Hij scheldt, jij steekt en ‘zomaar’ eist ze tbs

Wie: Levi (24)

Kwestie: Poging tot doodslag bij speeltuin

Waar: Rechtbank Zwolle

Op de stoep vlakbij de speeltuin ging het mis. Daar heeft Levi op een zomerse zondagmiddag een fietser in zijn buik gestoken. Die fietser was zo onhandig geweest om ‘hé junkie’ te roepen toen hij een joint had opgestoken.

De verdachte (24, pluizig sikje, glanzend blauw trainingspak van Puma) bekent het alsof hij een frietje bestelt. Zelfverdediging, beweert hij. Maar dat gaat er bij de rechtbank niet in. Drie omstanders hoorden u schelden, zegt de rechter. ,,Die zagen u schoppen, vechtbewegingen maken, met een mes steken. En u rende hard weg toen het slachtoffer bloedend op de grond lag.”

„Klopt niet”, zegt Levi met stalen smoel. „Die getuigen zijn bekenden van het slachtoffer. Hij gaf me een trap in mijn buik toen ik zei ‘ga weg, ik ben net vrij’. Hij zei: boeit me niet. En toen begon hìj te slaan. Ik heb me met de handen verweerd.”

Het slachtoffer – de buikwond werd hem bijna fataal – heeft rechtsomkeert gemaakt toen hij de tribune volgepakt zag zitten met studenten. Volgens hem trok de verdachte direct een mes. „Een klapmes”, weet de voorzitter. „U begon ermee te zwaaien. En toen gebruikte hij de fiets als schild om zich te beschermen.”

„Hoezo? Het mes was nog dichtgeklapt. Hij pakte de fiets om mij mee te slaan. Ik verdedigde me.”

„Dat spreken de getuigen tegen. En de arts ook. Die zegt dat het letsel niet past bij uw verhaal. Wat zegt u daarop?

„Dat ’t niet zo is. Want ’t is niet zo.”

Hoe pakte het slachtoffer de fiets, wil een andere rechter weten.

„Weet ik veel, houd d’r eens over op!”

De bijzitter, nijdig: „Wilt u uw toon matigen? Dit is geen kattenpis. Het is mijn plicht u te ondervragen. Steeds zegt u: wat anderen zeggen klopt niet, alleen wat ik zeg klopt. ”

Al de hele zitting ergeren de magistraten – alle vier vrouw – zich aan de krompraat van de verdachte. En dan is het dwaalspoor nog niet aan bod geweest. Vlak na de steekpartij gaf een vriend van de verdachte zichzelf aan bij de politie. Is hij door u onder druk gezet, wil de rechter weten, of door uw vriendin? Levi haalt zijn schouders op. „Weet ik veel. Ik wilde nog een weekje buiten blijven, m’n kleintje zien.”

De verdachte moest al jong voor zichzelf zorgen. Zijn vader sloeg hem, zijn moeder was verslaafd aan crack. Daardoor vertoont Levi kenmerken van borderline, schrijven een psychiater en psycholoog, en kampt hij met een persoonlijkheidsstoornis en wietverslaving. Ze achten hem verminderd toerekeningsvatbaar en adviseren, net als de reclassering, behandeling in een kliniek – als bijzondere voorwaarde bovenop een celstraf. Zonder gaat hij weer de fout in.

Maar de vraag is of deze recidivist zich wel laat behandelen. De reclassering noemt Levi ook „ongrijpbaar” en zijn psychiater sluit niet uit dat hij liever zijn voorwaardelijke straf uitzit dan dat hij zich vrijwillig laat behandelen. Eerdere behandelpogingen mislukten. „Ik was er niet aan toe”, zegt Levi daarover: „Mijn moeder zat opgenomen bij drugsverslaafden. Ik zie mezelf niet graag zitten tussen psychisch gestoorden.”

‘Verdachte is een lopende tijdbom. De maatschappij moet beschermd worden.’

Lopende tijdbom

Het leidt ertoe dat de officier van justitie een ongebruikelijke stap zet. Tegen alle adviezen in eist ze tbs met dwangverpleging naast twee jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag. Ze vindt dat Levi verplicht behandeld moet worden. „Verdachte is een lopende tijdbom”, motiveert ze: „De maatschappij moet tegen hem beschermd worden.” Zijn jonge leeftijd en het feit dat hij first offender is als het gaat om doodslag maakt ze daaraan ondergeschikt. „Ik wil een gegarandeerde behandeling, we mogen geen risico nemen.”

„Die had ik niet zien aankomen.” De advocaat valt stil. Zijn cliënt werd aangevallen en ging door het lint. „Hij had natuurlijk nooit mogen steken.” Maar tbs met dwangverpleging en „ingaan tegen alle deskundige adviezen” ontraadt hij de rechtbank met klem. Een deels voorwaardelijke celstraf van 30 maanden lijkt hem meer gepast. „Met als bijzondere voorwaarde behandeling in een kliniek van een jaar of langer.”

Tien dagen later bepaalt de rechtbank dat „het onderzoek naar de persoon van de verdachte wordt heropend.” De reclassering moet rapporteren over „de haalbaarheid en noodzaak van een tbs-maatregel en op te leggen voorwaarden”. Op een vervolgzitting zullen de psychiater, psycholoog en reclasseringsmedewerker worden ondervraagd.