Opinie

Niet te veel ‘nu’ bij herdenking graag

Het bombardement op Rotterdam is deze week weer herdacht, op uiteenlopende manieren. De pogingen om de herdenking voor nu relevant te maken die ze zag, doen afbreuk aan het historische belang van het ontwrichtende en voor de stad fundamentele bombardement zelf, vindt historica Susan Hogervorst.

Illustratie Rik van Schagen
Illustratie Rik van Schagen

Afgelopen dinsdagmiddag werd het bombardement op Rotterdam herdacht. Een onderdeel van het herdenkingsprogramma was de zogenoemde ‘human library’: een internationaal initiatief dat voor deze gelegenheid in Rotterdam was neergestreken. In plaats van een boek kon je er een mens ‘lenen’ die vertelde over zijn bijzondere situatie. Het idee erachter was het dichter bij elkaar brengen van verschillende mensen, als oefening in begrip en verdraagzaamheid.

Ik heb er boeiende gesprekken gevoerd. Maar in het kader van de herdenking van het bombardement krijgt zo’n goed bedoeld en op zichzelf prachtig initiatief toch een wat wrange bijsmaak. Deze verhalen over ziekte, fysieke handicaps en morele dilemma’s hebben immers, hoe intrigerend en waardevol ook, niets met de historische gebeurtenis te maken waar het op deze dag over gaat. En moet een stad eerst gebombardeerd worden om een beetje mededogen te kunnen tonen voor een ander?

Natuurlijk is dat gechargeerd, en op de bedoelingen valt niets aan te merken. Deze 14 mei-herdenking staat hierin ook allerminst op zichzelf. Ook op landelijk niveau wordt al jaren geprobeerd om de oorlog, die steeds verder weg raakt in de tijd, belangrijk te maken voor het heden, vaak met ‘Wat zou jij doen?’ als leidende vraag. Als onbedoeld gevolg hiervan wordt de oorlog echter juist een abstract fenomeen, waarop we kennelijk allerlei hedendaagse dilemma’s kunnen projecteren. De ellende van de oorlog wordt erbij gehaald om in het heden morele of politieke boodschappen kracht bij te zetten.

Teveel nadruk op de morele lessen die uit het verleden te trekken zouden zijn, holt het verleden uit. Bovendien doet het reduceren van de oorlog tot een les over verdraagzaamheid en wederzijds begrip geen recht aan de mensen die het betrof, en aan de voor ons nauwelijks voorstelbare situatie waarin ze zich bevonden.

Op 14 mei 1980 stond Willy Brandt bij het monument van Zadkine. Kort daarvoor had hij in de grote zaal van De Doelen gezinspeeld op de mogelijkheid tot vergiffenis. Met internationale vrede en verzoening als motief begon Rotterdam sindsdien, veertig jaar na dato, het bombardement te herdenken, zij het niet jaarlijks, maar elke vijf jaar.

Dat gebeurde samen met buitenlandse steden die in de oorlog waren gebombardeerd, waaronder Duitse steden. Ook toen ging het dus om morele en politieke waarden, maar wel met een duidelijke verwijzing naar de oorlog.

Op 14 mei 2007 werden als onderdeel van het Architectuurjaar honderden megaspots op de Brandgrens geplaatst, die de schemering in schenen boven de stad. Ik weet nog dat ik en de mensen met wie ik was spontaan bij iemand boven werden genodigd om het spectaculaire gezicht vanuit zijn woontoren te komen bewonderen. Daarna groeide de Brandgrens uit tot een concept voor eigentijdse manieren van herdenken, zoals de al even spectaculaire Brandgrensrun. Sindsdien hebben we een vaste vorm om jaarlijks op 14 mei te herdenken, die evenwichtig, behoorlijk divers en herkenbaar is.

Het bombardement van de Luftwaffe op een stad waar meer militaire weerstand werd geboden dan was ingecalculeerd, en waarbij honderden mensen dodelijk werden getroffen, vele anderen gewond raakten, heel veel meer mensen een dierbare verloren, en in totaal tachtigduizend mensen dakloos werden, is een gebeurtenis op zichzelf. Dit blijven vertellen, al dan niet ingekleurd met persoonlijke verhalen, of geplaatst in een groter kader, is wat er op zo’n dag zou moeten gebeuren (en gelukkig ook gebeurt).

Maar laat dat grotere kader vooral een historisch kader zijn, zoals dat ook bij de 14 mei-herdenking van 1980 het geval was. Je hoeft geen historicus te zijn om te vinden dat deze ingrijpende, ontwrichtende en voor de stad fundamentele gebeurtenis van zichzelf indrukwekkend genoeg is en geen goede bedoelingen nodig heeft.

universitair docent geschiedenis