Topman SBM weinig spraakzaam onder ede

Rechtszitting Vrijdag werd SBM-topman Bruno Chabas onder ede gehoord. Het was voor zover bekend de eerste keer dat een zittend bestuursvoorzitter van een beursgenoteerde onderneming in Nederland voor de rechter moest getuigen.

Topman Bruno Chabas in 2013.
Topman Bruno Chabas in 2013. Foto Dijkstra / Cor Salverius

„En meneer, wat voor werk doet u?”

Het is een gebruikelijke vraag van de rechter bij het begin van elke rechtszitting. Maar dit is geen normale zitting. De man in het beklaagdenbankje lacht wat schamper.

„Mevrouw...ik ben Bruno Chabas. Ik ben ceo van SBM Offshore.”

Het was vrijdagochtend een bijzonder begin van een bijzondere rechtsdag. Het is – voor zover bekend – de eerste keer in Nederland dat een zittend topman van een beursgenoteerd bedrijf onder ede wordt gehoord in de rechtszaal.

De zaak draait om een oud-jurist van SBM, Jonathan Taylor. De Brit heeft een conflict met het bedrijf. Taylor vertrok in 2012 bij de maritieme dienstverlener toen het bedrijf onderwerp was van meerdere internationale onderzoeken naar een smeergeldaffaire bij het Braziliaanse Petrobras.

Taylor ziet zichzelf als een klokkenluider en beschuldigt het bedrijf van een „cover-up” in deze zaak. SBM zou bewijzen over de betaling van steekpenningen bewust onder de pet hebben gehouden. Autoriteiten en financiële markten zouden daardoor te laat zijn geïnformeerd en beleggers misleid.

Lees ook: Klokkenluider bij SBM wil zijn naam zuiveren

Taylor vertrok na onvrede over SBM’s opstelling in het onderzoek en kreeg een vergoeding van ruim twee ton mee. Negen maanden later meldde hij zich opnieuw bij SBM. Hij kwam maar moeizaam aan werk en wilde een hogere vergoeding. SBM weigerde dat en stelde dat Taylor het bedrijf probeerde te chanteren.

Na een aantal juridische claims over en weer overweegt de oud-werknemer nu een bodemprocedure te starten. Om zijn verhaal te staven, wil hij verklaringen van onder andere Chabas gebruiken. Het Amsterdamse gerechtshof wees die eis begin dit jaar toe.

Vijandigheid

En dus verscheen vrijdag de Franse topman in de Haarlemse rechtbank. Chabas, een charmante vijftiger met een Frans accent in het Engels, leek er weinig zin in te hebben. „Ik weet niet waar u het over heeft. Ik kan mij dat niet meer herinneren”, antwoordde hij meermaals op vragen van Taylors advocaat Otto Volgenant.

Inhoudelijk kwamen vrijdag weinig nieuwe feiten boven tafel. Chabas vertelde onder meer dat binnen SBM „veel vijandigheid” heerste toen hij er in 2012 begon. Aanvankelijk hield hij zich niet bezig met de smeergeldaffaire. „Ik wilde eerst weten wie ik kon vertrouwen en met wie ik verder kon gaan. Dat waren mijn belangrijkste zorgen.” Hij liet het onderzoek dat werd uitgevoerd naar de smeergeldaffaire dan ook vooral aan de externe juristen. „Zij waren leidend.”

Ook bij de megaschikking van 240 miljoen euro – destijds de grootste in Nederland - die SBM in 2014 met het Openbaar Ministerie trof was Chabas naar eigen zeggen niet direct betrokken. Taylor wilde vrijdag weten wat het bedrijf daarover had besproken met justitie. „Ik nam geen deel aan de communicatie tussen externe advocaten en het OM. Dus ik weet niet wat er in de correspondentie staat.”

Toen Volgenant daarop te kennen gaf zich dat niet te kunnen voorstellen, schoot Chabas even uit zijn slof. „Ik vind dit respectloos. Hij zegt dus eigenlijk gewoon dat ik zit te liegen.”

39 vragen

Volgenant had eigenlijk 39 vragen voorbereid, maar die werden vrijdag niet allemaal behandeld. Chabas verwees voor beantwoording van een deel ervan naar SBM-commissaris Sietze Hepkema. Die leidde in 2012 het onderzoek naar de misstanden binnen het bedrijf. Het verhoor van Hepkema staat in principe voor woensdag op de rol.

Volgenant was bovendien halverwege zijn vragenlijst toen de rechter-commissaris rond half vijf opmerkte dat de planning in de knel dreigde te komen. „We kunnen tot acht uur doorgaan als u dat wilt.”

Daar kwam het uiteindelijk niet van –de tolken bleken maar tot zes uur te zijn geboekt. En zonder vertaling doorgaan had weinig zin met een Britse eiser en Franse getuige.

En zo moet Chabas, tegen zijn zin, binnenkort alsnog terugkeren in de Haarlemse rechtbank.