De vissers leven naar Gods regels en die van Europa

Arnemuiden Vissermannen in het Zeeuwse Arnemuiden zijn „pisnijdig” over het verbod op pulsvissen. Het voelt alsof ze terug in de tijd moeten. „Vroeger had je geen één regel.”

Visserman Cas Caljouw in zijn werkplaats. Hij gaat niet stemmen bij de Europese verkiezingen. „Het is bouwen aan de Toren van Babel.”
Visserman Cas Caljouw in zijn werkplaats. Hij gaat niet stemmen bij de Europese verkiezingen. „Het is bouwen aan de Toren van Babel.” Ans Brys

Lieven Meulmeester was 14 jaar toen hij ging varen. In de visserij deed een jongen met de mannen mee. Dat was in 1960. Garnalen vangen, op de houten botter van zijn vader. Vijf dagen bleven de vissermannen van huis. Sommigen trokken hun kleren al die tijd niet uit.

In het Zeeuwse vissersdorpje Arnemuiden vertrekken de vissers nog altijd op zondagnacht naar zee. „In het donker vang je meer”, zegt Lieven Meulmeester (73). „Dat heeft ook met de zondagsrust te maken”, zegt zijn vrouw, Jacomina Meulmeester (72).

In Arnemuiden leeft de visser naar de regels van God.

Lieven Meulmeester was een visser met zeeziekte. Als het stormde, zegt hij, werd hij ‘katterig’. „Wat moest je dan? Bouwvakker worden, of lasser? Nee, je was visserman, dat was zo.” Zijn vader was visserman en diens vader ook. Van zijn twaalfde tot zijn veertiende was Meulmeester naar de visserijschool geweest, zoals alle visserszonen in het dorp. Hij voer tot zijn vijftigste.

Lieven en Jacomina zitten in de huiskamer, aan de rand van Arnemuiden. Aan de buitenkant is hun voordeur geel, aan de binnenkant zachtroze, net als het tapijt in de gang. Op de glazen salontafel liggen foto’s van schepen uit Arnemuiden – allemaal met ‘ARM’ op de boeg. Hier weten ze welke familie bij welk nummer hoort. Lieven Meulmeester heeft de ARM-18. Een blauwe kotter met gele masten.

Maar vorige week ging het niet zoals anders. De ARM-18 moest een dag langer in de haven blijven liggen. De satellietontvanger was kapot, daardoor werkte het volgsysteem niet. Van vissersboten wordt bijgehouden waar ze varen. „Vroeger had je geen één regel”, zegt hij.

In Arnemuiden leeft de visser ook naar de regels van Europa.

Waar de buitenwereld veranderde, bleef Arnemuiden zoals het vroeger was. Arnemuiden, sinds 1574 in het bezit van stadsrechten, is een van de laatste plaatsen in Zeeland waar klederdracht gedragen wordt. Visserman Cas Caljouw (60): „Arnemuiden is sinds de jaren zeventig steeds verder uitgebreid. We zitten bijna tegen Middelburg aan. Maar ik denk dat je hier geen Turk gaat vinden, bij wijze van spreken. Die voelen zich hier ook niet thuis. Vroeger was het gevoel nog sterker. Wij zijn een visserijgemeenschap en de rest moet buiten blijven. Dat wil niet zeggen dat je iets tegen een ander ras hebt.”

Klederdracht bleef, haven verdween

Door de lokale ondernemersvereniging wordt Arnemuiden nog aangeprezen als ‘gezellig vissersplaatsje’, al is er geen vissershaven. Arnemuiden verloor de directe verbinding met zee toen vaarwater het Sloe in de negentiende eeuw werd afgesloten. De vloot, die nog uit tien schepen bestaat, ligt in de haven van Vlissingen, op tien minuten rijden.

Caljouw loopt in zijn werkplaats, waar hij visnetten repareert. Hij is walschipper; zijn twee zonen zijn op zee, op de ARM-25. In de kast ligt een stapel bijbels en psalmboekjes van zijn vader, Daniël Caljouw. Hij was een geleerde man, zegt Caljouw. „Die had veel kennis van de Schrift.” Tot op het laatst, hij overleed twee jaar geleden, las hij boeken van voorvaderen uit de zestiende en zeventiende eeuw. Daniël, in het dorp noemden ze hem Doan, was visserman en 48 jaar lang ouderling. Hij gaf bijbelles. Hij ging op ziekenbezoek. En hij preekte, iedere zondag, soms drie keer.

