Hun voetbalavontuur in Marokko eindigde in een nachtmerrie

Marokkaans voetbal Via Mounir El Hamdaoui kwamen ze terecht bij Chabab Rif Al Hoceima. Drie maanden later stonden ze op straat, onbetaald. Hoe een groep Nederlandse profs werd weggepest uit Marokko.

Illustratie Peter Lipton

Hun bestemming lijkt er een uit een toeristenbrochure. De stad Al Hoceima is tegen de rotsen aan gebouwd en ligt aan een azuurblauwe baai waar vissers dagelijks de Middellandse Zee opvaren. De stranden zijn weids, de pleinen vol leven. Tot ’s avonds laat flaneren burgers er langs bars en restaurants. In de verte lonken heuvels met olijfbomen, daarachter het Rifgebergte.

Het leven is mooi, denken ze met elkaar. Het is juli 2018 en zeven Nederlandse voetballers poseren lachend voor een groepsfoto die later op de Facebookpagina van de club Chabab Rif Al Hoceima verschijnt. De deal is rond: komend seizoen spelen ze in de eredivisie van Marokko, het land waar vier van hen hun roots hebben liggen.

Ook financieel is het een interessante stap. Hun jaarsalarissen bedragen tussen de 60.000 en 100.000 euro netto, meer dan de meesten bij clubs in Nederland hebben verdiend. Verder is er altijd zon en is de trainer een Marokkaanse Nederlander. Daarbij is er nog een belangrijke reden om het avontuur aan te gaan: de aanwezigheid van Mounir El Hamdaoui.

El Hamdaoui is zowel in de Nederlandse als Marokkaanse voetbalwereld een bekendheid. Hij groeide op in Rotterdam, maakte faam bij clubs als AZ en Ajax en kwam tot vijftien interlands voor Marokko voordat hij zich in de zomer van 2018 ging toeleggen op een carrière buiten het veld. CR Al Hoceima, de club uit de geboortestad van zijn ouders, had hem gevraagd een nieuw elftal te formeren. „Ik bepaal wie hier een contract krijgt”, horen de spelers hem aan de onderhandelingstafel zeggen.

El Hamdaoui, in de zomer van 2018 zonder club, werkt samen met zijn Rotterdamse vriend en oud-medespeler Juanito Sequeira, die dan een beginnend voetbalmakelaar is. Samen hebben ze de spelers in Marokko uitgenodigd en staan ze ertussen als het Nederlandse gezelschap in juli op de foto gaat. Al Hoceima is bepaald niet naast de deur, maar de aanwezigheid van El Hamdaoui stelt de spelers gerust. Zijn woord lijkt wet.

Toch gaat het mis.

Wat zich in de maanden erna afspeelt, omschrijven de spelers tegenover NRC als een nachtmerrie. Ze krijgen geen cent betaald, mogen niet meer meetrainen en komen erachter dat er met hun contracten is gesjoemeld. Van aangetekende brieven in het Arabisch tot intimiderende gesprekken met bestuurders en notarissen: alles doet de club eraan om de ‘Hollanders’ weg te jagen.

El Hamdaoui is dan al vertrokken. Nadat de spelers per toeval op internet hebben gelezen dat hij zijn voetbalcarrière heeft hervat, horen ze niets meer van hem, terwijl zijn vriend hen blijft appen. De berichten gaan vaak over geld. Want het duo zou ook aan de spelers gaan verdienen. El Hamdaoui mocht volgens hemzelf slechts kortstondig clubadviseur zijn geweest, volgens de spelers wensten hij en Sequeira ook commissie te ontvangen over de afgesloten contracten.

Hoe een groep Nederlandse voetballers werd weggepest uit Marokko.

