Waar kan én wil een slachtoffer zich melden?

Wangedrag aan universiteiten Universiteiten doen te weinig aan de naleving van hun eigen gedragscodes. Machtsmisbruik kan zo lang doorgaan. Een onafhankelijke ombudsman kan zorgen voor beterschap.

Uit NRC-onderzoek bleek dat het systeem van vertrouwenspersonen op de UvA jarenlang slecht functioneerde.
Uit NRC-onderzoek bleek dat het systeem van vertrouwenspersonen op de UvA jarenlang slecht functioneerde. Foto Koen van Weel/ANP Xtra

Eén aspect valt Eric Fischer telkens weer op. De emeritus hoogleraar bedrijfsgeschiedenis werd de afgelopen jaren als interim-decaan op verschillende universiteiten aangesteld bij afdelingen waar machtsmisbruik en wangedrag de cultuur verziekten. En steeds constateert hij: „Het is ondenkbaar dat besturen hier niks van afwisten. Universiteiten hebben fantastische kernwaarden en prachtige codes. Maar aan de naleving ervan wordt veel te weinig gedaan.”

Lees ook: Bij hoogleraar B. moesten de vrouwen hakken dragen

Deze week publiceerde NRC over jarenlang wangedrag en machtsmisbruik door een hoogleraar bij de vakgroep arbeidsrecht van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De man vertrok vorig jaar oktober nadat een onafhankelijke commissie oordeelde dat er sprake was geweest van grensoverschrijdend gedrag.

Uit het NRC-onderzoek bleek ook dat het systeem van vertrouwenspersonen op de UvA jarenlang slecht functioneerde. Vorig najaar, na het vertrek van de hoogleraar, versterkte de universiteit haar netwerk van vertrouwenspersonen. Maar zijn die voldoende toegerust om misstanden te signaleren en aan te pakken?

Nee, denkt Fischer. „De meeste vertrouwenspersonen zijn onderdeel van het systeem en te ondergeschikt aan het bestuur.” Hij herinnert zich een geval waarbij een vertrouwenspersoon aanvankelijk heel daadkrachtig optrad, maar na ruggespraak met het bestuur uiteindelijk toch besloot de kwestie niet verder uit te zoeken. Fischer pleit daarom al langer voor het instellen van een onafhankelijke ombudsman, het liefst in de vorm van enkele personen die centraal, voor alle universiteiten, meldingen kunnen onderzoeken.

Medewerkers van de UvA demonstreerden deze week, na publicatie van het NRC-artikel. Om misstanden werkelijk aan te pakken zou er ook volgens hen een onafhankelijke ombudsman moeten komen. Nog diezelfde middag maakte de UvA bekend dat binnenkort inderdaad een ombudsman wordt aangesteld. Toeval, laat UvA-woordvoerder Yasha Lange weten: over die aanstelling werd al langer gesproken, deze week heeft het college van bestuur definitief besloten dat er een komt. Wat de ombudsman bij de UvA precies gaat doen, is nog onduidelijk, behalve dat deze een aanvulling op het netwerk van vertrouwenspersonen zal zijn.

Vertrouwenspersonen kunnen niet zo gek veel, zo zei decaan van de rechtenfaculteit van de UvA André Nollkaemper deze week bij televisieprogramma M. „Een vertrouwenspersoon kan met jou in vertrouwen spreken, maar vervolgens niet veel uit eigen beweging doen. De nieuwe ombudsman heeft wél verantwoordelijkheden en bevoegdheden om zelf onafhankelijk op te treden en naar een decaan of naar het bestuur van een universiteit te stappen.”

Lees ook: Van seksueel wangedrag tot sabotage van je onderzoek

Pilots met onafhankelijke ombudsman

De roep om een ombudsman voor universiteiten klinkt de laatste tijd vaker, al blijft vaak onduidelijk wat zijn of haar bevoegdheden moeten zijn en wat een ombudsman toevoegt aan de bestaande meldpunten voor misstanden. Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren, dat vorige week een rapport publiceerde over intimidatie op de universiteiten, pleit voor een „onafhankelijk nationaal orgaan” waar slachtoffers zich kunnen melden. En in de nieuwe cao voor het hoger onderwijs werd in 2017 op aandringen van de vakbonden afgesproken dat een paar universiteiten een pilot zouden starten met een eigen onafhankelijke ombudsman.

Die pilots zijn inmiddels begonnen op de universiteiten in Maastricht en Delft, in juli volgen Rotterdam en Twente. Volgend jaar wordt de pilot centraal geëvalueerd, laat een woordvoerder van de Vereniging van Universiteiten weten. „We willen het niet alleen doen om maar weer eens iets nieuws in te stellen. We gaan kijken wat het toevoegt. Misschien kan betere communicatie over de organen die er al zijn ook voldoende zijn.”

Op twee universiteiten bestaat al langere tijd een ombudsman: op de Vrije Universiteit en de Universiteit Utrecht. Die van die laatste universiteit, Paul Herfs, pleit al jaren voor meer ombudsmannen in het hoger onderwijs. „Je hebt meer armslag en bevoegdheden dan een vertrouwenspersoon”, zegt hij. „Een vertrouwenspersoon ondersteunt vooral. De ombudsman blijft neutraal, kan stukken opvragen en onderzoek doen. En als ik vanuit een afdeling meerdere meldingen krijg, dan kan ik naar een bestuurder stappen en zeggen: kijk uit, daar is iets aan de hand!” Dat zo’n persoon nodig is, blijkt volgens hem wel uit het aantal meldingen dat hij krijgt: vorig jaar bijna tweehonderd. „Dan denk ik: waar gaan die mensen op een andere universiteit naar toe?”

Toch, erkennen allen, komt het er uiteindelijk op aan dat mensen voldoende vertrouwen in een orgaan hebben om een misstand te melden én dat meldingen door bestuurders serieus worden genomen. Fischer ziet dat het aan dat laatste nog weleens ontbreekt. „Je moet als bestuur soms flink zijn en doorpakken. En niet bang zijn voor reputatieschade.”