Arnemuiden is verweven met de visserij.Ans Brys

Arnemuiden heeft vier kerken op de zesduizend inwoners. Ze zeggen hier dat God niet uit de visserijgemeenschappen verdwijnt, omdat de visser verweven en onderhevig is aan de natuur. De visser staat midden in de schepping.

Bij de Provinciale Statenverkiezingen in maart stemden in dorpshuis de Arne 40 procent van de Arnemuidenaren op de SGP. De dominee ondertekende de Nashville-verklaring.

De visser vaart uit om met meer vis dan zijn collega terug te keren. Vissermannen houden elkaar nauwlettend in de gaten. Ze weten wat de ander vangt. Caljouw: „Geen afgunst, maar competitie.” En begaat iemand in de visserijgemeenschap een misstap, dan wordt erover gesproken.

Lees ook hoe Europa het dagelijks leven beïnvloedt in een boerendorp

Begin jaren zeventig, toen Cas Caljouw met vissen was begonnen, had de visserman aanzien in Arnemuiden. De zee leek onuitputtelijk. Op het dek stond de vis je soms tot de knieën. „Elke vrijgezelle man van rond de twintig in Arnemuiden reed in een BMW.”

Maar biologen zagen dat de zee leeg raakte, en er kwamen visquota. „Toen begon de ellende”, zegt Caljouw. Hij had net een nieuwe kotter gekocht en zat tot „zijn nek in de schulden”. Vis, die ving hij zat, zegt hij, hij mocht er alleen de haven niet meer mee in.

Vissers probeerden hun te veel gevangen vis op andere manieren aan land te krijgen. Dat leidde tot een kat-en-muisspel met de inspectiedienst. In het geheim voeren ze ’s nachts naar kleine havens. Vis werd vervoerd in verhuisvrachtwagens. „Dat was de visserijcultuur hè”, zegt Caljouw. „Je zag het ook in andere vissersdorpen. We deden een beetje wat we zelf wilden. Vrijgevochten.”

Mobiele Eenheid op de kade

De inspectie zag ook dat de nieuwe regels niet de gewenste uitwerking hadden. „Ze gingen steeds strenger controleren”, zegt Caljouw. Als hij eind jaren tachtig de Vlissingse haven binnen voer, „stond de Mobiele Eenheid je op te wachten. Elk vissie werd geteld.” Dat pikten de vissers niet. In 1988 brak het visoproer uit. Mannen van de Mobiele Eenheid werden ingesloten door vissermannen. Banden werden lek gestoken, er brandde een auto uit. Op de basisschool in Arnemuiden werden kinderen van controleurs gepest door de kinderen van vissers.

„Maar die dingen van toen”, zegt Caljouw nog eens, „die doen we al lang niet meer.”

De vismijn in Vlissingen, een gebouw met witte bakstenen en blauwe kozijnen, ligt er verlaten bij. Alleen op vrijdagochtend wordt er gehandeld – al is maar de helft van de veilingbankjes bezet; grote handelaren bieden online. „Vroeger kon je dan pas zien wat de ander gevangen had”, zegt walschipper Joop Siereveld (67), afkomstig uit een van de grootste vissersfamilies van Arnemuiden en mede-eigenaar van de ARM-7 en ARM-44.

„Nu zie je wat de ander gevangen heeft”, zegt Foort Lokerse, „en kijk je ook gelijk wáár ze gevist hebben. Dan gaan ze daar ook heen.” Foort Lokerse (68), een man met grijze snor en leren bodywarmer, is al dertig jaar visveilingdirecteur.

Hoeveel er in Arnemuiden ook hetzelfde bleef, Europa was in de visserij niet buiten te houden. Europa bepaalt hoeveel vis ze vangen, welke vis, en hoe. De vissermannen zeggen wel dat ze „pisnijdig” zijn, al weten ze in Arnemuiden inmiddels ook dat je als Zeeuwse visser maar weinig in te brengen hebt.

De laatste klap kwam begin dit jaar. De Europese Unie verbood pulsvissen, met de instemming van het Europees Parlement. De Arnemuidse vloot vist sinds een paar jaar ook met zulke stroomstootjes. Dankzij deze methode vangen ze meer, en besparen ze bijna de helft (volgens de Nederlandse Vissersbond 46 procent) aan brandstof. Voor Lokerse en Siereveld is het duidelijk waarom andere Europese landen tegenstemden: afgunst. Alleen de Nederlandse vloot vist met puls. Vooral Frankrijk was fel tegenstander. Daar zijn de vissers volgens hen lang niet zo inventief.

