Opinie

    • Eelco Runia

Op de universiteit leer je alleen maar je diploma halen

Hoger onderwijs Op de universiteit ontmoeten de gedrevenheid van de docent en de leergierigheid van de student elkaar amper, schrijft . Vandaar de demoraliserende strijd tegen het knikkebollen.

RB

Waarom stond er eigenlijk geen geüniformeerde bewaker bij de deur van de zaal waar ik college gaf? Die vraag stelde ik mezelf nadat ik vorig jaar ontslag had genomen bij de universiteit als docent geschiedenis. Als universitair onderwijs echt zo’n kostbaar goed was, waarom was het dan niet nodig mijn colleges te beschermen tegen freeriders die een graantje wilden meepikken van wat ik te bieden had? Wat zegt het feit dat het onnodig is bewakers bij deuren van collegezalen te posteren over de waarde van universitair onderwijs?

Dat studeren loont, wordt door geen enkele deskundige betwijfeld. Met een universitaire opleiding verdien je gemiddeld 80 procent meer dan met een lagereschooldiploma. Maar is het hoger inkomen te danken aan het onderwijs dat de studenten genoten hebben? Dat blijkt niet – of slechts zeer gedeeltelijk – het geval te zijn. De Amsterdamse socioloog Herman van de Werfhorst vat samen wat vele onderzoekers gevonden hebben: „Een groot deel van het scholingseffect op inkomen kan niet verklaard worden door productiviteitsverhogende kennis en vaardigheden die met scholing samenhangen.”

Kennelijk was het feit dat mijn studenten later goed zouden verdienen aan iets anders te danken dan aan wat ik hen over Herodotus, Machiavelli en Nietzsche probeerde bij te brengen. Jammer van al mijn moeite om de originaliteit van deze schrijvers over het voetlicht te brengen. Toch een troostrijke gedachte: op de een of andere manier leerde ik mijn studenten allerlei dingen die op de arbeidsmarkt goud waard bleken zonder me er van bewust te zijn. Academische vaardigheden waar ze een leven lang plezier aan hebben!

Toch wringt deze conclusie. Ze is in strijd met hoe mijn universiteit me verplichtte mijn cursussen te definiëren met termen die de vakinhoudelijke kennis en vaardigheden beschreven waar mijn studenten op de arbeidsmarkt juist weinig aan hadden. En de examencommissie zag erop toe dat ik mijn studenten ook daadwerkelijk afrekende op deze specifieke leeruitkomsten. Het logisch gevolg was dat ze tijdens mijn colleges vooral gespitst waren op wat ze op het tentamen konden verwachten. Voor de meeste studenten is een goede docent een docent die hen voor hun tentamen laat slagen. Niet omdat hij makkelijke vragen stelt, maar omdat hij in zijn tentamen precies dàt vraagt wat hij in zijn onderwijs behandeld heeft.

Knikkebollende studenten

De docenten maken de cirkel zelf rond: ze gebruiken de tentamengerichtheid van hun studenten om hen bij de les te houden – al was het maar door af en toe ‘hier zou ik op het tentamen naar kunnen vragen’ of ‘dit is iets om te onthouden’ te roepen. Doordat de universiteit haar docenten dwingt hun tentamens op hun cursussen en hun cursussen op hun tentamens af te stemmen, wordt universitair onderwijs hoe langer hoe meer een gesloten circuit. En hoe exclusiever universiteiten zich erop toeleggen hun studenten te leren hoe ze voor hun studie moeten slagen, hoe meer ze hun studenten opzadelen met de taaie en demoraliserende strijd tegen het knikkebollen.

Lees ook: Waarom ik ontslag neem bij de universiteit

Dat, terwijl studenten in principe heel leergierig zijn. Het is een spectaculair contrast dat u en iedereen die aan de universiteit doceert te denken zou moeten geven: enerzijds de student die knikkebollend over zijn tentamenstof gebogen zit en anderzijds diezelfde student die met een enorm tempo kennis vindt, absorbeert en contextualiseert op het moment dat zijn nieuwsgierigheid ruim baan krijgt. In het laatste geval gaat kennisverwerving wel honderd keer zo snel en de geabsorbeerde kennis blijft nog eens beter hangen ook.

Nieuwsgierigheidgedreven turboleren is bovendien beduidend minder slopend. U zult het met me eens zijn dat studenten die doen wat de universiteit van hen vraagt – niets meer, en zo mogelijk iets minder – zeer rationeel handelen. Het is logisch om zo weinig mogelijk tijd te besteden aan cursussen die slechts ten doel hebben je voor te bereiden op de tentamens die je voor die cursussen doen slagen. Ik kan het dan ook alleen maar eens zijn met wat de econoom Arnold Kling opmerkte: „Hoger onderwijs is het enige product waar de klant zo weinig mogelijk waar voor zijn geld verlangt.”

Voor u als belastingbetaler krijgt deze ‘suboptimale’ benutting van de beschikbare productiemiddelen pas echt urgentie als u weet wat een en ander kost. Knikkebollen is oké, maar niet op uw kosten. De Algemene Rekenkamer rekende enkele jaren geleden uit dat een student die een goedkope studie volgt (zoals economie of geschiedenis) en vier jaar over zijn studie doet, de samenleving in totaal zo’n 73.000 euro kost, terwijl de student zelf ook nog eens een dikke 12.000 euro collegegeld bijdraagt.

