Recensie

Recensie Theater

Met 10.000 bewegingen de vluchtigheid van dans vatten

Spring Utrecht Het openingsweekend van Spring Performing Arts Festival in Utrecht roept soms een glimlach op, dan weer irritatie of ontroering.

Attractor van onder meer Dancenorth en Lucy Guerin Inc.
Attractor van onder meer Dancenorth en Lucy Guerin Inc. Foto Gregory Lorenzutti

Een monument voor de vergankelijkheid – met een dergelijke fijne tegenstrijdigheid weet danser en choreograaf Boris Charmatz wel raad. In 10000 gestures schotelt hij het publiek tijdens het openingsweekend van het festival Spring Utrecht in een uur 10.000 bewegingen voor, waarvan er geen één beklijft. Want dat is dans, de vluchtigste der kunsten: de beweging bestaat alleen op het moment zelf. Mozarts Requiem is de gepaste begeleiding die de Franse choreograaf koos voor een schier oneindige stroom gebaren die sterven zodra ze het levenslicht – het theaterlicht – hebben gezien.

Overigens is de tienduizendste beweging (400 voor ieder van de 25 dansers) al binnen en half uur gepasseerd, aldus de choreograaf, maar dat maakt niets uit. De structuur van 10000 gestures biedt weinig houvast en veel willekeur. Door de dansers vrije hand te geven in het bepalen van hun bewegingen, geeft Charmatz, heel postmodern en ouderwets Springsprongerig, het auteurschap uit handen.

Samen creëren de in ondergoed, ninja- of circuspakjes uitgedoste dansers een sensatie van een sneeuwstorm van bewegingen. Ze buitelen door en over elkaar met klassieke poses tot gebaren uit het dagelijks leven, alles tussen baren en schieten met een geweer. Het roept soms een glimlach, dan weer irritatie op, bijvoorbeeld als de dansers onbedaarlijk krijsen tijdens het Agnus Dei. En alles bij elkaar toch een zekere ontroering: zie de mens.

Dat bewerkstelligt Attractor van Gideon Obarzanek en Lucy Guerin niet. Hun groepswerk past in de ‘tribale trend’ van choreografen die het fenomeen van het ritueel onderzoeken, op zoek naar een moderne versie. De twee Australiërs doen dat samen met het Indonesische duo Senyawa. De grommende en gierende klanken die zanger Rully Shabara en instrumenalist Wukir Suryadi voortbrengen, maken meer indruk dan de wat brokkelige choreografie, die netjes binnen de lijntjes blijft en nergens de stuwende kracht krijgt die je van een groepsritueel zou verwachten.

Overigens was er een tegenvaller voor degenen die dachten in Spring de camp van het Eurovisie Songfestival te ontvluchten. Vincent Riebeek doet in One of a kind nog een schepje bovenop het lhbtiq+-feestje. Met maskers en verkleedpartijen wordt de grens tussen de seksen irrelevant verklaard, net als die tussen kunst en amusement. Die tussen goede en minder goede voorstellingen blijft gewoon bestaan en hoewel amusant, was dit zeker niet Riebeeks beste.