Bij Microsoft is ‘de getalenteerde eikel’ niet langer het rolmodel

Inclusiviteit in de techcultuur Microsoft zoekt actief naar personeel met beperkingen. Toegankelijkheid is een gat in de markt, zegt Jenny Lay-Flurrie.

De boomhut op het hoofdkantoor van Microsoft in Seattle is rolstoelvriendelijk.
De boomhut op het hoofdkantoor van Microsoft in Seattle is rolstoelvriendelijk. Foto Microsoft

Als je op het hoofdkantoor van Microsoft rustig wilt werken, dan kun je de boom in. Letterlijk. Op de campus in Redmond, vlakbij Seattle, is tussen de kantoorgebouwen een enorme boomhut gebouwd waarin medewerkers zich kunnen terugtrekken.

In die hut kom je niet met een ladder of een trap, maar via een grote, geleidelijk stijgende oprijlaan. Rolstoelvriendelijkheid is hier de norm, zegt Jenny Lay-Flurrie. De Britse is chief accessibility officer bij het softwarebedrijf, verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van Microsofts producten.

Aandacht voor die toegankelijkheid moet diep in de cultuur van alle divisies zijn ingebed, en daar moet haar team voor zorgen. „Wij zijn een kleine afdeling, maar wel een met veel macht. Ik kan ontwikkelaars verantwoordelijk houden voor de manier waarop ze bijvoorbeeld Windows geschikt maken voor mensen met een beperking.” Ze hanteert de wortel-en-stokaanpak: goed gedrag wordt beloond, achterblijvers worden bestraft.

Lay-Flurrie weet zich gesteund door Satya Nadella, die sinds 2014 Microsoft leidt. Zijn zoon Zain (22 jaar), liep door zuurstofgebrek tijdens de geboorte een ernstige hersenverlamming op. Die gebeurtenis bepaalde daarna niet alleen Nadella’s leven, maar ook zijn werk. In zijn boek Hit Refresh zette hij de koers uit voor het nieuwe Microsoft: de softwaremaker, bekend geworden met Windows en Office, heeft inclusiviteit tot strategisch speerpunt uitgeroepen.

Het rolmodel van de „getalenteerde eikels” heeft onze bedrijfstak te lang gedomineerd, zei Nadella onlangs in een interview met Wired. Techbedrijven zijn vanouds een domein van blanke mannen met weinig maatschappelijk bewustzijn. Nadella doet daarom een beroep op de empathische vermogens van zijn softies, zoals zijn medewerkers zichzelf noemen, en probeert het percentage medewerkers met een beperking op te schroeven.

Tachtig procent is man

Microsofts personeelsbestand (140.000 mensen) is weinig divers. De meeste medewerkers zijn man (80 procent) en blank (55 procent) of Aziatisch (32 procent). De softwaremaker zoekt actief naar getalenteerde mensen met een beperking. Niet per se uit empathie, maar met het commerciële doel producten te maken die door iedereen gebruikt kunnen worden – ook door mensen met een beperking.

De afzetmarkt is groot genoeg, zegt Jenny Lay-Flurrie: „Er leven op deze wereld een miljard mensen met een handicap. Veel van die gebreken zijn verborgen. Zo zie je aan mij ook niet dat ik doof ben.”

Ze roept haar collega’s op voor hun beperkingen uit te komen. Self-ID is de term die de Amerikanen daarvoor gebruiken. Lay-Flurrie zelf liep aanvankelijk ook niet te koop met haar doofheid. „Toen ik veertien jaar geleden bij Microsoft begon, was ik niet erg gelukkig toen ik merkte dat mijn collega’s veel met elkaar telefoneerden.”

Jay-Flurrie besloot zich aan te sluiten bij de ‘dovengroep’ – Microsoft telt tientallen van dit soort belangengroepen. „Daar zitten onze experts, zij moeten onze marketingmensen en ontwikkelaars helpen de juiste producten te bouwen.”

In een van de laboratoria werkt een team aan betere toegankelijkheid van Microsofts spelcomputer, de Xbox. Speciale controllers moeten de games speelbaar maken voor mensen die niet zo’n fijne motoriek hebben, of die alleen met hun mond een spelletje kunnen besturen.

Microsoft ontwierp ook software die automatisch video’s kan ondertitelen en een app die beschrijft wat er in je omgeving te zien is – zelfs welke gezichtsuitdrukking personen hebben. En samen met Apple en Google ontwikkelt het bedrijf een manier om brailletoetsenborden sneller met een computer te verbinden.

Een ander voorbeeld: voormalig Americanfootballspeler Steve Gleason is verlamd door de spierziekte ALS, maar kan dankzij Microsoft met zijn ogen de muis van zijn computer en zijn rolstoel besturen. Jay-Flurrie: „Omdat we dit soort toegankelijkheidsfuncties inbouwen in Windows, heb je alleen een gadget van 150 dollar nodig. Vier jaar geleden kostte deze techniek nog twintigduizend dollar.”

Er leven op deze wereld een miljard mensen met een handicap. Veel van die gebreken zijn verborgen

Jenny Lay-Flurrie, chief accessibility officer

Microsoft sponsort ook start-ups die software maken voor therapeutische of medische doeleinden. Het idee is de achterliggende cloudtechnologie te leveren en zo voet aan de grond te krijgen in de medische sector. Ook hier geldt: toegankelijkheid is big business.

Cijfers over het aantal gehandicapten in de eigen gelederen wil Microsoft niet bekendmaken. „We hebben hoge doelen gesteld om onze demografische samenstelling te verbeteren, maar het gaat me niet snel genoeg”, zegt Lay-Flurrie. „We zitten nog maar aan het bloody begin. Sorry dat ik dat woord gebruik.”

Autistische kandidaten

Microsoft ging specifiek op zoek naar nieuwe medewerkers met autisme. Zeker de wiskundige talenten zijn welkom en kunnen, mits goed opgevangen, prima functioneren in een softwarebedrijf, zegt Lay-Flurrie. „Na de eerste oproep bleek het merendeel van de kandidaten al eens eerder bij ons gesolliciteerd te hebben. Maar de gangbare sollicitatieprocedure werkt voor autistische kandidaten niet goed. We hebben nu een trainingsprogramma van een week samengesteld om mensen te beoordelen.”

Op dit moment heeft Microsoft ongeveer honderd autistische medewerkers via het trainingsprogramma aangenomen. Het project vergt wel aanpassingsvermogen van leidinggevenden en collega’s. Die krijgen van hun werkgever ook trainingen aangeboden, om te leren omgaan met mensen met autisme.

Microsoft heeft in Redmond bovendien tweehonderd mensen met een geestelijke achterstand in dienst. Het gaat onder meer om medewerkers met het syndroom van Down. Zij werken onder begeleiding in het bedrijfsrestaurant en onderhouden de tuinen op de campus. „Trouwe medewerkers, vasthoudend en doelgericht”, zegt Jenny Lay-Flurrie. „Ze zijn briljant.”