Geen applaus voor ‘kraken’ van code in oud manuscript

Ophef Iedere week bespreekt de redactie wetenschap hier ophef in de wetenschap. Deze week: een man kraakt in twee weken een code waar al een eeuw over wordt nagedacht.

Bladzijden uit het Voynich-manuscript.
Bladzijden uit het Voynich-manuscript. Foto Wikimedia Commons

Het is het soort mysterie waar romanschrijvers en filmregisseurs dol op zijn. In 1912 kreeg antiquair Wilfrid Voynich een uitzonderlijk handschrift in zijn bezit. Het was afkomstig uit de Villa Mondragone nabij Rome, waar jezuïeten een waardevolle collectie beheerden. Kennelijk zaten ze krap bij kas, en dat gaf Voynich de kans een manuscript te kopen dat handschriftdeskundigen en codekrakers in zijn greep houdt sinds hij het in 1915 voor het eerst aan de wereld toonde.

Het kleinood is tegenwoordig in bezit van Yale University en heet officieel MS408, maar staat bekend als het Voynich-manuscript. Het bestaat uit 240 bladen van vellum (dierenhuid, afkomstig uit begin vijftiende eeuw, blijkt uit koolstofdatering) en is verluchtigd met talrijke illustraties. Wat het zo bijzonder maakt, is de tekst. Die is geschreven in een niet bekende taal, die goeddeels bestaat uit lettertekens die in geen ander schriftsysteem voorkomen. De afgelopen eeuw zijn er talloze pogingen gedaan het manuscript te ontcijferen, ook met behulp van computers, maar telkens zonder succes.

Therapeutisch naslagwerk

Vorige week leek aan de speurtocht echter een einde te zijn gekomen, toen Gerard Cheshire van de universiteit van Bristol in het peer reviewed tijdschrift Romance Studies bekend maakte dat hij de code had gekraakt. Het manuscript zou geschreven zijn in wat Cheshire proto-Romaans noemt, een taal die een soort missing link zou zijn tussen het Latijn van de Late Oudheid en Romaanse talen als Frans, Italiaans en Spaans, die later ontstonden. Het manuscript was een soort therapeutisch naslagwerk dat geschreven was voor Maria van Castilië, koningin van Aragon. De onderzoeker had slechts twee weken nodig gehad om de code te breken, zo beweerde hij. Reden voor zijn universiteit om een juichend persbericht te versturen.

Het grote nieuws uit Bristol werd niet begroet met applaus, maar met hoon. Zo stelde de Amerikaanse mediëvist Lisa Davis op Twitter dat proto-Romaans niet bestaat en dat Cheshires werk bol staat van de cirkelredeneringen. Geschrokken van de reacties trok de universiteit haar handen van het onderzoek af. Cheshire zou niet in dienst zijn, maar slechts een ‘honorary research associate’. Cheshire zelf liet aan The Guardian weten dat hij niet onder de indruk is van de kritiek. „Het was onvermijdelijk dat een marginale groep het moeilijk zou vinden nieuw bewijs te accepteren.” Hij denkt dat verder onderzoek zijn conclusies zal schragen.