Hoofdstuk 1: Geblokkeerde hotelpasjes

Al hobbelend rijdt de spelersbus van CR Al Hoceima langs de afgronden. Het is eind juli, de spelers zijn op weg naar een vier wekend durend trainingskamp in Tanger. Omdat er in de bus meer passagiers dan stoelen zijn, zitten sommigen zes uur lang in het gangpad. Zoals een van de Nederlandse spelers later zegt: „Je bent toch in Afrika.”

Van de zeven hebben er drie al eens eerder in het buitenland gespeeld: Guy Ramos (33), Toni Varela (32) en Mawouna Amevor (27). De andere vier, toevallig degenen die ook een Marokkaans paspoort hebben, niet. Rafik El Hamdi (25) en Abderrahim Loukili (27) hadden geen club meer toen ze door CR Al Hoceima werden benaderd. Karim Loukili (22) en Abdelmalek El Hasnaoui (25) leverden hun contracten bij FC Utrecht en FC Eindhoven in om in het land van hun ouders te voetballen.

De vooruitzichten zijn mooi, al hebben de spelers ten tijde van het trainingskamp nog altijd niet hun tekengeld ontvangen. Dit bedrag krijgen voetballers na het sluiten van een deal en komt in dit geval neer op zo’n 10.000 tot 20.000 euro per speler. Als ze ernaar informeren bij El Hamdaoui, die ook in Tanger is, zegt hij wat hij nog vaak zal herhalen: „Het geld komt eraan.”

De spelers geloven hem. Wel kijken ze vreemd op als ze hun hotelkamers niet meer binnenkomen. Bij de receptie horen ze dat de rekening niet is betaald en dat het team moet vertrekken. Woest belt El Hamdaoui naar het clubbestuur, maar niemand neemt op. Pas ’s avonds, na een dag buiten wachten, keren de spelers per bus terug naar Al Hoceima.

Bij de club is een bestuurscrisis uitgebroken. De voorzitter is via een coup afgezet door zijn medebestuursleden, die, zo blijkt later, helemaal niet zo enthousiast zijn over al die Hollanders bij de club, El Hamdaoui incluis. Hoewel El Hamdaouis positie zal verslechteren, houdt hij tegenover de spelers vol dat ze voor de eerste competitiewedstrijd (25 augustus) hun tekengeld hebben. „Honderd procent.”

Half augustus krijgen de spelers een week vrij, vanwege het Offerfeest. De eerste competitiewedstrijd is nabij, maar desondanks hoeven de spelers zich pas de avond ervoor te melden. De meeste Nederlanders vliegen, op eigen kosten, naar huis. Terug in Marokko worden ze overlopen door Raya Casablanca. Ze zijn niet fit en verliezen met 6-0. Verdediger El Hamdi had zich van tevoren met liesklachten gemeld bij de verzorgers, maar tot zijn schaamte hadden ze hem een zetpil gegeven. Een cultuurshock.

El Hamdaoui is dan nog in Nederland. Hij moest nog wat dingen regelen, liet hij de spelers weten. Enkele dagen later blijkt wát. In een café attendeert Mawouna Amevor de anderen op een internetbericht. Ze lezen dat El Hamdaoui meetraint bij zijn oude club Excelsior én dat hij ontkent dat hij in Marokko technisch directeur was. „Ik ging daar naartoe en ze vroegen of ik ze wilde helpen met spelers”, lezen ze op hun telefoons. „Dat heb ik gedaan en that’s it.”

De spelers zijn verbaasd. Dit is niet wat hij hun heeft voorgespiegeld. In de pers stond toch dat hij was gestopt? En hoe zit het dan met hun salarissen die nog altijd niet betaald zijn? En met hun contracten die hij al een maand in bezit heeft? Komt hij nog terug?

Het zijn vragen die er voor Guy Ramos niet meer toe doen. Hij is door blessures dermate lang uit de roulatie geweest dat hij volgens Marokkaanse reglementen niet speelgerechtigd is: hij keert terug naar huis. Voor de anderen zijn ze des te relevanter. Zeker als vier van hen op 5 september worden geconfronteerd met een opmerkelijke boodschap: de club wil van hen af, ze zouden niet goed genoeg én te duur zijn. De andere twee, Karim Loukili en Abdelmalek El Hasnaoui, krijgen nog eens kans.

