Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Niets en nergens

Marcel van Roosmalen

Wij wonen naast een parkeerplaats, een geasfalteerde driehoek tussen achtertuinen en een serie garageboxen waarin handelaren hun goederen opslaan. Toen ik vorige week op een avond laat thuiskwam stond er een jongen tegen de houten schutting van onze tuin te pissen. Ik naderde hem tot op een paar meter, de fiets in de hand, en probeerde met een sleutel de poort te openen. De bewakingslamp sprong aan waardoor hij ongewild in een lichtbundel kwam te staan. Hij droeg een petje en leren jas met opdruk, waarvan ik alleen de woorden ‘fuck you’ kon zien.

Ik had wel eens iets beters gelezen, maar angstaanjagend was het niet. Hij was begin twintig, keek verstoord naar opzij en zei: „Hee.” Alsof het heel normaal was om tegen mijn schutting te pissen. Hij schudde de laatste druppels eruit en dook in een geparkeerde auto, een metallic grijze Opel Astra met deuk in de flank, waarin er nog twee met petjes zaten. De koplampen waren aan, uit de raampjes kwam een blauwe walm, ze dronken bier en rookten sigaretten. Wat moest je hier anders op een vrije avond? Het café aan de overkant was al dicht, misschien was ik als ik hier moest opgroeien van ellende ook wel in een auto tussen niets en nergens gaan zitten.

Een uur later, ik moest de vuilnisbak met oranje deksel alvast aan de straat zetten, stond de auto er nog. Er zaten er inmiddels vier in.

Ze zaten mee te zingen en te gebaren met ‘Bloed, Zweet en Tranen’, de versie van Silver Metz, een jongen van negen die door Danny de Munck is gelanceerd als een jongere versie van zichzelf en die ik op YouTube een vol Museumplein zag toezingen bij de huldiging van Ajax.

Ik sleurde de vuilnisbak met de oranje deksel naar de straat. Ze hadden de ruitenwissers ook aangezet, zag ik op de weg terug. Een van de jongens viel uit de auto. Hij krabbelde overeind, keek naar mij en liep vervolgens helemaal naar de garageboxen om daar tegen een deur te gaan plassen, in het voorbijgaan groette hij vriendelijk.

Je moest door de treurigheid heen willen kijken, maar misschien was dit wel gewoon geluk op een paar vierkante meter. Misschien kijkt er over twintig jaar wel iemand met voldoening terug op een geweldige avond met vrienden in een Opel Astra op een parkeerterrein in Wormer, maar waarschijnlijk is dat niet.

Onopgemerkt is het in ieder geval niet gebleven.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.