‘Je deuren openen voor mensen in nood is normaal burgerschap’

Asielopvang Een groep jonge Eritreeërs zonder verblijfspapieren wordt een maand lang opgevangen door een woongemeenschap in Amsterdam-Noord. Op een bewonersavond wordt de grootste onrust weggenomen.
De voornamelijk Eritrese asielzoekers in deKerk in Amsterdam-Noord maken hun bedden op, koken en houden de boel zelf schoon.
De voornamelijk Eritrese asielzoekers in deKerk in Amsterdam-Noord maken hun bedden op, koken en houden de boel zelf schoon. Foto Olivier Middendorp

„Oh, hier koken jullie.” Ben Luke laat zijn blik glijden over twee grote soeppannen in de hoek van de ruimte. De 75-jarige Amsterdammer knikt vriendelijk naar een jonge Eritreeër die met een gele vaatdoek een tafel schoonveegt. Zijn wekelijkse koffiehoek met buurtgenoten in sociaal-cultureel centrum deKerk op de Volendammerweg in Amsterdam-Noord is veranderd in een gaarkeuken voor ongedocumenteerde migranten.

Zonder overleg werd dat aan hem meegedeeld. Heel de maand mei moeten hij en zijn buurtgenoten ergens anders heen. „Daar maakte ik mij wel boos over”, zegt Luke.

„Je hoorde zoveel geruchten in de buurt. Allemaal negatieve verhalen over die mensen.” Zijn goede vriend John Queijsen (65) valt hem bij. „Er zouden allemaal nieuwe koelkasten zijn binnengebracht en een douche werd aangelegd.” Tot grote frustratie hebben beide mannen, die naar eigen zeggen elke dag op straat zitten en de buurt een beetje in de gaten houden, helemaal geen brief ontvangen over de opvang. Ze kregen de indruk dat alleen eigenaren van koopwoningen zijn geïnformeerd, niet mensen – zoals zij – die een huurwoning hebben.

Van de 44 mannen, grotendeels uit Eritrea, is een deel minderjarig. Foto Olivier Middendorp

De aanvankelijke boosheid verdween na een bewonersavond op dinsdag 7 mei. Een aantal buurtgenoten gaat in op de uitnodiging om een kijkje te nemen bij de opvang in deKerk op de Volendammerweg. Het is soberder dan ik dacht, zegt een van hen. Voor 44 ongedocumenteerde migranten zijn er vier gaspitten, een koelkast, een douche en een toilet. Vol trots vertelt Ivanka Annot (31) dat de groep zelf boodschappen doet, kookt en schoonmaakt. „We hebben de groep in vijven gedeeld, iedere dag is een van hen verantwoordelijk voor al deze taken. En dat doen ze heel goed”.

Annot is een van de tien bewoners van Stichting Bildung in deKerk, ofwel de voormalige katholieke ‘Pastoor van Ars’ kerk. Zij nam het initiatief voor de opvang van een groep, veelal jonge mannen uit Eritrea. In eerste instantie voor slechts vier dagen: van 11 tot 14 april. „Ik zag op Facebook dat de groep nergens terecht kon. Het vroor toen ook nog. Binnen een halfuur had ik mijn huisgenoten overgehaald om opvang te bieden. Iedereen ging akkoord. Het was ook voor niet al te lange tijd.”

De mannen moesten zich maar zien te redden op straat

De wanhopige oproep voor opvang was afkomstig van Annette Kouwenhoven. Zij zet zich al jaren in voor ongedocumenteerden in Amsterdam. Op 1 april stond ze bij de gemeentelijke winteropvang in het westelijke havengebied en zag tot haar grote frustratie dat iedereen het tentencomplex moest verlaten. Niet alleen de dak- en thuislozen, maar ook een groep Eritreeërs zonder verblijfspapieren. Alleen voor de meest kwetsbare personen was er gemeentelijke opvang, de rest moest zich redden op straat.

„Dit zagen we aankomen. We hebben talloze brieven naar de gemeente gestuurd om de winteropvang langer open te houden, maar er was geen gesprek mogelijk”, zegt Kouwenhoven. In allerijl richt ze samen met anderen Code Rood Netwerk op, een bundeling van burgers en verschillende non-profitorganisaties, zoals het Wereldhuis van de Protestantse Diaconie en Amsterdam City Rights, die zich inzetten voor ongedocumenteerden in de stad.