Hoofdstuk 2: ‘Wanneer kunnen we weg?’

De entree van hun kantoor is behangen met voetbalshirts. Elf tenues, van de beste elf spelers op het continent. Ronaldo. Messi. Mbappé. Modric. Spelers die de vakbond lang niet zo hard nodig hebben als degenen die Louis Everard en Roy Vermeer soms in paniek aan de lijn krijgen.

Everard is directeur van de Nederlandse spelersvakbond VVCS, Vermeer werkt een etage hoger als jurist bij de mondiale vakbond FIFpro. Samen fungeren ze op gezette tijden als een alarmcentrale voor voetballers in nood, en weten ze als geen ander dat een contract in het buitenland een keerzijde kan hebben die spelers bij ondertekening liever negeren. Hoe verder van Nederland, des te slechter de arbeidsomstandigheden, een paar landen uitgezonderd.

Eens werden ze benaderd door een Nederlandse spits die in Istanbul zijn appartement niet meer inkwam, wiens spullen in een bezemhok onder de tribune waren gegooid waar volgens Everard de ratten doorheen liepen. Vermeer bood dit seizoen hulp aan een Ghanees van negentien die door een Albanese club uit zijn hotel was gezet, het enige hotel in de omgeving. „De jongen had nog drie maandsalarissen van 500 euro tegoed. Via Booking.com heb ik hem twee weken in een hotel in Tirana ondergebracht.”

Als misstanden ernstig genoeg zijn, spannen Everard en Vermeer namens spelers een zaak aan bij de Dispute Resolution Chamber van wereldvoetbalbond FIFA, een soort rechtbank in het internationale voetbal. Dat levert soms succes op, al kunnen zaken ook verzanden in een oneindig bureaucratisch proces. Zoals bij een Nederlandse verdediger die ze inmiddels acht seizoenen bijstaan om bijna twee ton aan achterstallig salaris te claimen van zijn Bulgaarse ex-club.

Nu, begin september 2018, zit niet één speler maar een hele groep in de problemen. Marokko.. geen salaris.. Oef, denkt Everard als hij het appje uit Marokko leest, dat wordt wat.

Eerst wil hij gegevens hebben. Adressen, telefoonnummers, bruto-netto salarissen, de hoogte van de tekengelden. Daarmee kan hij hun club in gebreke stellen. Maar de spelers, antwoorden ze, weten niet precies wat ze verdienen. Nadat El Hamdaoui hun contracten had meegenomen, hebben zij de papieren niet meer gezien. Een kopie hebben ze nooit ontvangen, een foto van de documenten evenmin.

„Wanneer kunnen we terug naar Nederland?”, appt een van de spelers. „De jongens zitten er mentaal helemaal doorheen. Moeten we hier blijven?”

Illustratie Peter Lipton

Dit is waar de voetbalwereld zich onderscheidt van andere sectoren: spelers kunnen niet zomaar vertrekken. Volgens FIFA-reglementen riskeren ze contractbreuk en een bijbehorende straf, namelijk dat zij de club de resterende contractwaarde moeten betalen in plaats van andersom. Pas na twee onbetaalde maandsalarissen en een deadline van vijftien dagen mag een speler weg. „Niet uit te leggen”, vindt Vermeer. „Als ze mij een maand niet betalen, kom ik niet meer. Dat vindt niemand gek.”

Op 14 september verstuurt de vakbond een eerste waarschuwingsbrief naar CR Al Hoceima: de club moet zo snel mogelijk de salarissen over juli en augustus betalen, plus de tekengelden. Voor de spelers hebben ze ook een mededeling: het wordt de komende tijd niet gezellig.

