen en op een bredere schaal oordelen. De mogelijkheid van een zware aardbeving is des te meer een argument om te zeggen dat we snel van dat stuwmeer af moeten.”