Opinie

    • Marike Stellinga

Een echte vrouw of een halve man

Diversiteit is het nastreven waard, maar als de overheid het gaat afdwingen, wordt het al snel ingewikkeld. Neem een van de meest bediscussieerde diversiteitsmaatregelen: quota. Deze week gingen vrouwelijke politici van VVD, CDA, GroenLinks, D66, PvdA en de ChristenUnie tijdens een NRC-avond met elkaar in debat over de positie van vrouwen in de politiek. Ze vonden allemaal dat vrouwen beter vertegenwoordigd moeten zijn in de politiek, maar voor een quotum voor de politiek zelf was maar een enkeling. De rest vond zo’n dwingend opgelegde norm niet nodig of te veel botsen met de vrijheid, van kiezers, van partijen.

Een quotum voor de top van het bedrijfsleven werd wèl breder gesteund. Die dubbele houding is er al jaren. Politici lezen bedrijven graag de les over het aantal vrouwen in hun top, terwijl ze erkennen dat het in de politiek én bij de overheid als grote werkgever ook stukken beter kan. Waarom daar geen quotum dan? Verbeter de wereld, begin bij jezelf.

Wat is naar mijn idee het fundamentele probleem met heel dwingend sturen op diversiteit? Laat ik spreken als deel van een groep waarvoor vaak overheidshulp wordt bepleit: vrouwen. Ik heb emancipatie altijd opgevat als het streven gezien te worden als individu en niet als vrouw. Toch ben je in deze discussie al snel geen individu meer maar een vrouw. Dan heb je allerlei eigenschappen die mannen niet hebben (meer empathie) of doe je dingen niet die mannen wel doen (vliegen afvangen). En om die eigenschappen moet je benoemd worden in de top. Ik vermoed dat mijn denken over de vrouwenzaak begon omdat ik mezelf nooit in die beschrijvingen herken.

Ik schreef hier al eens eerder: sekse is een maatstaf voor diversiteit, maar als je die te absoluut maakt, breng je iemand terug tot zijn of haar sekse. Dan zijn we terug bij af. Potentieel is het zelfs schadelijk: als je vrouwen in de top benoemt met de verwachting dat ze begripvol kopjes thee drinken met ondergeschikten loop je kans te worden teleurgesteld. Dan hoor je roepen: we willen een echte vrouw, niet een halve man.

Diversiteit is veel gelaagder, veel ingewikkelder dan de kenmerken die in de statistieken opduiken. Een raad van bestuur met evenveel mannen als vrouwen is niet per se divers als ze allemaal bij het studentencorps hebben gezeten en in Leiden rechten hebben gestudeerd. Je moet verder kijken, naar kennis, ervaring, opleiding, eigenschappen, afkomst, overtuigingen. Daarbij kunnen sekse, kleur, achtergrond helpen om de vraag te beantwoorden: kijken we nogal eenzijdig? Maar strikter dan dat knelt het al snel.

Tien jaar geleden schreef ik een boek over vrouwen in de top: De mythe van het glazen plafond. Als ik de situatie met nu vergelijk is er vooruitgang. Maar het is ook kraakhelder dat het bepaald niet vanzelf gaat. Aandacht blijft nodig.

Diversiteit is een gesprek dat het waard is om te blijven voeren. Waarom werken hier weinig mensen met een migratie-achtergrond, ouderen, beta’s, etcetera? Zijn hier dwarse denkers? Diversiteit kost moeite, een quotum is een draconische short cut. Lekker makkelijk, hoeven we er niet meer over na te denken. Afgedwongen, klaar. Ik denk dat moeite beter is.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.