Dit betekent dat elk studiepunt dat een economie- of geschiedenisstudent behaalt 1.770 euro kost.

Het onderwijs, of het diploma?

De getallen nodigen uit tot een gedachtenexperiment. Leeft u zich even in in iemand die net voor het atheneum geslaagd is en de 85.000 euro die een universitaire studie zou kosten, krijgt. U krijgt bovendien vier jaar de tijd. U moet dat geld en die tijd besteden op een manier die u maximaal voor de toekomst en de arbeidsmarkt kwalificeert. U krijgt vier jaar later te horen dat de Europese Unie ondertussen een ware meritocratie is geworden waar het bij wet verboden is bij sollicitaties naar diploma’s te vragen. Als u er dan voor kiest bij een bedrijf of een instelling te solliciteren, zult u derhalve uitsluitend beoordeeld worden op wat u in uw mars heeft, niet op de papiertjes die u kunt tonen. Hoe besteedt u uw 85.000 euro?

Het gedachtenexperiment confronteert u niet alleen met een verbijsterende keuzerijkdom, maar maakt ook duidelijk hoe groot onze gehechtheid aan diploma’s is. Volgens de econoom Bryan Caplan zouden de meeste mensen die zouden moeten kiezen tussen ‘een opleiding aan Princeton zonder diploma’ of een ‘diploma van Princeton zonder opleiding’ blind voor het tweede gaan. De these van Caplans The Case Against Education is zelfs dat de waarde van het onderwijs slechts voor een zeer beperkt deel bepaald wordt door de kennis en de vaardigheden die het overdraagt en voor het overgrote deel berust op wat hij de ‘signalerende functie’ van het onderwijs noemt. Een diploma geeft het juiste signaal aan de juiste mensen. De diplomabezitter heeft immers aangetoond over de persoonlijkheidskenmerken te beschikken die nodig zijn om zijn studie tot een goed einde te brengen.

Lees meer in het dossier ‘De overspannen universiteit’

In Caplans visie is een universitaire studie een soort bootcamp – een test annex training die voorafgaat aan het leren van de vakinhoudelijke en professionele vaardigheden die er werkelijk toe doen (en die je on the job leert).

De universitaire bootcamp gaat volgens hem om de drie-eenheid: intelligentie, plichtsbesef en conformisme. ‘Intelligentie’, omdat je over een bepaalde dosis intelligentie moet beschikken om een universitaire studie te volgen. ‘Plichtsbesef’, omdat je om voor je tentamens te slagen en tijdig je essays in te leveren gedisciplineerd moet kunnen werken. En ‘conformisme’ omdat je een idee moet hebben wat er van je verwacht wordt en over de bereidheid moet beschikken die verwachtingen in te lossen. Het maakt dan eigenlijk niet uit wat je als docent op het tentamen vraagt, zolang het tentamen moeilijk genoeg is om je studenten op de genoemde punten pijn te doen, en makkelijk genoeg om hen naar een volgende hindernis te laten doorstromen.

Mismatch tussen gedreven docent en leergierige student

Ik geef toe dat het nogal een overgang is: van de vrijelijk te besteden 85.000 euro naar een militaristische bootcamp – maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de huidige universiteit meer op het laatste dan op het eerste lijkt. Daarom was het totaal onnodig een geüniformeerde bewaker te posteren voor de deur van de zaal waar ik mijn enthousiasme voor een paar dode filosofen op mijn studenten probeerde over te brengen. Vanuit mijn perspectief mocht mijn college dan een goed gemaakt ambachtelijk product zijn, toch had niemand ook maar de geringste behoefte dit kostbare product gratis in de wacht te slepen. Dat geldt overigens niet alleen voor de sector waarin ik actief was: in geen enkel vakgebied is het nodig bewakers in te huren.

U begrijpt mij verkeerd als u denkt dat ik argumenten wil leveren om nog verder op het hoger onderwijs te bezuinigen. Ik wil vooral duidelijk maken dat de gedrevenheid van de docent en de leergierigheid van de student elkaar in de moderne universiteit alleen nog in de marge ontmoeten – ondanks, in plaats van dankzij, het systeem. De vraag of het hoger onderwijs meer geld moet krijgen – waar de universiteiten u onophoudelijk om smeken – is daarom volstrekt ondergeschikt aan de vraag hoe de mismatch tussen de gedrevenheid van de docent en de leergierigheid van de student verholpen zou kunnen worden.

Als er één vraag is die u als belastingbetaler zou moeten interesseren, dan is het de vraag hoe het hoger onderwijs zo kan worden ingericht dat de ‘consument’ er niet zo min mogelijk, maar juist zo veel mogelijk profijt van trekt. Om dat te bereiken zouden we de universiteiten eerst moeten laten stoppen met het aanbieden van opleidingen waar je vooral leert hoe je voor die opleidingen moet slagen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.