Een deel van de voormalige kerkzaal is ingericht als slaapruimte. Foto Olivier Middendorp

De gemeente stelt dat zij de handen vol heeft aan het realiseren van vijfhonderd plekken voor de 24-uursopvang. De planning is dat de eerste locaties op 1 juli opengaan. Deze opvang van anderhalf jaar is bedoeld voor ongedocumenteerden in de bed-bad-broodvoorzieningen en mensen die al lang onderdeel zijn van We Are Here. Deze actiegroep kraakte in de afgelopen zes jaar meerdere panden in de stad vanwege gebrek aan opvang.

Lees ook: In het linkse Amsterdam zijn ze niet welkom

Dat er meer ongedocumenteerden zijn in Amsterdam, beseft de gemeente. „Zij konden terecht bij de winteropvang. In het college is afgesproken dat deze opvang dichtgaat op 1 april”, zegt een woordvoerder. Ze noemt het „fijn” dat particulieren hulp bieden aan mensen die buiten de gemeentelijke opvang vallen. De groep staat wel op een wachtlijst voor opvangplekken van de gemeente.

Dublinclaim

Met een vlijmscherp mesje verwijdert Abrham Yemane (29) het gezichtshaar van een jonge landgenoot uit Eritrea. Op de grond rond een stekkerdoos liggen plukken zwart haar. De gebruikte tondeuse zit in de oplader. Hij is aan het werk in de voormalige kerkzaal, die nu dienst doet als slaapruimte. Vierenveertig veldbedden, gedoneerd door het Rode Kruis, staan dicht op elkaar. Een paar mannen liggen te slapen, anderen kijken verveeld op hun telefoon.

Abrham Yemane (29) scheert een medebewoner. Foto Olivier Middendorp

Yemane probeert zich in de geïmproviseerde noodopvang op de Volendammerweg zo nuttig mogelijk te maken. Het liefst vertrekt hij naar zijn vrouw en kind van anderhalf in Zeeland, die wel een verblijfsvergunning hebben gekregen. Yemane vluchtte in januari 2015 uit het dictatoriale Eritrea, in Soedan trouwde hij. Ze raakten elkaar kwijt tijdens hun reis door de Sahara. Yemane werd opgepakt en teruggestuurd naar de Soedanese hoofdstad Khartoum. „Ik heb lang gewacht in Soedan tot ik naar Nederland mocht komen, maar dat lukte niet. Toen ben ik zelf naar Europa gegaan. In Italië werd ik gedwongen om mijn vingerafdrukken af te geven.”

In 2016 vroeg hij asiel aan in Nederland. Hij liet zijn trouwpapieren zien, maar vanwege zijn vingerafdrukken werd hij teruggestuurd naar Italië. Daar hield hij het niet lang vol. Hannibal Takle (24) komt erbij staan. Hij noemt de opvang in Italië „een grote vuilnisbelt”. Volgens de Eritreeër was er te weinig eten, drinken en waren er bijna geen medische voorzieningen. Een vriend vertelde hem dat hij al drie jaar wacht in Italië op asiel en niet mag werken. Dat wilde hij niet. „In Eritrea had ik al gehoord over Nederland. Dat is een beter land. Hier hebben ze nog respect voor mensen.” Ook Yemane blijft hoop houden op een verblijf in Nederland. November vorig jaar vroeg hij opnieuw asiel aan in Ter Apel.

Bijna iedereen in de groep heeft een Dublinclaim, stelt Kouwenhoven. Dat betekent dat het land waar de asielzoeker aankomt verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Na achttien maanden vervalt deze verantwoordelijkheid en mag een asielzoeker in een tweede land een aanvroeg doen. Daarvoor moeten ze wel uit beeld blijven van de politie en de Dienst Terugkeer & Vertrek.

