Opinie

SP-propaganda is ouwe koek – linkse eenheid is een mythe

Meyers beschuldiging dat Timmermans de belangen van een „eurofiele bende” behartigt, is de recentste uiting van linkse onenigheid, weet Hubert Smeets.

Eenheid van links: het is al een eeuw een leuke, maar ook loze kreet. Daarom moest ik, toen SP-voorzitter Ron Meyer vorige week Frans Timmermans de „vleesgeworden verpersoonlijking” noemde van de „eurofiele bende die gewone mensen in de handen van extreem-rechts drijft”, denken aan de openbaar vervoerstaking in Berlijn anno 1932.

Pardon? Hebben Weimarrepubliek en EU ook maar iets gemeen? Toch wel. De staking toen en het kluchtige filmpje nu illustreren dat links op kritieke momenten steeds verdeeld is geweest. En dat is geen toeval. Het ging namelijk vaak om niets minder dan de kern van de democratie.

Wat was er in 1932 aan de hand? Duitsland kampte met een diepe economische crisis. In Berlijn, bestuurd door de sociaaldemocratische SPD, moest worden bezuinigd. Gemeentelijk vervoerbedrijf en vakbonden onderhandelden over een loonsverlaging van twee pfennig per uur.

De communistische KPD, die in november 1932 bij de zoveelste verkiezingen in de zieltogende Weimarrepubliek aan de winnende hand dacht te zijn, zag dit als bewijs van haar ‘sociaal-fascismetheorie’. Met de term ‘sociaal-fascisme’, bedacht door Stalin en diens Communistische Internationale in Moskou, bedoelden de communisten dat de SPD en de vakbonden eigenlijk pionnen van het fascisme waren en als ‘hoofdvijand’ nog harder moesten worden bestreden dan Hitler zelf.

Deze theorie werd keihard in de praktijk gebracht. Ook tijdens de ov-acties in het linkse Berlijn. De communisten vonden het oorbaar nazi-vakbondsbonzen op te nemen in de stakingsleiding. Bij andere stakingen, die de KPD tegen de Weimarrepubliek op touw zette, sloten communisten vergelijkbare duivelspacten met de nazi’s. Wie dit niet gelooft, raad ik de trilogie Arbeiter und Arbeiterbewegung in der Weimarer Republik van Heinrich August Winkler aan.

De sociaal-fascismetheorie werd in 1935 vervangen door een Volksfront-politiek. Hoe kon het ook anders? Na Hitlers machtsovername in 1933 zaten KPD’ers en SPD’ers samen gevangen in concentratiekampen als Dachau. Het onderlinge wantrouwen verdween niet. Tijdens de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) schoten de communistische brigades soms enthousiaster op anarchisten en trotskisten dan op de troepen van Franco. Wie dat overdreven vindt, leze Hommage to Catalonia van George Orwell.

Na 1945 ging de strijd door, verbaal vooral. Als communisten toeterden over ‘eenheid’ bedoelden ze dat die alleen onder hun leiding gestalte kon krijgen, te beginnen op het secretariaat. Pas toen de Koude Oorlog in de jaren 80 op z’n einde liep, veranderde de toon.

De oorlog daargelaten zijn er maar twee momenten die iets weg hebben van eenheid. Beide in Frankrijk: de Volksfront-regering met de socialistische premier Léon Blum (1936-1938) en het Programme commun van president François Mitterrand (1981-1983).

De rest van de historie vorige eeuw laat amper eenheid zien. De Russische Oktoberrevolutie (1917) veroorzaakte een splitsing tussen sociaaldemocraten en communisten. Dit meningsverschil was niet tactisch, maar principieel. Tegenover de ‘dictatuur van het proletariaat’, die de bolsjewieken toen vestigden, stond de keuze voor de parlementaire weg.

Sindsdien is linkse eenheid ver te zoeken. Meyers beschuldiging dat Timmermans niet meer dan de belangen van een ‘Eurofiele bende’ behartigt, is de recentste uiting van die fundamentele onenigheid over vorm en inhoud van de democratie.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.