Opinie

Met vertrek Buma kan CDA de discussie met zichzelf aangaan

Partijpolitiek

Commentaar

Het wordt leeg rondom premier Mark Rutte (VVD). Met de voordracht van CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma als burgemeester van Leeuwarden, zal deze belangrijke steunpilaar van het kabinet het Binnenhof snel verlaten. Buma was als hoofdonderhandelaar van het CDA in 2017 direct betrokken bij de opstelling van het regeerprogramma. Daarna was hij als fractievoorzitter één van de bewakers van de uitvoering van dit vierpartijenakkoord. Eerder vertrokken de architecten Halbe Zijlstra (VVD) en Alexander Pechtold (D66) al uit de nationale politiek.

Vanzelfsprekend leidt het vertrek van Buma tot speculaties over de gevolgen voor de coalitie. Samenwerking tussen maar liefst vier verschillende partijen is altijd al een ingewikkelde zaak. Als vervolgens drie gezichtsbepalers van de coalitie halverwege de wettelijke zittingstermijn van het kabinet niet meer aanwezig zijn, wordt het nog ingewikkelder. Vooral als de vertrekkers vervangen zijn door mensen die beschouwd worden als potentiële opvolgers van de partijleiders. Voor hen kan het voor hun toekomst noodzakelijke opbouwen van het eigen profiel de coalitie-eenheid in de weg staan.

Voor het CDA geldt dit trouwens in mindere mate. De verwachting is dat de nieuwe fractievoorzitter – wie dat ook zal worden – geen aspiraties heeft voor het toekomstig leiderschap van het CDA. Kandidaten voor deze functie moeten eerder worden gezocht binnen het kabinet in de personen van de ministers Wopke Hoekstra (Financiën), Hugo de Jonge (Volksgezondheid) en staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken). Maar ook dit kan repercussies hebben voor de coalitieverhoudingen.

Aan de andere kant: Nederlandse kabinetten kennen als gevolg van hun noodgedwongen diverse samenstelling altijd een door partijpolitiek gedreven spanning. Maar het is werkbaar gebleken. In de wereld staat Nederland nog altijd bekend als een stabiel geregeerd land. En zolang geen van de coalitiepartijen op dit moment belang heeft bij een vervroegde gang naar de stembus – bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in maart verloren met uitzondering van de ChristenUnie alle regeringspartijen – hoeft de verhuizing van Buma naar Leeuwarden niet onmiddellijk gevolgen te hebben voor het kabinet.

Gevolgen zal zijn vertrek zeker hebben voor het CDA, de partij die al lang niet meer de machtsfactor is van weleer. Buma, die in 2012 voor het eerst lijsttrekker werd, was vastbesloten zijn partij terug te brengen als spelbepaler. Dat is hem niet gelukt. Na het doldrieste avontuur met de PVV werd het gehavende CDA in 2012 buiten het kabinet gehouden. De daarop volgende oppositiejaren leverden in 2017 weliswaar electorale winst op maar deze is nu al weer gedeeltelijk verdampt. Buma probeerde met zijn cultureel-conservatieve verhaal, waarmee hij de zich op de flanken nestelende ‘boze burger’ tegemoet wilde treden, een nieuwe plaats voor het CDA te verwerven. Zonder resultaat.

Zelfs zijn eigen partij is niet overtuigd, getuige de recente oproep van een aantal (ex-) partijprominenten om duidelijker afstand te nemen van het populisme en te kiezen voor een offensiever klimaatbeleid. Anders gezegd: om niet door te gaan op de lijn-Buma. Maar hoe breed deze wens binnen het CDA wordt gedragen is vooralsnog onduidelijk.

Waar ligt de toekomst van het CDA? Voor die discussie is in het CDA met het vertrek van Buma in elk geval nu volop ruimte.