Hoofdstuk 3: ‘Schaam jij je niet?’

Aan de Middellandse Zee is de sfeer verslechterd. De spelers leven van hun spaargeld en zien dat hun perspectief verslechtert wanneer de nieuwe voorzitter na zijn komst meteen zijn stempel op de club drukt: hij ontslaat de Nederlands-Marokkaanse trainer Simon Ouaali en trekt liefst tien nieuwe spelers aan. Om plaats te maken in de selectie stelt de man voor dat de Hollanders vertrekken, in ruil voor twee maandsalarissen, zonder tekengeld. „Beschouw het als een lange vakantie”, zegt hij in gesprek met Rafik El Hamdi en Abderrahim Loukili. De spelers peinzen er niet over. Zo makkelijk laten zij zich niet afschepen.

Als enkele dagen later ook de tweede competitiewedstrijd verloren (1-4) gaat, worden de Nederlanders wederom ontboden. Het is dan zaterdagavond 15 september. Uit een opname van dat gesprek, beluisterd door NRC, blijkt hoe bestuursleden de spelers intimideren. Vooral een van de verdedigers moet het ontgelden. „De tegendoelpunten zijn jouw schuld”, zeggen de bestuurders. „Schaam je je niet? Ik zou lopend teruggaan naar Nederland, uit schaamte.”

Ook de nieuwe trainer, de Spanjaard Pedro Benali, zit erbij. Als de verdediger hem bij zijn voornaam aanspreekt, schiet de man uit zijn slof.

Benali: „Noem mij niet zo.”

De verdediger: „Hoe moet ik u dan noemen?”

Benali: „Noem mij meneer.”

In het 45 minuten durende gesprek gaat het van kwaad tot erger. Zeker als de brief van vakbond VVCS op tafel komt. De mannen eisen dat de spelers Louis Everard opbellen.

Een speler: „Dat is niet hoe mensen in Nederland werken. Daar bel je niet op dit tijdstip. Het is daar uren later dan hier.”

De bestuurder: „Bel hem.”

De speler: „Ik bel hem morgen.”

De bestuurder: „Mijn advocaat is mijn advocaat. Als ik een probleem heb, op welk tijdstip ook, bel ik hem.”

De speler: „Waarom moet ik hem bellen? Bellen jullie hem maar.”

In plaats daarvan beginnen de mannen te schelden. Als de speler wegloopt, wordt hij door een van de mannen bij zijn pols gegrepen en het gebouw uitgewerkt.

Na het gesprek appt de speler Louis Everard: „We moeten hier weg. Anders kan het verkeerd aflopen.”

In de dagen erna vraagt de club de spelers meerdere keren om (Arabische) documenten te ondertekenen. Ze denken dat het een ontbindingsvoorstel betreft, maar geen van hen beheerst het Arabisch. Frans, de tweede taal, spreken ze ook niet. Er volgen nog meer pesterijen. Ze mogen niet meer meetrainen, rennen rondjes om het veld, tot hun ook dat wordt verboden. Andere keren wordt hun niet verteld hoe laat de spelersbus naar het trainingscomplex vertrekt. Als ze vervolgens toch de juiste tijd achterhalen, mogen ze de bus niet in en moeten ze wéér opdraven in het clubkantoor.

Ook van dat gesprek bestaat een opname:

„Luister. Jullie zijn geen spelers van Hoceima meer (…) Jullie contract is ontbonden. Luister niet naar jullie advocaat. Hij weet niet wat er aan de hand is. Ga nu alsjeblieft. (…) Jullie zijn uitgeschreven bij de Marokkaanse voetbalbond en jullie horen niet meer bij deze club. (…) Jullie hebben een probleem. Een groot probleem.”

