Raluca Constantinescu (1965-2019) koos als politiek vluchteling voor Nederland

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Raluca Constantinescu (1965-2019) vluchtte op haar 23ste uit het communistische Roemenië.

In 1988 vroeg de Roemeense student Raluca Constantinescu een toeristenvisum aan om te gaan skiën in Oostenrijk. Ze was 23, vierdejaars technische natuurkunde aan de Universiteit van Boekarest en nieuwsgierig naar het vrije Westen, zoals veel jongeren die opgroeiden onder het communistisch bewind van Ceausescu. Raluca en haar vier jaar oudere zus Teodora waren breed onderlegd: op hun Duitse lagere school hadden ze ook Engels en Frans geleerd, en dankzij een studentenbaantje als toeristengids voor Nederlandse reisgezelschappen spraken ze wat Nederlands.

„Onze ouders werkten beiden als ingenieur”, vertelt Teodora. „Ze waren in het pre-communistische tijdperk opgegroeid en kenden het enorme belang van een goede opleiding. Muziek hoorde daar ook bij, we mochten als jonge meisjes mee naar de opera en Raluca speelde piano. Ze volgde mij in mijn studiekeuze: technische natuurkunde, het minst politieke denkbaar. Onze kennis vormde een schild, het was een manier om het corrupte en irrationele systeem dat ons omringde het hoofd te bieden.”

Het duurde een paar weken voordat de familie zich realiseerde dat Raluca niet zomaar op skivakantie was: ze was het land ontvlucht. „Ik was niet verbaasd”, zegt Teodora. „Het was een logisch besluit, maar ook heel erg dapper. Mijn ouders leden er behoorlijk onder. Met name mijn vader voelde ook veel liefde voor zijn land, hij wilde niet dat we vertrokken.” Na de val van het communistische bewind, nog geen jaar later, zou ook Teodora emigreren: zij belandde via Engeland in Canada.

Raluca Constantinescu met haar oudere zus Teodora in Roemenië.

Raluca koos voor Nederland, waar ze als politieke vluchteling bij pleegouders in Oss terechtkwam en haar studie afrondde in Eindhoven. Ze vervolgde haar opleiding met promotieonderzoek in Amsterdam, waar ze begin jaren negentig op het Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica Marc Paul de Boer ontmoette. „We waren allemaal jongeren in een nieuwe stad”, vertelt hij, „We ondernamen van alles met de groep. Tijdens een wandeling door de duinen sprong de vonk tussen Raluca en mij over. Ze was open, leergierig en Hollandser dan de Hollanders, vond ik: haar taalgebruik was keurig, beter dan het onze.” Teodora: „Raluca hield van Nederland. De hoge organisatiegraad en pragmatische volksaard waren voor haar een verademing. Ze was dol op gezelligheid en trok als vanzelf mensen aan, maar ze was ook een aanpakker.”

Na haar promotie in 1997 maakte Raluca carrière bij Philips. Ze had inmiddels de Nederlandse nationaliteit. In 1998 trouwde ze met Marc Paul, in 2003 werd hun zoon Sebastiaan geboren. Ze settelden in Utrecht. „We werkten hard, ik bij Shell en zij bij Philips, waar ze steevast goede beoordelingen kreeg,” zegt Marc Paul. „Na de komst van Sebastiaan schakelden we allebei terug naar vier dagen. Het waren intensieve jaren.”

Zijn schoonmoeder leerde Marc Paul van dichtbij kennen: na het overlijden van Raluca’s vader in 1994 kwam ‘Buni’ regelmatig in Nederland logeren, tot de maximaal toegestane termijn van drie maanden. „Raluca deelde niet alles met haar moeder, zeker geen slecht nieuws”, zegt Marc Paul. „Hun contact was misschien iets formeler dan we hier gewend zijn. Maar de zorg en de gastvrijheid spraken vanzelf.” „Ze praatte niet vaak over Roemenië”, zegt schoonzus Saskia Vries. „Van heimwee liet ze niets merken. Ze was een uitgesproken sociaal-democraat, maar nieuwkomers moesten zich aanpassen om te integreren, vond ze, net als zij zelf zo voorbeeldig had gedaan.”

In 2005 werd borstkanker bij Raluca geconstateerd. Ze herstelde, maar raakte wel „het vertrouwen in haar lichaam kwijt”, aldus Marc Paul. Toen ze tien jaar later opnieuw een knobbeltje voelde, was ze meteen alert. Het was mis: de kanker was terug, nu van een agressiever soort. Er volgden jaren van intensieve behandeling, tot ook een experimentele immunotherapie niet meer effectief bleek.

Marc Paul: „Raluca werkte zoveel mogelijk door tijdens de chemokuur, maar kreeg in die tijd ook een negatieve beoordeling. Dat greep haar erg aan. Uiteindelijk is ze met een ruimhartige afvloeiingsregeling vertrokken, maar ze hield er een rotgevoel aan over.”

Thuis rondde ze haar leven zo rustig en waardig mogelijk af. „Ze hád die ziekte, ze was het niet”, zegt haar vriendin Veronique Stokman. „Tot het laatst toe praatten we ook over heel andere dingen.” Teodora: „Roemenen zien de dood als een transitie, deel van een natuurlijke cyclus. Raluca wist aan het eind van haar leven alsnog haar spirituele kant te omarmen.”