Met Camp keihard de ellende uitlachen

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: de schaamteloze vertoning van extravagantie is van alle tijden.
Illustratie Eliane Gerrits

Met een mengeling van fascinatie en ongeloof zag ik de beelden van de beroemdheden die bij het Met Gala, het jaarlijkse benefietgala van de modeafdeling van het Metropolitan Museum of Art, aankwamen. Het thema van het gala en de bijbehorende tentoonstelling was dit jaar camp, dus men kon helemaal losgaan met theatrale outfits. Kim Kardashian had zich in een korset laten rijgen waarin ze nauwelijks kon bewegen. Met haar onnatuurlijk dunne taille in een strakke jurk transformeerde ze haar lichaam tot een karikaturale Venus. Kort daarop beviel Kim van haar vierde kind, geheel in stijl – op afstand, via een draagmoeder.

Het thema camp is goed gekozen voor deze tijd waar alles ondersteboven is gekeerd, waar een clown met oranje haar in het Witte Huis zit. Camp draait alles om. Stijl boven inhoud, ironie boven tragedie, spel boven serieuze zaken, uiterlijk vertoon boven innerlijke moraal. Het verheerlijkt de lelijkheid die zo lelijk is dat deze weer mooi wordt. De schaamteloze vertoning van extravagantie in een wereld vol verdriet wringt. Maar dat is de bedoeling. Camp lacht de ellende keihard uit in het gezicht.

De tentoonstelling wordt begeleid door Notes on Camp, het beroemde essay van Susan Sontag uit 1964. In 58 notities probeert zij het begrip camp te vangen. Bijvoorbeeld, notitie nummer 10: ‘Camp ziet alles als tussen aanhalingstekens. Het is de verst doorgevoerde metafoor van het leven als een vorm van theater.’

Als de tentoonstelling één ding laat zien is dat camp van alle tijden is. Meteen in het begin staan we voor een volstrekt over the top schilderij van de übertopper Lodewijk XIV. Hij zou zo op de rode loper naast Lady Gaga hebben kunnen staan, zeker in deze perfecte paparazzipose. De bepruikte zonnekoning, gekleed in kant en brokaat, duwt zijn heup naar voren, strekt zijn been uit in een witte kous en toont trots zijn roodgevoerde schoen. Zijn kleding is even kostbaar als belachelijk, al helemaal in het perspectief van de armoede destijds. De in deze tijd zeer gewilde Louboutins, schoenen met hoge hakken, bekend van hun knalrode zool, zijn slechts een zwakke echo van zijn laarsjes.

De tentoonstelling voert ons langs portretten van Greta Garbo, Marlène Dietrich, Liza Minnelli en natuurlijk dandy Oscar Wilde. Een Caravaggio uit 1597 met musicerende jongens met wulpse lippen en een romige huid, Tiffanylampen, een foto van Robert Mapplethorpe, een zelfportret van Andy Warhol. Judy Garland zingt aan een stuk door Somewhere over the rainbow. Maar uiteindelijk voert alles naar de mode, een theatrale tentoonstelling van veren, fluweel, kraaltjes, glitter, plastic en bierblikjes. Notitie nummer 26: ‘Camp is kunst die zichzelf serieus voorstelt, maar niet helemaal serieus genomen kan worden omdat het ‘te veel’ is.’

Ik loop gelijk op met een jongeman. Op de bovenste helft van zijn oren zit een metalen sieraad. Zijn gemillimeterde haar is zilver geverfd. Hij draagt een rok van leer, een broek van kant, en ondanks de regen, een gewelfde kraag van roze papier-maché. Ik draag een plastic regencape.

We zijn twee figuranten in het theater van deze tijd.

Reacties naar pdejong@ias.edu