Recensie

Recensie Muziek

Kuusisto valt op door feilloos gevoel voor sfeer

Sibelius Festival Het Rotterdams Philharmonisch wijdt een festival aan componist Sibelius. Violist Pekka Kuusisto betoonde zich een muzikale rasverteller.

Dirigent Jukka-Pekka Saraste Foto Guido Pijper
Dirigent Jukka-Pekka Saraste Foto Guido Pijper
    • Joep Stapel

Liefhebbers van Sibelius kunnen dit seizoen hun hart ophalen in Rotterdam, waar verdeeld over twee festivalweekenden (het tweede eind november) onder meer alle symfonieën van de Finse componist worden uitgevoerd. Ook is er aandacht voor zijn liederen en kamermuziek. Het Rotterdams Philharmonisch heeft specialisten aangetrokken, zoals dirigent Jukka-Pekka Saraste. Maar het was violist Pekka Kuusisto die op de openingsvrijdag de meeste indruk maakte.

Dat begon al met een ongedwongen middagconcert met kamer- en volksmuziek. Kuusisto vertolkte met pianiste Heini Kärkkäinen de Sonatine en de Vijf landelijke dansen van Sibelius, afgewisseld met traditionele liederen door zangeres Ilona Korhonen en kantele-speelster Pauliina Syrjälä. De bedwelmende, subtiele liederen uit de noordoostelijke streek Karelië vormden een katalysator in Sibelius’ ontwikkeling tot boegbeeld van de nationale Finse cultuur. De hypnotiserende klanken van de kantele, een soort citer, hoorde je duidelijk terug in het dartele en iriserende spel van Kuusisto.

In het avondconcert zorgde Kuusisto ook voor een hoogtepunt met zijn interpretatie van de Zes humoresken, opus 87 & 89. Waar Sibelius’ Vioolconcert een bravoure-hit is, leidt deze suite van fijnzinnige kleinodiën een tamelijk anoniem bestaan. Rasverteller Kuusisto speelde losjes en licht, met een feilloos gevoel voor sfeer. Als toegift speelde hij een eeuwenoude Finse dans – opzwepende muziek die door Kuusisto’s fluisterbenadering nog spannender werd.

Violist Pekka Kuusisto speelt een lied uit Karelië.

Veel minder fijnzinnig ging dirigent Saraste te werk. Hoewel zijn spierballenaanpak tot imposante momenten leidde, brak gebrek aan subtiliteit zijn interpretatie op. Sibelius’ compacte megahit Finlandia, lijfstuk van de Finse onafhankelijkheid, vraagt om spierballen. De koperfanfares klonken fel en gemeend, de strijkersklank gonsde voluptueus. De ritmische accenten waren scherp gearticuleerd, ook al stonden niet alle noten steeds onder elkaar. Toch bekroop je het gevoel dat Saraste zijn kruit verschoten had: het basisvolume was zo luid dat de climaxen niet goed uit de verf kwamen.

Bruno Bonansea zette de Eerste symfonie in met een mooi gespeelde klarinetsolo. Het daaropvolgende tutti was verpletterend. Sarastes diepgaande kennis van Sibelius’ oeuvre is evident, maar de beperkte dynamische bandbreedte van zijn vertolking werkte eenvormigheid in de hand. Hopelijk was ook Saraste onder de indruk van het magische pianissimo van zijn landgenoot Kuusisto en keert hij in november terug met nieuw elan.