Een dienstmeisje kun je best opsluiten in Libanon

Misstanden onder huispersoneel Voor haar werkvergunning is een dienstmeisje afhankelijk van de werkgever. Het kafala-systeem, volgens de actievoerders moderne slavernij, is een vrijbrief voor misstanden. „Ik wilde van het balkon afspringen.”

Een huishoudster hangt de was uit over het balkon van het appartement waar ze werkt, in de stad Dbayeh, ten noorden van Beirut.
Een huishoudster hangt de was uit over het balkon van het appartement waar ze werkt, in de stad Dbayeh, ten noorden van Beirut. Foto Joseph Eid/AFP

Gedurende een jaar en acht maanden heeft Sisi, een jonge vrouw uit Ivoorkust, in de keuken van haar Libanese werkgever geslapen. „Ik heb mijn madame gesmeekt terug naar huis te mogen gaan. Maar zij zei: ‘Nee, ik heb jou gekocht.” Na een jaar en zeven maanden heb ik ermee gedreigd dat ik van het balkon zou springen. Maar ik kon het niet opbrengen. In plaats daarvan ben ik weggelopen.”

Sisi is een van de naar schatting 250.000 gastarbeiders, vooral vrouwen, die in Libanon huishoudelijk werk doen of op kinderen passen. Officieel zijn het er 186.429 maar dat cijfer houdt geen rekening met mensen als Sisi, die sinds haar vlucht nu bijna tien jaar geleden illegaal in het land verblijft.

Sisi vertelt haar verhaal op een druk bezocht evenement in Beit Beirut, een cultureel centrum in de Libanese hoofdstad. Het is eigenlijk een persconferentie waar Amnesty International zijn rapport Hun huis is mijn gevangenis presenteert, over de exploitatie van het huispersoneel in Libanon. Maar de vrouwen zelf zijn zo massaal komen opdagen, dat zij van de conferentiezaal een safe space maken waar zij hun verhaal kunnen doen.

Lees ook het interview van dit tweeluik over huispersoneel in Libanon: 'Ze worden tot slaaf gemaakt en geslagen'

„Libanon is voor mij een trauma geweest”, zegt Patricia uit Kameroen, „ik zou het echt niemand aanraden.” Zij vertelt hoe zij nu een kamertje van 1,13 bij 2 meter heeft. Maar de eerste drie maanden moest ze op de grénier slapen, een bergruimte tegen het plafond die de meeste keukens in Libanese appartementen hebben. „Veel vrouwen hebben niet eens een slaapruimte”, zegt Patricia. „Zij slapen in de salon als iedereen naar bed is, of buiten op het balkon.”

Enkele dagen later marcheren honderden vrouwen zoals Sisi en Patricia, en enkele tientallen mannen, door de straten van Beiroet om hun rechten op te eisen. De betoging vindt plaats op een doordeweekse feestdag. Aangezien de meeste vrouwen geen dag vrij konden nemen, doen ze het op een zondag.

‘Eén dag per week vrij is mijn recht’

Onderweg roepen de vrouwen naar collega’s op de balkons die ook op zondag geen vrij hebben gekregen. Officieel heeft het huispersoneel recht op één vrije dag per week, maar de helft van de mensen die voor het Amnesty-rapport werden geïnterviewd, zegt dat dit regelmatig wordt geweigerd. Sommige van de marcherende vrouwen dragen uit solidariteit T-shirts met de boodschap ‘Eén dag per week vrij is mijn recht’.

Een huismeisje laat de hond van haar werkgever uit in de Libanese hoofdstad Beirut. Foto Joseph Eid/AFP

De willekeur die dit systeem in de hand werkt, laat zich raden. Het gemiddelde loon bedraagt 180 dollar per maand. Vaak krijgen de vrouwen te horen dat zij de eerste drie maanden niet betaald krijgen. Sommigen mogen het huis niet verlaten, soms jaren niet. Ze mogen niet met hun familie praten, sommigen krijgen amper eten. „Ik mag eten wat er op hun borden overblijft”, zegt Eva uit de Filippijnen in het Amnesty-rapport. „Als ik iets anders eet, krijg ik slaag.”

Volgens een rapport uit 2014 van de Libanese ngo Kafa (wat ‘genoeg’ betekent) zei 32 procent van de geïnterviewden dat zij onvoldoende te eten krijgen. Volgens een rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2014 zegt 40 procent dat er regelmatig tegen hen gebruld wordt, 11 procent maakte gewag van fysiek geweld en twee procent van seksueel misbruik.

Die situatie leidt steeds meer tot een dramatische afloop. In de Libanese media duiken regelmatig berichten op over vrouwen die van het balkon hun dood tegemoet zijn gesprongen.

Ontsnappingspoging

De internationale organisatie Human Rights Watch stelde in 2008 dat gemiddeld elke week een dienstmeisje in Libanon om het leven komt, vaak door zelfmoord of een mislukte ontsnappingspoging. In 2017 was dat volgens cijfers van de veiligheidsdienst zelf verdubbeld tot twee per week.

Moord komt ook voor: vorig jaar werd in Damascus een Syrisch-Libanees koppel gearresteerd nadat de politie in hun huis in Koeweit het lijk van het Filippijnse dienstmeisje had aangetroffen in de diepvriezer. De zaak leidde ertoe dat de Filippijnen een reisverbod instelden voor Koeweit.

Dat soort reisverboden treft ook Libanon. De Filippijnen, Ethiopië, Nepal en Madagascar hebben allemaal op een bepaald moment hun onderdanen verboden om naar Libanon te reizen voor huishoudelijk werk. Die reisverboden kunnen omzeild worden door via een derde land naar Libanon te reizen.

„Het systeem laat toe dat werkgevers een ware hel van ons leven maken”

Tanya dienstmeisje uit Sri Lanka

Op het Amnesty-evenement getuigden veel vrouwen hoe hen in hun thuisland een baan als bankbediende of secretaresse was beloofd. „In plaats daarvan werd ik een dienstmeid zonder de minste rechten”, vertelt Tanya uit Sri Lanka. „Het kafala-systeem laat toe dat werkgevers een ware hel van ons leven maken.”

Als reactie op het Amnesty-rapport heeft de Libanese minister van Arbeid, Camille Abousleiman, in een interview met The Independent, het kafala-systeem „een vorm van moderne slavernij” genoemd. Abousleiman beloofde maatregelen, maar gaf geen details.

De vrouwen in Beit Beirut beweren niet dat alle Libanezen hun personeel slecht behandelen. Alleen, zegt een jonge vrouw op het evenement, „het zou geen loterij mogen zijn of wij bij een goede of een slechte werkgever belanden.”