Opinie

Europa is springlevend; voor dat idee ga ik stemmen

Europese verkiezingen Bij alle politieke strijd is er meer wat wij Europeanen delen dan wat ons verdeelt, schrijft aan de vooravond van de Europese verkiezingen.

‘Alle Menschen werden Brüder” – in het verkiezingsspotje van de Socialistische Partij, waarin eurocommissaris Frans Timmermans wordt neergezet als een machtsbeluste smeerlap, kun je op de achtergrond Ode an die Freude horen, het wereldberoemde slotkoor van Beethovens Negende Symphonie. Het zal honend bedoeld zijn; mij zette het aan het denken.

In 1985 werd Beethovens muziek, op woorden van Friedrich Schiller, officieel het volkslied van de Europese Gemeenschap. De boodschap was duidelijk: een echt verenigd Europa zou een verbroederd Europa zijn. Het ging om zoveel meer dan een pragmatische, economische unie van afzonderlijke naties – hier was een nieuw soort gemeenschap, die zich niet alleen baseerde op historische en culturele verwantschap, maar ook in ons besef van onze gedeelde menselijkheid.

Beethovens muziek heeft sindsdien bij talloze Europese gebeurtenissen en ceremonieën geklonken – ook, onvergetelijk, na de val van de Muur in 1989. De belofte was dat de Europeaan zichzelf op een dag zou overtreffen, en zijn traditionele beperkingen – natie, ras, klasse – achter zich zou kunnen laten. Een verenigd Europa, hoewel nog lang niet volmaakt, moest de volmaakte expressie van dat ideaal zijn.

Vanaf het begin was dat riskant, die vereenzelviging van Europa met de waarden van de Verlichting. Was er eerder een verbond van naties die een gemeenschap van waarden wilde zijn? Wie er vanuit onze sceptische tijd naar kijkt, ziet een hoop naïviteit – en veel hypocrisie. Het lijkt onvoorstelbaar dat zulk optimisme ooit breed gedeeld werd. Maar het was wel zo.

Een tijdje geleden sprak ik met de Franse historicus Ivan Jablonka, die een boekje publiceerde over de vakanties van zijn jeugd. En camping-car heet het. Als jongetje doorkruiste hij begin jaren 80 met zijn ouders in een Volkswagen-busje het Europese continent. Hij beschrijft hoe zijn herinneringen aan die zonovergoten vakanties onlosmakelijk zijn verbonden met optimisme over de toekomst.

Dat optimisme moest bevochten worden op een inktzwart verleden: zijn grootouders van vaderskant waren in Auschwitz vermoord. Dat het gezin Jablonka in een Volkswagen Europa verkende, was zowel ironisch als symbolisch. Volkswagen was Hitlers trots geweest. „In onze camper”, vertelde Jablonka, „namen we de omgekeerde route van het transport naar Auschwitz. Wij gingen in ons Europa vrijheid en vrolijkheid tegemoet.”

Vrijheid en vrolijkheid

Die tijd van grote verwachtingen ligt achter ons. „We voelen dat er grote veranderingen plaatsvinden, zonder het idee dat we er veel greep op hebben.” Er zijn niet veel mensen die, wanneer ze aan Europa denken, louter vrijheid en vrolijkheid in het verschiet zien.

Als opzichtige drager van de idealen van de Verlichting is Europa het doelwit van ondermijnende krachten geworden. Vijandschap tussen afzonderlijke naties mag dan tot het verleden behoren („70 jaar vrede!”), het strijdperk heeft zich verplaatst naar de natie zelf. In vrijwel iedere lidstaat heerst nu animositeit over Europa.

Daarbij wordt de gezamenlijkheid die van bovenaf wordt uitgedragen door tegenstanders niet opgevat als broederschap, maar als een vorm van humanistische dwangverpleging, waarbij culturele eigenheid en het recht op zelfbeschikking het onderspit delven. Ook de pluriforme samenleving, het resultaat van immigratie, op rechts steevast aangeduid als massa-immigratie, heeft het idee van broederschap voor anti-Europeanen een bijsmaak gegeven. Door Europa waart bovendien het extreemrechtse spook van de „omvolking”, de zogenaamd doelbewuste vervanging van de „oorspronkelijke bevolking”.

