Rustig debat in senaat over Klimaatwet, want harde financiële afspraken ontbreken

Het klimaatdebat wordt steeds vaker een loopgravenoorlog, maar de Eerste Kamer vergaderde dinsdag in betrekkelijke harmonie over de Klimaatwet. Dat lag niet alleen aan het feit dat FvD er niet bij was. Het wetsvoorstel omzeilt een heikele kwestie: hoe gaan we de oplopende klimaatrekening betalen?

Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat.
Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat. Foto Remko de Waal/ANP

Verharding, weerstand, en zelfs verkettering. In de Eerste Kamer wisten senatoren dinsdag het maatschappelijke en politieke debat over het klimaatbeleid scherp te schetsen. „Soms lijkt dit trekken te vertonen van een kleine culturele oorlog, een nieuwe klassenstrijd,” zei Peter Ester, senator van de ChristenUnie.

Maar van die politieke strijd was in de Eerste Kamer dinsdag weinig te merken. Terwijl daar toch de hele dag en avond een Klimaatwet werd besproken die de komende decennia substantiële invloed op het kabinetsbeleid zal hebben.

Opmerkelijk eensgezind verdedigden Tweede Kamerleden van acht partijen - vier van de coalitie, vier van de oppositie - in de senaat hun initiatiefwet, die klimaatdoelen voor 2050 vastlegt in de wet, én kabinetten verplicht plannen te maken om die doelen te halen.

„In welk land zie je dit?” vroeg minister Eric Wiebes (VVD, Klimaat) die de wet mede verdedigde. „Dit is toch van een Hollandse schoonheid.”

Geen Forum

Wat bijdroeg aan de relatieve luwte was de afwezigheid van Forum voor Democratie bij het debat. De partij van Thierry Baudet kreeg in maart veel stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen, onder meer door zich fel te keren tegen het klimaatbeleid van het kabinet.

FVD kan de grootste partij worden in de Eerste Kamer, maar die treedt pas aan op 11 juni. Daarvóór nog, op dinsdag 28 mei, stemt de oude Eerste Kamer over de klimaatwet.

Baudet vond het dinsdag in een tweet „echt heel erg fout dat de oude Eerste Kamer nog snel even hét hete hangijzer behandelt waar de vorige verkiezingen over gingen”.

Ook in de nieuwe Eerste Kamer is de steun voor de wet overigens groot. Het fellere weerwerk kwam dinsdag van de PVV, SGP en de Partij voor de Dieren.

Voor hun eensgezindheid kregen de Kamerleden van GroenLinks, PvdA, D66, VVD, CDA, SP, ChristenUnie en 50Plus complimenten.

Hoe behaal je de doelen?

Toch merkten diverse senatoren op dat de consensus over de klimaatwet in scherp contrast staat met de onenigheid tussen de acht partijen over de invulling van het klimaatbeleid.

De wet gaat over doelen voor 2050 en vaste procedures die kabinetten moeten volgen om daar te komen, zoals een jaarlijkse klimaatnota, een vijfjaarlijks klimaatplan en een jaarlijkse evaluatie van de bereikte doelen door het Planbureau voor de Leefomgeving.

Maar de wet gaat niet over de manier waarop die doelen gehaald moeten worden. Niet over normering, belastingen en subsidies, zoals VVD-senator Tanja Klip-Martin het treffend samenvatte. En juist daarover is de onenigheid tussen de acht initiatiefnemers groot.

GroenLinks-voorman Jesse Klaver hoopt dat de wet burgers en bedrijven zekerheid biedt, omdat de regering elke vijf jaar met een plan moet komen. „We zijn het niet eens over hoe we klimaatverandering gaan stoppen, maar wel over de spelregels waarlangs we dat doen.”

D66-fractievoorzitter Rob Jetten zei dat de acht initiatiefnemers weer wat rust proberen terug te brengen met deze wet. Maar hoe kan dat, merkten diverse senatoren op, als burgers en bedrijven niet weten wat het klimaatbeleid wordt, en wat het dus betekent voor de financiën van burgers en bedrijven?

Ook senatoren van de partijen die de wet indienen, waren kritisch, zoals 50Plus, SP en VVD. CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman sprak in augustus in NRC nog over „lege symboolpolitiek.” Brinkman: „Ik snap dat het klimaat verandert, maar dit is symboliek. We binden onszelf voor veertig jaar, zonder dat mensen weten wat dat voor hun situatie betekent. Dat is politieke zelfoverschatting.” Het CDA kent diverse senatoren die in de nieuwe senaat niet terugkeren en dus zonder problemen tegen kunnen stemmen. Toch klonk CDA-senator Joop Atsma mild.

Ook als diverse senatoren tegenstemmen, maakt dat voor het aannemen van de wet niet uit. De acht partijen vertegenwoordigen 60 van de 75 zetels.

Het belangrijkste discussiepunt was de vraag waarom het parlement geen instemming hoeft te verlenen aan het vijfjaarlijkse klimaatplan dat kabinetten moeten maken. Waarom staat er niet in de wet dat de Eerste en Tweede Kamer moeten instemmen met het plan?

Jetten en Wiebes wezen erop dat beleidsplannen geen instemming van het parlement nodig hebben. Dat geldt wel voor de wetsvoorstellen die uit het klimaatplan voortkomen. Volgens Klaver is de wet juist bedoeld om de betrokkenheid van beide Kamers bij het klimaatbeleid te vergroten.

Nog een vraag die klonk: wat betekent het om deze doelen in een wet vast te leggen? Is dat te knellend of van weinig betekenis? D66 constateerde dat Nederlandse regeringen vaker op papier ambitieuze doelen stellen, maar „in de praktijk lopen we achter.”

Afdwingbaar bij de rechter is de wet niet. Dat was ook uitdrukkelijk niet de bedoeling van de indieners, zei Klaver. Anders was de wet niet zo breed gedragen geweest.

SGP-senator Peter Schalk zag desondanks een risico: „Zorg ervoor dat je niet toekomstige regeringen in de problemen brengt door onmogelijke doelen in een wet vast te leggen. In een economische crisis moet je dan regeringen houden aan misschien wel heel kostbare doelen.”