Opinie

Heldere rechtspraak kan niet zonder goede tegenspraak

Zou strafrechter Jacco Janssen bij het fluiten van hockeywedstrijden niet beter z’n toga aan kunnen doen? Over het belang van tegenspraak en het verschil met ‘omdat ik het zeg’.

Advocaat Wim Anker staat de pers te woord, op deze foto uit 2013.
Advocaat Wim Anker staat de pers te woord, op deze foto uit 2013. Foto Olivier Middendorp

Mijn kinderen hockeyen bij een van de oudste hockeyclubs van Nederland. Bij de wedstrijden van de kinderen zijn de ouders scheidsrechter. Ik fluit dus ook. Zelf denk ik dat ik dat doe op dezelfde manier zoals ik ook als rechter graag word gezien. Snel, kort, duidelijk, toegankelijk, eerlijk, rechtvaardig en gemiddeld streng.
Helaas vinden de andere ouders dat vrijwel nooit. Ik hoef maar naar de middenlijn te lopen en op mijn fluit te blazen om de wedstrijd te laten beginnen en ik voel de eerste wrevel al opkomen. Nog voor de rust is menig ouder zover dat hij of zij mij het liefste zou willen wraken.

Te veel rechter

Ik vind dat moeilijk en heb mij afgevraagd wat de oorzaak hiervan is. Komt het doordat ik te veel rechter ben, maar ik zonder toga niet als zodanig word geaccepteerd? Of stel ik mij te nadrukkelijk op en maak ik het meer mijn wedstrijd in plaats van die van de kinderen? Afgelopen zaterdag floot ik weer en een spelertje vroeg mij: „Waarom krijgen zij de bal mee?” Ik antwoordde: „Omdat ik het zeg!” Ineens wist ik het. Het echte probleem is dat als ik fluit, ik beslis zonder die beslissing te motiveren. Ik leg dat uit.

In het recht motiveert de rechter zijn beslissingen. Deze verplichting tot motivering staat in de Grondwet en compenseert dat de positie van de rechter niet democratisch tot stand komt. De rechter wordt benoemd en anders dan de andere staatsmachten (wetgever en bestuur) zonder dat de burger er via verkiezingen aan te pas komt.

Dat motiveren van beslissingen kent een drietal hoofdfuncties:

Inscherping
- De motivering dwingt de rechter om na te denken over de redenen en argumenten van zijn beslissing. Het is net als met een pudding. Die kan er nog zo mooi en lekker uitzien, maar waar het werkelijk om gaat, is dat hij lekker smaakt. Ook bij een rechterlijke beslissing geldt: pas bij het opschrijven en uitleggen van de beslissing blijkt of de beslissing echt de juiste is.

Controle
- De motivering maakt controle van de beslissing door de hogere rechter mogelijk. De hogere rechter kan de beslissing veel beter toetsen als hij door de motivering kan volgen hoe de lagere rechter heeft gedacht en geredeneerd.

Explicatie
- De motivering geeft ook partijen, andere betrokkenen, pers en burgers inzicht in de gedachtengang van de rechter.

Duizend bloemen

Juist in deze tijd verdient de rechter zijn gezag vooral door de laatste functie van motiveren goed voor ogen te houden. En dat doet de rechter ook. En ook nog eens in begrijpelijke en toegankelijke taal. Twee jaar terug schreef ik in NRC: „In de Nederlandse rechtspraktijk bloeien op dit moment duizend bloemen.” Ik doelde daarmee op de vele projecten in de Rechtspraak die de afgelopen jaren gericht zijn geweest op begrijpelijkere rechtspraak. Desondanks diende onder anderen Tweede Kamerlid Maarten Groothuizen (D66) eind vorig jaar een motie in over begrijpelijker taalgebruik (taalniveau B1) in rechterlijke uitspraken. De motie leidde eind vorige maand tot een brief van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) aan de Tweede Kamer waarin hij wijst op de talrijke en zeer geslaagde projecten van de Rechtspraak op dit punt.

Toch zijn we er nog niet. Klare taal – zoals de geuzennaam van de vele projecten luidt – gaat over méér dan korte zinnen en het vermijden van moeilijke woorden. Een belangrijke slag kan nog worden gemaakt in de opbouw en structuur van de uitspraken. Onze mondelinge vonnissen zijn vaak kraakhelder. Met de burger(s) voor onze neus en het gesprek met hem of hen net achter de rug slagen wij er vaak goed in om onze boodschap in begrijpelijke en toegankelijke taal en met een duidelijke opbouw en structuur over het voetlicht te brengen. Dat moet ook in onze schriftelijke uitspraken. Naast begrijpelijk en toegankelijk taalgebruik moeten we in de schriftelijke uitspraken de lezer meer meenemen in onze redenering en gedachtengang. Kortere motiveringen toegespitst op de kern van de zaak.

Goede tegenspraak

Daarbij moet de uitspraak vrijwel naadloos aansluiten bij de manier waarop het probleem op de zitting is besproken en geanalyseerd. Dat kan alleen door op de zitting ook begrijpelijke taal te spreken, goed contact te maken met de verdachte en/of andere (proces)partijen, te luisteren en de kern van de zaak bloot te leggen. De zitting als de plek waar de zaak tot volle wasdom (excuus: tot bloei) komt. Daar zijn wij als Rechtspraak druk mee bezig en een goedgeorganiseerde, voldoende gefaciliteerde en sterke advocatuur en Openbaar Ministerie steunen ons daarin. Zonder goede tegenspraak is heldere rechtspraak onmogelijk. Dus hierbij ook (opnieuw) het verzoek aan de beide ministers op het ministerie van Justitie en Veiligheid om dat de komende tijd goed in het oog te houden.

Toen ik gisteravond mijn vrouw voorlegde dat ik vanaf volgend seizoen mijn beslissingen als scheidsrechter in klare taal uitgebreid zou gaan motiveren, lachte zij mij vierkant uit. Zij wees mij op de regels van het jeugdhockey waarin nadrukkelijk wordt gepropageerd om vooral geen scheidsrechter maar veldleider te zijn. Ik zei haar dat ik het misschien niet goed had uitgelegd, maar dat ik dat natuurlijk bedoelde. Al doende leert men…!

De Togacolumn wordt geschreven door een rechter, officier en advocaat. Jacco Janssen is senior (straf)rechter A in de rechtbank Rotterdam

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.