Opinie

Koons, Rembrandt en de stugge ongelijkheid

Column Menno Tamminga Rijke mensen worden nog rijker. Ondertussen is ongelijkheid, net als ‘de elite’, een voor-elk-wat-wilsbegrip geworden.

Menno Tamminga

Ongelijkheid? Dat is een peperduur konijn. Vorige week ging op een veiling van Christie’s een konijnsculptuur van Jeff Koons weg voor 91 miljoen dollar. Dat was een record voor een levende kunstenaar. Liever een Rembrandt? Het Rijksmuseum zou een bod voorbereiden op De vaandeldrager. Nu nog in bezit van de Franse familie Rothschild. Vraagprijs: 165 miljoen euro. Opmerkelijk: het Rijks hoopt geld in te zamelen via crowdfunding, of eigenlijk: elitefunding. Rijke Nederlandse belastingplichtigen kunnen toekomstige erfbelasting ‘afkopen’ door geld te steken in de aankoop van deze Rembrandt.

De kunstmarkt is een van de winnaars van de gegroeide vermogensongelijkheid. Vermogende mensen investeren hun kapitaal op markten die juist de afgelopen jaren klapper na klapper hebben beleefd, dankzij de winsthausse in het bedrijfsleven, de ultralage rente en belastingverlagingen.

Rijke mensen worden nog rijker. Dat zie je terug in de prijzen van aandelen, van bedrijven en de beloning van hun leidinggevenden en van luxe hebbedingetjes, van kunst tot superjacht. Nederlandse jachtenbouwers investeren gretig in extra capaciteit. Het is goed nieuws voor belastingadviseurs, trustbedrijven, makelaars in exclusieve villa’s en appartementen en belastingparadijzen. De rest van ons kijkt ernaar.

Lees ook dit achtergrondverhaal over rijkdom in Nederland

Groeiende ongelijkheid in inkomen en vermogen, en ook de perceptie daarvan, zijn brandende politiek-maatschappelijk onderwerpen.

Maar ongelijkheid is, net als ‘de elite’, een voor-elk-wat-wilsbegrip geworden. Vrij schieten voor de boze burger, de politicus en de columnist. Zoals de elite weinig fans heeft, zo hoor je zelden mensen juichen: leve de ongelijkheid.

Ongelijkheid is abstract, een getal. De Gini-coëfficiënt met drie cijfers achter de komma. Daarom zijn symbolen van ongelijkheid, zoals Koons’ konijn en de belastingaftrek voor de ultrarijke Rembrandt-financiers, een opsteker.

Daarom is de Parade van Pen, vernoemd naar de bedenker, econoom Jan Pen (1921-2010), zo’n briljante verbeelding van ongelijkheid. In een uur tijd zie je de hele bevolking langstrekken. De lengte van de passanten is maatgevend voor de ongelijkheid. In de parade van de vermogensongelijkheid zie je een tijdlang helemaal niks. Dat zijn de grote groepen mensen die meer schulden hebben dan vermogen. Aan het slot komen reuzen langs. Na een half uur passeert de Nederlander met 26.100 euro vermogen die evenveel rijkere landgenoten voor zich heeft als armere achter zich, in de 44ste minuut de Nederlander met het gemiddeld vermogen van 163.800 euro.

U kunt thuis uw eigen plaats in de rij opzoeken met uw definitieve belastingaanslag 2018.

Het goede nieuws is dat de vermogensongelijkheid in Nederland in 2017 een fractie lager was dan een jaar eerder, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het slechte nieuws is dat de ongelijkheid hier, na die in de VS, tot de hoogste behoort. Hoe dat kan, is raadselachtig.

Mogelijk speelt de belastingwetgeving een stimulerende rol in de scheve verhoudingen. Schulden maken is aantrekkelijk, omdat betaalde rente gemakkelijk aftrekbaar is. Wat opvalt bij de groep mensen met een negatief vermogen, is dat er onder hen de nodige zijn die wel aanzienlijke bezittingen hebben, maar nog veel hogere schulden, zodat zij in de Parade van Pen onder de grond verdwijnen.

Bij de woede over ongelijkheid is er soms ook bijval. Vorige week juichten naar schatting honderdduizend mensen Ajax toe na de landstitel. Enkele van de jonge mannen op het podium verdienen straks in één jaar hetzelfde als sommige fans in hun hele leven met werken.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.