Voor Kouwenhoven is het glashelder: deze groep moet je helpen. „Wanneer de opvang in Italië slecht is geregeld, komen ze hier naar toe.” Vrees voor een aanzuigende werking noemt ze misplaatst. „In Italië hebben ze het idee dat ze nog op de vlucht zijn. Niemand voelt zich daar veilig. Terugsturen is geen oplossing, dat is het probleem verplaatsen.”

Asieladvocaat Maartje Terpstra bevestigt dat asielzoekers grote problemen ondervinden in Italië. Zij heeft meerdere cliënten uit Eritrea en volgt de politieke situatie in Italië op de voet, vertelt ze aan de telefoon. „Door het ‘decreet van Salvini’ is de opvang sterk versoberd en worden veel minder verblijfsvergunningen afgegeven.” De strenge maatregelen, van kracht sinds oktober 2018, dragen de naam van de rechts-nationalistische minister van Binnenlands Zaken en vice-premier Matteo Salvini.

Volgens Terpstra toont deze groep Dublin-claimanten in Amsterdam het Europese migratieprobleem. „Het is een gebrek aan solidariteit van de noordelijke landen met Italië en Griekenland door te weigeren een deel van de migranten over te nemen. Daarnaast is het een bewust politiek beleid van de zuidelijke landen om het zo onaantrekkelijk mogelijk te maken om naar Europa te komen.”

‘Oprotten naar je eigen land’

Terug naar Amsterdam-Noord. Het eerste verblijf van vier dagen bij Stichting Bildung verliep boven verwachting goed, zegt Annot. „Het was zeker niet de bedoeling om ze langer opvang te bieden, maar toen de groep echt nergens anders terecht kon, besloten we om ze heel de maand mei onderdak te geven.” Ditmaal pakte de woongroep het heel professioneel aan. Medebewoner Jip van der Duin (27): „Ik had alleen moeite met het veiligheidsaspect. Als het misgaat, wat dan? Dus we hebben de brandweer uitgenodigd en extra rookmelders opgehangen. De opvang is niet ideaal, maar het alternatief is veel slechter.”

DeKerk aan de Volendammerweg fungeert als tijdelijke opvang voor asielzoekers. Foto Olivier Middendorp

Tijdens het gesprek wordt het lawaaiig. Een paar jonge Eritreeërs voetballen in de ontmoetingsruimte. Annot loopt naar hen toe en stuurt ze naar buiten. „Sommigen noemen ons tien dappere Amsterdammers. Maar zo zie ik het helemaal niet. Het is normaal burgerschap om je deuren te openen voor mensen die in nood verkeren.”

Zo denkt niet iedereen. In Facebookgroepen over Amsterdam-Noord schrijven bewoners „oprotten naar je eigen land” en „waar betalen ze die mobieltjes van?” De woongemeenschap besluit op eigen initiatief op 7 mei een bewonersavond te organiseren; de gemeente is niet aanwezig. Veel van de onvrede, blijkt al snel, komt voort uit onduidelijke communicatie.

Annot wil het beeld wegnemen dat alleen koophuizen een brief hebben gekregen over de opvang. „We hebben in de directe omgeving 250 brieven door de bus gedaan. Ook in de flat met allemaal huurwoningen.” Een groot deel van de vijftig aanwezigen woont iets verderop in de buurt en kreeg de brief van een buurtregisseur. Verder noemt ze het „erg vervelend” dat de groep koffiedrinkende mannen uit Noord is weggestuurd uit deKerk.

Luke tilt er niet al te zwaar aan, zegt hij aan het eind van de avond. „Ik verlaat met een positief gevoel de zaal. Ze hebben het op een goede manier aangepakt. Je kan ook niemand op straat laten slapen”. De 57-jarige Patricia (wil alleen met voornaam in de krant) is minder gerust. „Het zijn allemaal mannen die hun vrouwen hebben achtergelaten. Vol hormonen. Ik maak mij zorgen over mijn dochter en kleindochter. Blijft die groep echt tot eind mei? Waar gaan ze dan heen?”

Dat laatste vraagt Kouwenhoven zich ook af. Ze is blij dat Stichting Bildung haar nek heeft uitgestoken. „Dit is wel opvang uit protest. De gemeente heeft een zorgplicht en komt die niet na. Dat vind ik kwalijk. Ze laten het over aan het maatschappelijk middenveld.”