‘Ik heb mijn advocaat naast mij liggen’

Spitsuur Roos van Put (55) en Bas Martens (51) wonen met hun twee boxers op Scheveningen. Zij is tassen- ontwerper, hij strafrechtadvocaat. „We zijn boven de vijftig, maar allebei nog best ambitieus. Pensioen is voor ons heel ver weg.”

Bas: „Wij wonen op Scheveningen, aan het strand. Geen kinderen, maar we hebben wel honden – we zouden niet zonder ze kunnen.” Roos: „’s Middags neemt Bas een van de boxers mee naar z’n werk. Wij zijn eigen baas, dus dat kan gewoon. In de middag gaan ze met de uitlaatservice.”
Bas: „Wij wonen op Scheveningen, aan het strand. Geen kinderen, maar we hebben wel honden – we zouden niet zonder ze kunnen.” Roos: „’s Middags neemt Bas een van de boxers mee naar z’n werk. Wij zijn eigen baas, dus dat kan gewoon. In de middag gaan ze met de uitlaatservice.”

Roos: „We zijn in bijna alles het tegengestelde. Hij is een ochtendmens, ik een avondmens.”

Bas: „Ik zit in de advocatuur en Roos in de creatieve, ambachtelijke hoek met haar tassenvakschool.”

Roos: „Maar dan heb je ook altijd wel iets om te bespreken.”

Bas: „Daarom passen we goed bij elkaar.”

Roos: „We zijn allebei ondernemers. Dat is een prettige, gedeelde factor. Ik geef verschillende cursussen. Bas helpt met de planning. Dan gaan we samen met twee computers aan tafel zitten.”

Bas: „Ik ben advocaat. Ik houd mij bezig met anti-witwasregelgeving en tuchtrecht en ik sta militairen en veteranen bij in afwachting van hun schadevergoedingszaken. Dus op het gebied van contracten opstellen en privacywetgeving help ik Roos ook weer.”

Roos: „Soms word ik wakker en stel ik een vraag die ik de avond ervoor ben vergeten. Dat is fijn, ik heb mijn advocaat naast mij liggen.”

Bas: „Wij wonen op Scheveningen, aan het strand. Geen kinderen, maar we hebben wel honden – we zouden niet zonder ze kunnen.”

Roos: „’s Middags neemt Bas een van de boxers mee naar z’n werk. Wij zijn eigen baas, dus dat kan gewoon. In de middag gaan ze met de uitlaatservice.”

Bas: „Er is uitvoerig appverkeer met de uitlaatservice, want dan moet het ene beest daarheen en zit het andere beest daar.”

Roos: „Of ze moeten naar mijn studio.”

Bas: „Onze honden zijn zo opgevoed dat ze op mijn kantoor weten dat het rust is. Ze liggen bij mij in de mand of op de gang. Als mensen mij zoeken, hoeven ze alleen maar te zoeken voor welke deur de hond ligt.”

Verdrietige hond

Roos: „De twee die we nu hebben heten Charley, naar de kunstenares Charley Toorop, en de andere heet Elfie. Op onze schoorsteenmantel staat een urn, dat was onze vorige boxer, Ollie. Na haar overlijden waren wij verdrietig, maar Charley was helemaal ontroostbaar. Wij dachten dat ze dood zou gaan van verdriet.”

Bas: „Ze zat boven op haar kamer, op de stoel voor het raam. En maar wachten en naar buiten kijken.”

Roos: „Dat heeft maanden geduurd. We wilden nog geen nieuwe hond nemen, dat was te vroeg – en daarna hadden we het er niet meer over. Je kent vast die uitdrukking, the elephant in the room. Dus toen er later toch eentje kwam, noemde Bas haar Elfie.

Bas: „We hoopten dat Elfie Charley wat actiever zou maken. Maar ze moest wennen, het duurde weken.”

Roos: „Soms vluchtte Charley naar boven, die dacht: ‘Het is goed, ik ga naar mijn eigen kamer.’ Maar inmiddels zijn ze leuk samen, echt maatjes.”

Bas: „Sinds we samen zijn, hebben we boxers, daarvoor niet, toen woonden we nog in hetzelfde studentenhuis in Leiden.”

Roos: „We kwamen elkaar tegen op de trap.”

Bas: „Sindsdien zijn we bij elkaar. We hebben er niet al te ingewikkeld over gedaan.”

Roos: „Eerst huisgenoten, toen vrienden en pas later een setje. Kunstgeschiedenis en rechten, klassieker kan het bijna niet.”

Oude tante op sociale media

Roos: „Mijn werk voelt niet als werk. Hiervoor zat ik in de journalistiek. Als hoofdredacteur tikte ik nog tot diep in de nacht stukjes, maar op een gegeven moment ging het voelen als werk en dan moet je wegwezen. De switch ging niet zonder slag of stoot. Bas was een goede raadgever. Hij zei: ‘Je moet focus houden, een stip aan de horizon zetten.’ Dat was voor mij een eigen label en later mijn tassenvakschool. Daardoor ging ik heel efficiënt met tijd om. Dagen van vijftien, zestien uur waren geen uitzondering.”

Bas: „En Roos ging enorm met sociale media aan de slag. Zit ze naast mij in de auto, wordt er een uitvoerig Instagram- of Facebookbericht gemaakt en daarnaast ook nog voor Twitter.”

Roos: „Ik ben heel actief, mijn neefjes moeten vaak lachen om hun oude tante – maar het werkt wel, ik haal mensen binnen.”

Bas: “Dat is marketing.”

Roos: „Ik heb veel aan de erfenis in de journalistiek gehad. Ik weet hoe ik aandacht genereer. Ik blijf in mijn hart altijd journalist, ook bij mijn cursisten. Dan stel ik vragen om erachter te komen hoe ze denken. Maar het is echt een bevrijding. Als ik nu iets verzin, kan ik dat gewoon doen. Ik heb nu een wild idee voor een tassenretraite in Puglia.”

Niet met pensioen

Bas: „Wij zijn geweldige liefhebbers van Zuid-Italië, daar wonen vrienden van ons.”

Roos: „Ik bedacht het aan het strand, vervolgens waren we heel de zomer op bierviltjes aan het rekenen en tekenen. Dan huur ik een villa met zwembad en rijdt mijn neefje met een vrachtwagen vol naaimachines daarheen. In de ochtend gaan we tassen maken, dan een lunch en ’s middags lezingen of naar het strand.”

Bas: „We zijn boven de vijftig, maar allebei nog best ambitieus. We hebben het idee dat we iets aan het bouwen zijn, zonder dat we weten waar het eindigt.”

Roos: „We hebben een vriend die nu al zit na te denken over zijn pensioen.”

Bas: „Voor ons is dat heel ver weg.”

Roos: „Wij gaan niet met pensioen.”