Weer vissen met de boomkor

Voor de Zeeuwse vissers voelt het alsof ze terug in de tijd gedwongen worden. Ze moeten hun schepen weer ombouwen en met de boomkor gaan vissen. In februari schreven de Nederlandse Vissersbond en Visned premier Rutte. Siereveld heeft de brief meegenomen. Onderwerp: ‘Noodkreet Nederlandse kottervissers.’ Er staat dat Nederland een gidsland is „als het gaat om innovatie in de visserij”. „Het voortbestaan van de Nederlandse visserijsector is in gevaar als de pulsvisserij verboden wordt.” Siereveld vindt het „hoogst onfatsoenlijk” dat Rutte nooit antwoord gaf.

Ans Brys

Buiten schalt een auto-alarm. „Jouw auto?”, vraag Siereveld aan Lokerse. Hij zegt: „Nee joh, mijn auto heeft geen alarm. Ik ben geen visserman.”

Voor de vissers, zegt Lokerse, is het én, én, én met alle veranderingen. In de Noordzee worden windparken gebouwd. Siereveld: „Terwijl er nog geen wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de effecten onder water.” De Brexit. Lokerse: „Tussen de 40 en 50 procent van onze vangst komt uit Britse wateren.” En de aanlandplicht. Daardoor moeten ze alle vis straks meenemen naar de haven. Ook de ondermaatse, die nu nog overboord gaat en een overlevingskans heeft. „Ze willen camera’s op onze schepen hangen om ons te controleren”, zegt Siereveld.

Lokerse: „Je hebt natuurlijk elite die denkt dat ze voor iedereen kunnen beslissen.” Ook als het op dierenwelzijn aankomt. Een kennis met een viswinkel vertelde hem over een vrouw die een kreeft kocht. Om in de haven weer in het water te zetten. Ontstemd: „Dat gebéúrt, hè?” Dan, zegt Lokerse, begrijp je dus niks van visserij.

We leven toch in afhankelijkheid van onze schepper, zegt Siereveld. „Er is er toch een die beslist, die boven alles staat. We zijn niet alleen van mensen afhankelijk. We zetten niet al ons vertrouwen op het Europees Parlement hoor. Maar we hebben er wel mee te maken natuurlijk.”

Cas Caljouw rijdt in zijn zwarte Caddy door Arnemuiden, naar het monument voor vissers die verdronken. Een zeemansgraf is ook een graf, zegt hij, maar wel eentje dat je nooit kunt bezoeken. Bij elke passerende auto steekt hij zijn hand even omhoog. Over een man in een busje van Belisol (kozijnen en deuren): „Zijn vader zat in de visserij. Maar die familie is ook gestopt.”

Voor de Europese verkiezingen gaat hij niet naar het stembureau. Hij heeft het gehad met „die geldverslindende poppenkast. Het is bouwen aan de Toren van Babel.”

Al heel lang geleden lieten vissermannen hun geboortedatum op hun polsen tatoeëren. Zo zouden nabestaanden hun lichamen herkennen als ze levenloos werden teruggevonden in zee. De meeste vissers worden niet teruggevonden.

Cas Caljouw heeft een anker op zijn rechter onderarm. De inkt is vervaagd. „Zoiets zou je nu nooit meer laten zetten.” Hij probeerde de tatoeage te verwijderen door sneetjes in zijn huid te maken en er bolletjes caustic soda (ontstopper) in te stoppen. Nu zit er een litteken op het anker.

Op zee is hij nooit bang geweest, zegt Cas Caljouw. Bang zijn, dat was voor achterblijvers. Als het stormde, sliep zijn moeder met watten in haar oren zodat ze de wind niet langs het dak hoorde suizen.

Het monument voor vissermannen staat middenop het kerkhof. Vijf metershoge stenen, van zwart graniet, ze glimmen. Er staan 92 mannennamen op. En vanaf 1896 ook op welke ARM ze voeren. Cas Caljouw kent bij bijna elke naam het verhaal. De laatste steen is voor de vissermannen die nog op zee gaan verdrinken. Op zee achterblijven, noemen ze dat hier.

Vooralsnog staat er alleen een Bijbeltekst:

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde;

want de eerste hemel

en de eerste aarde was voorbijgegaan

en de zee was niet meer