Het idee van broederschap over de grenzen heen vindt een heel ander idee van broederschap tegenover zich: instinctieve verwantschap met de eigen groep, cultuur en natie. Niets nieuws. In 1797 schamperde de ultraconservatieve denker Joseph de Maistre over de „verlichte” Franse grondwet: „de Constitutie is geschreven voor de Mens. Welnu, op de hele wereld bestaat er niet zoiets als de Mens. In mijn leven heb ik Fransen ontmoet, Italianen, Russen, etc. […] Maar de Mens, die heb ik mijn hele leven nog nooit ontmoet.”

Lees ook: Alles wat je moet weten over de Europese verkiezingen 2019

Dat is de tegenstelling die de EU onder druk zet. Aan de ene kant, het verlichte, liberale idee van broederschap dat beperkte ideeën over cultuur en eigenheid overstijgt; aan de andere kant, het idee van verwantschap dat gedragen wordt door de traditie van de contra-Verlichting, de overtuiging dat een gedeeld idee van nationaliteit, cultuur, geschiedenis mensen meer aan elkaar bindt dan liberale noties van gedeelde menselijkheid. De boodschap van de contra-Verlichting is dat mensen niet gelijk zijn – en dus ook niet gelijk behandeld hoeven te worden. Prima gli Italiani – Italianen eerst, zoals op de linnen tasjes van de aanhang van de Italiaanse populist Matteo Salvini gedrukt staat.

Virtuele burgeroorlog

Dit conflict vind je in heel Europa, in alle mogelijke gradaties van heftigheid, van mild tot extreem. In sommige landen, zoals in het Verenigd Koninkrijk na de stem vóór Brexit, heeft die strijd inmiddels het aanzien van een virtuele burgeroorlog.

Nu de EU al jaren in het defensief is tegen zijn critici en vijanden van binnenuit, zijn veel politici en commentatoren geobsedeerd geraakt door de jammerlijke gebreken van het Europese project.

Die gebreken zijn hardnekkig: te weinig democratie, teveel bureaucratie. Te veel technocraten, te weinig romantici. Te grote verdeeldheid, te weinig richting. Te veel woorden, te weinig daden. Te veel procedures – te weinig ideeën.

De contra- Verlichting vindt dat mensen niet gelijk zijn – en dus ook niet gelijk behandeld hoeven te worden

En het idee van broederschap, dat zo’n grote rol speelde in de verbeelding van een Verenigd Europa, is gevaarlijk vrijblijvend geworden. Het wordt, zo blijkt ook uit het SP-spotje, gezien als een geriefelijke notie van een elite van progressieven, een idee dat jarenlang door ons soort mensen is gevierd op gesubsidieerde culturele festivals, conferenties en Europa-evenementen. Een klassedingetje, kortom.

Maar die terechte kritiek betekent niet dat de meeste mensen niet langer in ‘Europa’ geloven. Integendeel: peilingen wijzen juist op een groeiend vertrouwen – steeds meer populistische partijen verzachten daarom schielijk hun anti-Europese standpunten. Voor een Nexit is geen draagvlak. De meeste mensen willen Europa, linksom of rechtsom. Maar: een agressieve minderheid wil de EU vernietigen.

Lees ook: Rechts-nationalisten willen een revolutie

De romantische broederschap van Beethoven en Schiller is een ongrijpbaar iets gebleken, en zal dat waarschijnlijk altijd blijven. Het zonnige optimisme dat Jablonka beschrijft, behoort tot het verleden. Maar of je nu meer of minder Europa wil, de afgelopen zestig jaar delen Europeanen wel degelijk een gemeenschappelijk geschiedenis. Een geschiedenis waarin vooruitgang wordt afgewisseld met terugval, illusie met desillusie, briljante ideeën met idiote misstappen. Kortom, zoals dat gaat met geschiedenis.

Die gedeelde geschiedenis als Europeaan, waar politieke strijd bij hoort, heeft mij laten zien dat er meer is wat wij delen, dan wat ons verdeelt. Ze laat ook zien dat het idee van Europa, juist nu het wordt gehoond en aangevallen, helemaal niet stervende is, maar springlevend. Voor dat idee ga ik donderdag stemmen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.