Claims tegen Rusland na olieschandaal

Droezjba-pijpleiding De Droezjba-oliepijpleiding bleek vervuild met chloriden. Dat kost Rusland miljoenen – en z’n reputatie als betrouwbare leverancier.

Een olieopslaglocatie van Transneft in Oest-Loega.
Een olieopslaglocatie van Transneft in Oest-Loega. Foto Vladimir Soldatkin/Reuters

Oliebedrijven ENI en Total eisen compensatie van Rusland voor de levering van vervuilde olie uit de Droezjba-pijpleiding. De langste oliepijpleiding ter wereld, die Russische olie via Wit-Rusland, Oekraïne en Polen naar West-Europa brengt, bleek vorige maand op geheimzinnige wijze vervuild met chloriden. Dat zijn chemische verbindingen die kunnen helpen om olie gemakkelijker te winnen, maar die niet in het product terecht moeten komen: chloriden kunnen corrosie aan pijpleidingen veroorzaken.

Nadat de vervuiling half april in Wit-Rusland werd geconstateerd, zag Rusland zich gedwongen het transport grotendeels stil te leggen. Ten minste vijf miljoen ton olie bleek vervuild. Het schandaal leidde tot grote vertragingen in de Russische haven Oest-Loega, waarvandaan dagelijks één miljoen vaten naar West-Europa worden verscheept, én tot een stijging van de olieprijzen.

Inmiddels lijkt de kwestie grotendeels opgelost. Maandag meldde persbureau Tass dat Polen het olietransport zal hervatten. Wit-Rusland zal dat eveneens doen, wanneer ook Oekraïne besluit om de transit te herstarten. De Russische minister voor Energie, Aleksandr Novak, beloofde de leverantie uiterlijk begin juni weer helemaal op de rit te hebben.

Ondertussen regent het claims van afnemers en transporteurs bij Trans- neft, het Russische staatsbedrijf dat verantwoordelijk is voor de pijpleidingen. Niet alleen ENI en Total willen compensatie, ook de Wit-Russische president Aleksandr Loekasjenko heeft een miljoenenclaim aangekondigd voor misgelopen inkomsten en de schade die is veroorzaakt aan het Wit-Russische traject van de Droezjba-pijpleiding. „Poetin begrijpt dat de schade moet worden gecompenseerd”, aldus Loekasjenko, die het Russische toezicht „laks” noemde.

De tegenslag zou Rusland volgens persbureau Reuters hebben opgezadeld met een schadepost van 100 miljoen dollar. Maar niet alleen de staatskas, ook de reputatie van Rusland als betrouwbare olieleverancier heeft een deuk opgelopen. De autoriteiten nemen de kwestie dan ook hoog op. Premier Medvedev gaf de opdracht voor een intern onderzoek, enkele dagen later zat Transneft-directeur Nikolaj Tokarev aan tafel bij Poetin om tekst en uitleg te geven. Volgens hem was de vervuiling een „opzettelijk frauduleuze constructie” bij een Droezjba-knooppunt in de regio Samara.

Daar zou het spoor leiden naar een commerciële raffinaderij, die olie kocht van kleine producenten in de regio. Regelgeving zou zijn genegeerd door petroleum met hoge concentraties chloriden te gebruiken. De raffinaderij zou de olie in de Droezjba-pijpleiding hebben gepompt terwijl ze wist dat deze vervuild was.

Volgens nieuwssite Meduza zou het bedrijf in handen zijn van een Moskouse zakenman, die door nalatigheid van Transneft zijn gang kon gaan. Vier verdachten zijn opgepakt, tegen hen is een strafzaak geopend.