Opinie

Kiezer heeft alle reden om stem over Europese Unie te laten horen

Europees parlement

Commentaar

Het zo vaak als verdeeld gekenschetste Europa toont zich eensgezind in de desinteresse in de verkiezingen voor het Europees Parlement. Vanaf volgende week donderdag kunnen in totaal ruim 400 miljoen inwoners van de Europese Unie naar de stembus. Maar als de trend van de afgelopen verkiezingen doorzet zal slechts rond de veertig procent van de kiezers daadwerkelijk opkomen. In Nederland is het nog slechter gesteld met de participatie: vijf jaar geleden verkeerde de mede-oprichter van de Europese Unie in de onderste regionen met een pijnlijk opkomstpercentage van 37,32. Troost: het was een halve procentpunt meer dan in 2004.

Het paradoxale bij deze cijfers is dat net als bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement niet gezegd kan worden dat de Europese Unie geen veelbesproken thema is in het publieke debat. Integendeel. En hoewel het vijf jaar geleden nog door minister-president Mark Rutte (VVD) werd afgedaan als een „schijnkeuze” en een „nepdiscussie” staat ook nu weer het voor of tegen de Europese Unie in de verkiezingen centraal. Sterker nog: het is nu Rutte zelf die uitgerekend hierover persoonlijk publiekelijk het debat wil aangaan met Thierry Baudet, aanvoerder van het Forum voor Democratie en de meest uitgesproken criticaster van de Europese Unie.

Dat de Europese Unie allerminst een vanzelfsprekendheid is bewijst ook een deze week gepubliceerd onderzoek van de European Council on Foreign Relations. Hieruit blijkt dat een meerderheid van de kiezers in de 28 lidstaten er rekening mee houdt dat de Unie in de komende tien tot twintig jaar uiteen zal vallen. Nu zijn er altijd de nodige vraagtekens te plaatsen bij dit soort stemmingsonderzoeken, maar de teneur moet wel serieus worden genomen.

Zie in dit verband ook de Nederlandse Tweede Kamer die vorige maand op een achternamiddag uitsprak dat de in hoge mate symbolische woorden ‘Ever closer Union’ uit het Europees Verdrag geschrapt dienden te worden. Dat drie van de vier coalitiepartijen – alleen D66 stemde tegen - de motie van SP en SGP die hierom vroeg steunden geeft te denken. In het huidige Europa-sceptische klimaat lijkt dit toch veel op het opsteken van een sigaret naast een lekkend benzinevat.

Ondanks alle reserves is de Europese Unie waarover weer kan worden gestemd de afgelopen vijf jaar opnieuw ‘best belangrijker’ geworden. Voor premier Rutte was dit vorig jaar zelfs aanleiding om in een toespraak voor het Europees Parlement in Straatsburg toe te geven dat zijn opvattingen over de rol van de Europese Unie zich hadden „ontwikkeld”. De Europese Unie was voor hem niet langer louter een economisch samenwerkingsproject. Het ging ook om veiligheid, stabiliteit en het garanderen van de rechtsstaat. Beter laat dan nooit maar toch opmerkelijk voor iemand die toen al acht jaar leiding gaf aan het land.

De onderwerpen die Nederlandse kiezers bezighouden zijn in hoge mate Europese thema’s: klimaat, migratie, terrorismedreiging, een agressiever en assertiever wordende buitenwereld; het vraagt allemaal om een bovennationale en dus veelal EU-aanpak. Het is dan ook niet voor niets dat de Europese Unie zich de afgelopen vijf jaar op deze terreinen weer meer heeft gemanifesteerd dan de vijf jaar ervoor. Niet omdat dit een doel op zichzelf was maar omdat dit een gevolg was van nieuwe omstandigheden. Niet voor niets was deze week de centrale boodschap in de langverwachte China-strategie van het kabinet dat Nederland zich alleen in Europees verband kan wapenen tegen de expansiedrift van dit land.

De Europese Unie is een gegeven, maar tegelijk is dit voor een deel van het electoraat geen uitgemaakte zaak. Meer Europa leidt blijkbaar niet automatisch tot meer begrip voor de Europese Unie. Niet verwonderlijk. Het gebeurt immers wel vaker dat boodschap en boodschapper met elkaar worden verward.

Komende donderdag heeft de Nederlandse kiezer de kans zich uit te spreken. Bij het bepalen van zijn of haar keuze biedt de verkiezingscampagne weinig houvast. Die is er namelijk nauwelijks. Die keuze is ook niet gemakkelijker geworden door de suggestie van de partijen dat het gaat om de verkiezing van de voorzitter van de Europese Commissie (het systeem van de ‘Spitzenkandidaten’). Maar die benoeming is uiteindelijk aan de regeringsleiders. Bij de verkiezingen gaat het om de samenstelling van het Europees Parlement. En daarmee wordt ook een uitspraak voor of tegen de Europese Unie gedaan. Alle reden om te gaan stemmen.