Specialist in vreemde vormen van glas en beton

Ieoh Ming Pei (1917-2019) De Amerikaan I.M. Pei ontwierp onder meer de piramide van het Louvre in Parijs en het iconische gebouw van de Bank of China in Hongkong.

Met de klok mee, vanaf linksboven: het Museum voor Islamitische Kunst in Qatar, de glazen piramide bij het Louvre in Parijs en de Bank of China in Hongkong.
Met de klok mee, vanaf linksboven: het Museum voor Islamitische Kunst in Qatar, de glazen piramide bij het Louvre in Parijs en de Bank of China in Hongkong. Foto’s iStock, AFP en AP

Het bekendste gebouw van de woensdagnacht op 102-jarige overleden architect I.M. Pei is ongetwijfeld de piramide van het Louvre in Parijs. Het entreegebouw uit 1989, onderdeel van een grootscheepse renovatie van het Louvre, was controversieel. Niet alleen het feit dat de toenmalige Franse president Mitterrand een van zijn grands projets toebedeelde aan een Amerikaanse architect zorgde voor ophef, maar ook 21-meter hoge piramide op de binnenplaats van Frankrijks belangrijkste museum zelf. Sommige critici vonden dat het geheel glazen gebouw een te groot contrast vormde met het Louvre met zijn met klassieke gevels van natuursteen. ‘Een dependance van Disneyland’ werd het zelfs genoemd. Er waren ook critici die de piramide wel passend vonden: het is de Egyptische afsluiting van de as waarop drie door oud-Romeinse architectuur geïnspireerde triomfbogen staan: de kleine Arc de Triomphe du Carrousel (1809) en de grote Arc de Triomphe (1836), beide gebouwd in opdracht van Napoleon, en ten slotte La Granche Arche, de gigantische boog in de verre kantorenwijk La Défense die net zo eigentijds is als Peis piramide en ook werd voltooid in 1989, het jaar waarin het tweede eeuwfeest van de Franse Revolutie werd gevierd.

Ieoh Ming Pei, de zoon van een prominente bankier in China, werd in 1917 geboren in de Chinese stad Guangzhou. Op zijn achttiende verhuisde hij naar de Verenigde Staten, waar hij architectuur studeerde aan het Massachusetts Institute of Technology en Harvard University. Op Harvard kreeg hij les van Walter Gropius, de Duitse architect die in 1919 het Bauhaus had opgericht en in 1937 naar de VS was geëmigreerd en daar het Europese modernisme introduceerde.

I.M. Pei in 2003.
Foto’s iStock, AFP en AP
De Bank of China in Hong Kong.
Het Louvre in Parijs.

Een van de eerste gebouwen die op Peis eigen naam staan, een in 2013 afgebroken kantoorgebouw voor Gulf Oil uit 1949 in Atlanta, is dan ook een simpele modernistische doos. Nadat hij in 1956 zijn eigen architectenbureau begon, onderging zijn werk de invloed van een andere Europese pionier van het modernisme, Le Corbusier. Zoals zoveel architecten van zijn generatie begon hij in navolging van Le Corbusiers ‘brutalistische’ gebouwen uit de jaren vijftig met het ontwerpen van sculpturale gebouwen van ruw beton. Pei gaf een eigen draai aan het ‘brutalisme’: niet alleen is het ‘ruwe’ beton van zijn gebouwen gladder dan dat van de meeste Europese brutalistische gebouwen, Peis brutalisme is minder ‘wild’. Collages van ongebruikelijke stereometrische vormen van glas en beton werden Peis handelsmerk. Zo is de John F. Kennedy Library and Museum in Boston uit 1979 een opeenstapeling van onbenoembare glazen en betonnen vormen die tezamen een monumentale sculptuur vormen.

In de jaren 70 en 80 groeide Pei uit tot een architect die over de hele wereld vele prestigieuze opdrachten kreeg. Zo bouwde hij de kantoortoren van de Bank of China (1992), die met zijn geometrie van driehoeken een van de ‘iconische’ torens van Hongkong is geworden. In Cleveland werd naar zijn ontwerp de Rock and Roll Hall of Fame gebouwd, een ensemble van scheve dozen en een cilinder en een halve glazen piramide als entree.

Pei bleef tot zijn dood actief als architect. Twee jaar geleden ging in Qatar het Museum voor Islamitsche Kunst open, waarbij Pei zich liet inspireren door traditionele Arabische architectuur. Met zijn bijna symmetrische opeenstapeling van rechthoekige vormen werd het museum, op de piramide van het Louvre na, zijn meest klassieke gebouw.

Met medewerking van Frank Kuin