Kabinet wil geen Europese reuzen, wel machtspolitiek

Europese strategie Het kabinet wil niks weten van ‘Europese kampioenen’ die concurreren met China en de VS. Rutte III investeert liever in brede technologie.

Een hogesnelheidstrein in Berlijn. Rutte III investeert liever in bredere innovatie dan in grote Europese giganten.
Een hogesnelheidstrein in Berlijn. Rutte III investeert liever in bredere innovatie dan in grote Europese giganten. Foto Jochen Eckel/Bloomberg

China kan opgelucht ademhalen. Nederland voelt niets voor het stimuleren van Europese industriële kampioenen in het bedrijfsleven die de strijd moeten aangaan met concurrenten in bijvoorbeeld China en de VS.

In de beleidsnotitie die het kabinet woensdag presenteerde over de China-strategie moet je wel goed tussen de regels lezen om deze conclusie te kunnen trekken. De langverwachte strategie is vaag als het om het bedrijfsleven gaat. China is afzetmarkt voor Nederland, investeerder in Nederland én een concurrent.

Het kabinet herhaalt hoofdzakelijk eerdere aankondigingen, zoals een investeringstoets voor buitenlandse overnames op de criteria nationale veiligheid en openbare orde. Over deze toets worden al sinds 2013 politieke onderhandelingen gevoerd, toen KPN een als onvriendelijk ervaren bod van het Mexicaanse telecombedrijf América Móvil afsloeg.

De overnametoets sluit soepel aan bij de kern van de China-strategie: samenwerking binnen de Europese Unie is de beste manier om de ‘draak’ te temmen. Maar in die samenwerking is het kabinet wel kieskeurig.

De beoogde Europese samenwerking strekt zich niet uit tot de nieuwe industriële politiek die de Frans-Duitse tandem wil voeren. Hun visie is dat Europa eigen kampioenen in de wereldmarkt moet zetten. Overheden hebben hier een regierol. De ‘vader’ van deze industriepolitiek is Peter Altmeier, de Duitse minister (CDU) van Economie en Energie.

Het eerste concrete voorbeeld was meteen controversieel: de fusie van de treinbouwdivisies van het Duitse industriële concern Siemens en zijn Franse evenknie Alstom. Een van de argumenten voor hun samengaan was de concurrentie uit China.

Daar maakte Europees Commissaris Vestager (mededinging) gehakt van. Zij wees de fusie van de hand, want vanuit China is geen concurrentie op de Europese markt te duchten, terwijl de Chinese markt potdicht zit voor buitenlandse bedrijven. In reactie daarop stelden Frankrijk en Duitsland nieuwe bevoegdheden voor de Europese regeringsleiders voor: de macht om een fusieveto te herroepen. Staat Nederland daar achter?

Altijd alert, nooit naïef

Het antwoord daarop staat niet in de China-strategie, maar in de Europese concurrentiestrategie die twee dagen daarvoor, op maandag, naar de Tweede Kamer is gestuurd. Dit document van slechts tien pagina’s straalt de concrete urgentie uit die de China-strategie (102 pagina’s) mist. Die twee nota’s hebben raakvlakken en overlappingen. De mondiale verhoudingen veranderen en Nederland en Europa moeten een nieuwe rol spelen, is de rode draad. In de China-strategie is het credo: ‘open waar het kan, beschermend waar het moet’. In de Europese concurrentiestrategie heet dat: ‘open waar het kan, beschermend waar het moet, altijd alert, nooit naïef’.

In zijn Europa-strategie zet het kabinet zich volmondig af tegen de industriepolitiek met de Europese kampioenen. De prioriteit van Nederland is mededinging ten bate van de consument, niet schaalvergroting op jacht naar de wereldmarkt.

Rutte III voelt niks voor fusies die, al dan niet met staatssteun of subsidies, tot de vorming van (semi)monopolisten leiden. Nederland is nuchter. „Daarnaast garandeert een fusie niet automatisch een Europese kampioen: het samenvoegen van bedrijven is immers niet altijd een succes gebleken.”

Het Nederlandse standpunt is de traditionele, liberale visie. Twee Nederlandse eurocommissarissen, Frits Bolkestein en Neelie Kroes, vochten eerder voor open concurrentie. Het kabinet staat pal voor politiek onafhankelijk fusietoezicht.

Er zijn ook praktische overwegingen, die overigens niet in de nota voorkomen. Nederland heeft als middelgroot land weinig industriële bedrijven of banken die via een fusie in aanmerking komen voor de rol van Europese kampioen. De Nederlandse industrie is relatief klein en is vooral toeleverancier. Soms is er wel een wereldspeler, maar niet in hightech - denk aan verfgigant AkzoNobel - of het heeft al een nummer 1-positie, zoals chipmachinefabrikant ASML.

Leve het Forum

Recapitulerend: Nederland is wél enthousiast voor Europese economische cohesie. Maar niét voor Frans-Duitse kampioenen. Dus…?

Nederland gooit het over de pan-Europese boeg: elk land moet mee kunnen doen. En Nederland mikt liever op een Europese koploperspositie in ketens van bedrijven „die van strategisch economisch belang zijn of cruciaal zijn voor onze veiligheid”.

Daarbij denkt het kabinet aan „de transitie naar een duurzame en digitale Europese economie”. Weinig concreet, maar Duitsland en Frankrijk kunnen daar niet tegen zijn, zou je zeggen.

Rutte III beveelt een bestaand Europees platform aan om dat te regelen: het Strategic Forum for Important Projects of Common European Interest. Dat programma loopt inmiddels ruim een jaar en probeert bijvoorbeeld een Europese koppositie te realiseren in batterijtechnologie en micro-elektronica. Dat Strategic Forum kan volgens het kabinet ook mooi een impuls geven aan de „grootschalige gezamenlijke investeringsplannen waarmee Europa ook in de toekomst leidend kan zijn”.

Lees ook: ‘Verrassend dat Nederland China opeens als bedreiging ziet’

Dat is de aanvalsstrategie waarop minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) een week eerder al hintte in zijn ‘Toekomst van Europa’-lezing aan de Humboldt universiteit in Berlijn.

Hij pleitte daar voor een „fundamentele herschikking van prioriteiten” in Europa, waarbij de honderden miljarden euro die nu aan landbouw worden besteed (groten)deels vrijgemaakt worden voor investeringen in „innovatie, artificial intelligence, nanotechnologie en biotech”. In Nederland werd zijn pleidooi langs de nationale meetlat gelegd: is deze CDA-minister eurofiel of eurosceptisch? Die vraag is Hoekstra al lang voorbij.

Hij koos in Berlijn zonder omwegen voor de noodzaak van „Europese machtspolitiek”. En voor de bijbehorende kapitale investeringen in nieuwe technologie. Want dat doet China ook. En dat is nu de nieuwe norm.

De VS, China én Europa wedijveren met elkaar in de nieuwe industriële revolutie (3D-printen, robotica, batterijen, supersnel 5G -netwerk). Technologie is „onderdeel geworden van de competitie om de wereldmacht”, zegt het kabinet. In die strijd is China de tegenstander, maar het weerwerk moet van heel Europa komen.

Correctie (vrijdag 17 mei 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd in het fotobijschrift ten onrechte gesproken van een hogesnelheidstrein van de Frans-Duitse alliantie Alstom en Siemens. Dit is hierboven aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.