Recensie

Recensie Film

‘Aladdin’ net iets te ouderwets exotisch Hollywoodsprookje

Musical ‘Aladdin’ zit vol dans, achtervolgingen en ander spektakel. Maar het ontbreekt in de nieuwe Disney-film aan een hoognodige update van culturele gevoeligheden.

Aladdin (Mena Massoud) ontmoet Genie (Will Smith) in de live action-versie van Disneys ‘Aladdin’.
Aladdin (Mena Massoud) ontmoet Genie (Will Smith) in de live action-versie van Disneys ‘Aladdin’.

Voordat Disney-animatiefilm The Lion King in 1994 het stokje overnam, was Aladdin (1992) de succesvolste tekenfilm aller tijden. The Lion King staat nog steeds op een vierde plaats, Aladdin zakte tot buiten de top-25. En dat Disney in rap tempo bezig is zijn animatieklassiekers als ‘live action’-films te verfilmen zal niemand ontgaan zijn. Binnen enkele maanden na elkaar verscheen eerst Dumbo, nu Aladdin en van de zomer volgt The Lion King in een ‘fotorealistische’ versie (met nog steeds heel veel animatietechnieken en -effecten).

In het geval van Aladdin kun je je afvragen of dat wel zo’n gelukkige keuze was. De film is gebaseerd op een bekend Duizend-en-een-nacht-verhaal en gaat over de straatschuimer Aladdin (Mena Massoud), die een wonderlamp vindt waar een geest in huist die belooft drie wensen te vervullen. Die wensen resulteren in een huwelijk met de mooie dochter van de sultan. Regisseur Guy Ritchie (Sherlock Holmes) weet wel raad met het spektakel (dans, achtervolgingen, tochtjes per vliegend tapijt en toverkunsten en magie) in de film, maar heeft minder fingerspitzengefühl als het gaat om de culturele finesses die anno nu aan een hoognodige update toe waren. In het gunstige geval kun je zeggen dat hij risicoloos langs gevoeligheden rondom casting en culturele toe-eigening laveert (op wat slechte pers na rondom het donkerder schminken van figuranten, volgens de productie gespecialiseerde stuntmensen).

Disney was anno 1992 al heel ver verwijderd van de oorspronkelijke raamvertelling, die verhalen uit het Midden-Oosten, de Arabische wereld, maar ook Afrika en India bundelde. Ritchie en zijn production designers vertaalden dat naar de locatie van de multiculturele havenstad Agrabah, waarin architectuur, kleding, gebruiksvoorwerpen zo bont geschakeerd zijn dat ze betekenisloos worden. Details zijn vast te prijzen of te bekritiseren, maar het grote geheel is een potpourri van zoveel stijlen, dat het eigenlijk alleen nog maar herinnert aan ‘exotische’ Hollywoodsprookjes uit tijden dat men zich om culturele correctheid nog helemaal geen zorgen maakte.

Lees ook een portret van Marwan Kenzari, die met zijn rol in ‘Aladdin’ internationaal doorbreekt

Doet dat ertoe? Ja en nee. Sprookjes zijn sprookjes en dienen ertoe om een verhaal middels een moraal uit z’n alledaagsheid te tillen. In dit geval dat de waarheid het langst duurt, en hebzucht, nou ja, slechts beperkt houdbaar is. Mooie paleizen alla, maar zodra dat met machtswellust gepaard gaat verander je in de verstijfde prins Jafar (de grote tegenstander in het verhaal en gespeeld door de Nederlandse acteur Marwan Kenzari).

En hoewel Aladdin en Genie (de geest, gespeeld door Will Smith) de eindjes aan elkaar knopen tot een glorieus eind goed al goed, is het uiteindelijk prinses Jasmine die in een feministisch slotlied uitbarst dat ze niet het zwijgen opgelegd wil krijgen. Het is per slot van rekening wel 2019. Leuk, maar liever een verhaal dat bij onze tijd hoort.