Opinie

    • Christiaan Weijts

Jan Roos, romancier

Bergen: het dorp van schilders en dichters. Rond de Ruïnekerk ruisen de hoge linden. Bij het Huis met de Pilaren drinken nette dames koffie. Iets verderop het standbeeldje van Adriaan Roland Holst. In zijn éénpersoonsvilla, nu een schrijvershuis, verblijf ik deze maand. Dit is de wereld van Roland Holst, Du Perron, Slauerhoff, Bloem, Gorter… Maar zijn hier ook nieuwe, levende schrijvers?

Ik tref het: pal om de hoek wordt een debuutroman gelanceerd. Auteur: Jan Roos. De wereld van de matrozenmuts, PowNed, Echte Jannen, VNL. Een feestje van rechts-populisten: precies wat je je níet voorstelt bij dit kunstenaarsdorp. Daar wilde ik wel bij zijn.

Hij heeft een nieuwe bril. Dat valt als eerste op in het trendy restaurantje. Doorzichtig in plaats van zwart. Symbolisch, verklaart hij: „De oude Jan is dood, leve de nieuwe Jan.” Hij sprak Thierry Baudet eerder die donderdag, voor zijn podcast. „Als ik hoor hoe zijn leven veranderd is, ben ik blij dat ik niet de politiek in ben gegaan en ik hier gewoon een boekje sta te presenteren. Ik ga geen rare dingen meer doen. Af en toe een boekje uitbrengen. Leven! Genieten! Met mijn vrouw en kinderen.”

Crisis heet het boekje. Zesennegentig bladzijden lang horen we Erik Berg foeteren. Op Europa, dat in zijn dystopie een federale regering krijgt, waarna de economie compleet stagneert. Op ‘roetmoppen’ die ‘in een hangmat melk uit een kokosnoot lagen te zuipen’ terwijl het westen hun ontwikkelingsgeld verdiende. Vooral foetert hij op zijn eigen mislukkingen. Alles wat hij probeerde in zijn leven liep spaak.

„Als NRC erover zou schrijven, dan zouden ze zeggen dat Jan een pastiche op zijn eigen leven heeft geschreven”, zegt uitgever Tom Zwitser van De Blauwe Tijger. Volgens mij is het zelfs een pastiche op het rechts-populistische gedachtengoed. Voedsel en brandstof gaan op rantsoen. Iedereen is teruggeworpen op zichzelf. Hieronder proef ik juist een verlangen naar solidariteit, naar een gemeenschap, naar samenwerking. Wie zich isoleert, komt om, is de stelling. Zo bezien is dit juist een anti-Nexitboek.

Roos en zijn uitgever staan met microfoon achter de bar. Het woord ‘grachtengordel’ valt opvallend vaak. Roos: „Daar hoor ik niet bij. Omdat ik spuug op inclusiviteit, die de man als genderneutrale natte drol ziet.” Alweer: zo’n groteske karikatuur dat je haast gelooft dat hij het niet meent.

Terug in het Roland Holsthuis, onder de rietkap, kijk ik uit over het weiland. Een man fietst met z’n kinderen over de dijk. Hondje erachteraan. Net zo ontspannen als ik de debutant zojuist met zijn kinderen zag op het zonnige terras. Ik gun iedereen een nieuwe Jan Roos.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.