Raad voor de Journalistiek: fout in recensie niet ruimhartig genoeg rechtgezet

De Dirigent Het missen van het begin van de film ‘De Dirigent’ door een NRC-recensent is volgens de Raad voor de Journalistiek niet zorgvuldig genoeg afgehandeld.

Christanne de Bruijn speelt dirigent Antonia Brico in de film ‘De Dirigent’
Christanne de Bruijn speelt dirigent Antonia Brico in de film ‘De Dirigent’

De rechtzetting in NRC dat de film De Dirigent, over een vrouwelijke dirigent, in New York speelt en niet in Californië, zoals de recensie meldde, is niet „ruimhartig” genoeg geweest, volgens de Raad voor de Journalistiek.

In die rectificatie had volgens de Raad ook moeten staan dat de fout is ontstaan doordat NRC-filmrecensent Coen van Zwol het titelkaartje ‘New York 1926’ aan het begin van de film gemist had. De Raad is bovendien van mening dat Van Zwol na het missen van het filmbegin zich had moeten vergewissen of hij „relevante onderdelen” van de film had gemist. Door dat niet te doen en dat niet in de rectificatie te melden hebben recensent en krant journalistiek onzorgvuldig gehandeld, oordeelt de Raad.

‘Verkeerde bril’

Dit blijkt uit de conclusie van de behandeling van de klacht die de Shooting Star Film Company tegen NRC en Van Zwol bij de Raad had ingediend. Volgens Dave Schram, producent van De Dirigent, en zijn advocaat Peter Nicolaï deed de recensie geen recht aan de film, doordat Van Zwol te laat op de persvoorstelling kwam. Hij zou „daardoor de hele film met een verkeerde bril op” bekeken hebben, en als gevolg daarvan „tot volstrekt verkeerde conclusies” zijn gekomen. De film kreeg van Van Zwol twee ballen (matig), maar de klagers zeiden nadrukkelijk niet over het oordeel van de film te klagen.

De Raad vindt dat het uitgangspunt moet zijn dat een recensent van het hele product kennis moet nemen waarover hij oordeelt – een standpunt dat door NRC en Van Zwol op de behandeling is onderschreven. Maar er kunnen omstandigheden zijn dat dat niet mogelijk is, aldus de Raad, en in dat geval moet de recensent zich ervan vergewissen niets belangrijks gemist te hebben.

Lees ook: de ombudsman over deze uitspraak van de Raad voor de Journalistiek

Schram zegt dat Van Zwol zeker acht minuten van het filmbegin heeft gemist, Van Zwol zegt hooguit 30 seconden te hebben gemist. De Raad stelt vast dat niet met zekerheid te zeggen is hoeveel minuten Van Zwol gemist heeft. Mede vanwege de feitelijke onjuistheid die daardoor is ontstaan, gevolgd door een negatief getoonzette passage in de recensie, oordeelt de Raad dat er journalistiek niet zorgvuldig is gehandeld.

Overigens meldt de Raad dat in het midden kan blijven „of Van Zwol al dan niet tot een andere mening over de film was gekomen” als hij ook het gemiste filmbegin had gezien.