De VVCS stuurt intussen waarschuwingen, schakelt een Frans-Marokkaanse advocaat voor de spelers in en benadert de Marokkaanse voetbalbond, maar helpen doet het nauwelijks. De voorzitter van CR Al Hoceima stuurt de vakbond een scherpe brief terug. De spelers vertonen „slecht gedrag”, zijn „technisch zwak”, „presteren slecht” en hebben inmiddels drie grote nederlagen veroorzaakt. Hij stelt voor dat ze vertrekken na betaling van hun salaris tot en met december. „Deze spelers kunnen het niveau niet aan.”

De spelers worden wanhopig. Terwijl ze zien dat Mounir El Hamdaoui inmiddels weer minuten maakt in de Nederlandse eredivisie, krijgen ze te maken met deurwaarders en notarissen en dreigen ze uit het wooncomplex van de club te worden gezet. Juanito Sequeira, de vriend van El Hamdaoui, komt nog één keer naar Marokko, maar merkt naar eigen zeggen dat hij niks voor de jongens kan betekenen. Wel blijft hij regelmatig informeren of ze al geld hebben gehad. Dat zijn appjes alleen maar over geld gaan, doet de spelers besluiten om niet meer te reageren.

Ze hebben grotere zorgen: hun contract. Omdat ze nog steeds niet over officiële documenten of een kopie daarvan beschikken, stappen ze naar de Marokkaanse voetbalbond in Rabat. Acht uur zullen ze onderweg zijn, in een gehuurde auto, maar de spelers hebben alles over voor een beetje helderheid in het schimmenspel waarin ze zijn beland.

Nee, we hebben jullie contracten niet, zegt een receptioniste van de bond. Wanneer ze na een bord sushi nog eens teruggaan, vindt een andere medewerker de papieren wel. De spelers zien het meteen: er is met hun contracten gesjoemeld. Ingangstermijnen zijn gewijzigd (nota bene met pen), terwijl er complete pagina’s lijken te zijn toegevoegd. Waarom bevat het voorblad geen sporen van verwijderde nietjes en de achterste pagina wel? Ook parafen zijn volgens de spelers vervalst.

Ze zijn geschokt. Want als deze mensen niet schromen een contract te vervalsen, denken ze, wat is dan de volgende stap?

Hoofdstuk 4: De nasleep

Als de vakbond hun in oktober uiteindelijk groen licht geeft voor vertrek, weten de spelers niet hoe snel ze op het vliegtuig moeten stappen. Terug bij hun ouders liggen sommigen dagenlang tot drie uur in bed. Uitgeteld én kwaad. Want wat hen is aangedaan, zullen ze niet vergeten. Ze voelen zich in de steek gelaten door een oud-voetballer die voor zichzelf koos toen de situatie in Marokko penibel werd. El Hamdaoui liet hun niets meer horen en reageerde evenmin op een contactverzoek van de VVCS. Zoals een van de spelers zegt: „Het had al zoveel uitgemaakt als Mounir één keer sorry had gezegd.”

Enkele van de betrokken spelers vrezen dat hun profloopbaan door dit mislukte seizoen ten einde is. Hoewel sommigen in de winter aansloten bij topamateurclubs, hebben ze dit jaar nauwelijks competitiewedstrijden gespeeld, waardoor ze voor profclubs minder interessant zijn. Om alsnog hun geld van CR Al Hoceima te krijgen, zijn ze aangewezen op arbitragezaken. Twee spelers hebben een zaak aangespannen via de FIFA, twee via de Marokkaanse voetbalbond. In beide gevallen kan het jaren duren voordat er een uitspraak ligt.

„Ze zeggen weleens tegen mij dat ik jongens moet tegenhouden”, zegt vakbondsvoorzitter Louis Everard. „Maar als je geen club hebt en een goed salaris kunt krijgen, dan is het niet gek dat je een kans waagt. Dit zijn jonge jongens in den vreemde, die keurig hun verplichtingen zijn nagekomen. Het is schandalig wat hun is aangedaan.”