Hulpdierensector moet professioneler om dierenwelzijn te beschermen

Dat schrijft de Raad voor Dierenaangelegenheden in een advies aan de regering. Verschillen tussen aanbieders zijn groot en dierenwelzijn is niet gegarandeerd.

'Troosthond' Ruby biedt steun aan rouwenden.
'Troosthond' Ruby biedt steun aan rouwenden. Foto Robin an Lonkhuijsen/ANP

Therapiepaarden, troosthonden op begraafplaatsen of knuffelkoeien: steeds meer hulpdieren worden gebruikt om mensen te assisteren of hun gezondheid te verbeteren. Het is een groeiende bedrijfstak die nodig moet professionaliseren om het welzijn van deze hulpdieren te garanderen, schrijft de Raad voor Dierenaangelegenheden dinsdag in een advies aan de regering.

Hulpdieren zijn volgens de raad allang niet meer alleen blindengeleidehonden. Het gaat bijvoorbeeld ook om een groeiend aantal zorgboerderijen, die activiteiten als paardencoaching en paardrijden met gehandicapten aanbieden. Zulke behandelingen kunnen worden vergoed door sommige verzekeringen. De raad heeft geen bezwaar tegen dergelijke behandelingen, al moet dierenwelzijn wel gegarandeerd blijven. Het advies is om voorwaarden te stellen aan behandelingen met zorgdieren.

Het is wel duidelijk dat de sector slecht georganiseerd is door het ontbreken van wetten of regels. „Iedereen kan dierondersteunde interventies aanbieden zonder dat daarvoor scholing, vaardigheden of kennis hoeft te worden aangetoond.” Het gevolg: grote verschillen tussen behandelaars en misstanden rond dierenwelzijn „door gebrekkig kennis van gedrag en verzorging van de dieren bij de behandelaar”.

Keurmerk

Het oprichten van een beroepsvereniging en een keurmerk moet helpen bij de professionalisering van de dierenhulpsector. De hulpdieren moeten onder meer goede verzorging krijgen en passend getraind worden. Ook aan „een maximale werkbelasting” moet worden gedacht. Alleen behandelingen met keurmerk zouden dan in aanmerking moeten komen voor vergoeding door gemeente en verzekeraars.

De beroepsvereniging kan ook nascholing en andere opleidingen verzorgen, dat kan helpen met de verschillen tussen behandelaars. Jan van Summeren, voorzitter van stichting ZorgDier, is blij met het initiatief van de raad om een beroepsvereniging te vormen. „De professionalisering van de sector is belangrijk. Zeer veel ongekwalificeerde mensen werken met paarden, maar ook met honden.”

Lees ook: Advies: risicohond euthanaseren na ernstig bijtincident

Harde cijfers over de ernst of omvang van de problemen ontbreken, zegt raadslid Nienke Endenburg in het dinsdag gepubliceerde advies. „Je krijgt wel eens de indruk dat er naast professionele ook minder professionele interventies worden aangeboden, maar we moeten eerlijk zijn: we weten het niet precies.” Ook over de schaal van de misstanden rond dierenwelzijn is nog niet veel bekend. „Er zijn genoeg aanwijzingen dat er welzijnsaantastingen voorkomen, maar we weten te weinig over de schaal en de ernst daarvan.”

Meer onderzoek

De risico’s voor dieren liggen vooral hoe ze ingezet worden door mensen, zegt Van Summeren van ZorgDier. „Je moet een dier kunnen lezen en nauwe samenwerking met het dier hebben ontwikkeld.” Alleen een theoretische opleiding is daarvoor niet genoeg. „Er moet ook behoorlijk wat praktische ervaring zijn.”

De raad beveelt meer onderzoek aan naar de invloed van de behandelingen op de dieren zelf en naar de effectiviteit van de behandelingen op mensen „om de inzet van dieren binnen activiteiten, educatie en therapieën te kunnen rechtvaardigen.” Van Summeren pleit op langduriger onderzoek, naar de invloed van de inzet van dieren bij activiteiten en therapie.

Ook de effecten van alternatieve behandelingen, met bijvoorbeeld robots, moeten onderzocht worden, stelt de raad. Bij dezelfde effectiviteit is er „een morele verantwoordelijkheid” om geen hulpdieren te gebruiken.