‘Burger wint vaak rechtszaak over recht op Wmo-hulp’

Bij 41 procent van alle rechtszaken over de Wet maatschappelijke ondersteuningen tegen de overheid won de burger.

Een verpleegster helpt een oude man uit een autobusje in zijn rolstoel.
Een verpleegster helpt een oude man uit een autobusje in zijn rolstoel. Foto iStock

Burgers die naar de rechter stappen tijdens een conflict met hun gemeente over hulp en ondersteuning voor ouderen of mensen met een chronische ziekte krijgen vaak gelijk. Sinds 2015 wordt 41 procent van de rechtszaken over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) tegen de overheid gewonnen door de burger. Dat blijkt uit onderzoek van Investico, Trouw, Argos en De Groene Amsterdammer.

Dit percentage van 41 procent is hoog in vergelijking met andere rechtszaken tegen de overheid. Dergelijke zaken worden, volgens een woordvoerder van de Raad voor de rechtspraak in Trouw, normaal gesproken slechts in 25 à 30 procent van de gevallen gewonnen door de burger.

Vier jaar geleden vond een decentralisatie plaats van de Wmo. De verantwoordelijkheid verschoof van de Rijksoverheid naar de gemeenten. Dat heeft tot grote verschillen tussen gemeenten geleid. Voor veel ouderen en chronisch zieken is hulp en ondersteuning daardoor afhankelijk geworden van hun postcode, blijkt uit het journalistieke onderzoek.

Gemeenten verschillen volgens berichten in Trouw en op de website van Investico onder meer van inzicht over de omvang van persoonsgebonden budgetten, de noodzaak van bepaalde hulpmiddelen, de regels voor het verlenen van huishoudelijke hulp, de vervangende zorg voor mantelzorgers en hoeveel mantelzorg zij van burgers zelf vragen.