‘Ik kan er niet tegen als er wordt gesjoemeld in de wetenschap’

Sportgeneeskunde Vrouwen met bepaalde aangeboren afwijkingen kunnen een testosteronniveau in hun bloed hebben dat overeenkomt met wat normaal is voor mannen. Maar de vraag is of testosteron evenveel bij hen doet.

Caster Semenya loopt de 800 meter in Doha, Qatar, op 3 mei 2019.
Caster Semenya loopt de 800 meter in Doha, Qatar, op 3 mei 2019. Foto Noushad Thekkayil/epa

Atletes op de middellange afstand met veel testosteron in hun bloed mogen niet deelnemen aan wedstrijden. De internationale atletiekfederatie IAAF voert deze maatregel in om de damescompetitie eerlijk te houden; testosteron bevordert de aanleg van spieren en stevige botten. Het internationale sporttribunaal CAS ging daar twee weken geleden in mee. Maar de wetenschappelijke onderbouwing onder het besluit om vrouwen met een concentratie van meer dan 5 nanomol testosteron per liter in hun bloed uit te sluiten van bepaalde onderdelen rammelt, zeggen kritische wetenschappers.

De studie waarop de maatregel hoofdzakelijk is gebaseerd, werd in mei 2017 gepubliceerd in The British Journal of Sports Medicine. Het onderzoek werd uitgevoerd door de Franse sportartsen Stéphane Bermon en Pierre-Yves Garnier, verbonden aan de IAAF. Bermon volgde Garnier in juli 2018 op als medisch en wetenschappelijk directeur van de atletiekfederatie. De onderzoekers verzamelden gegevens van de bloedwaarden van atleten die deelnamen aan de wereldkampioenschappen atletiek in 2011 in Daegu (Zuid-Korea) en in 2013 in Moskou.

Het onderzoek bevestigt volgens Bermon en Garnier dat er een zwakke, maar significante invloed is van testosteron op de prestaties van vrouwen in sommige disciplines.

Gevoelige nederlaag

De studie werd opgezet nadat de IAAF in 2015 een gevoelige nederlaag had geleden in een arbitragezaak die was aangespannen door de Indiase atlete Dutee Chand. In 2011 had de IAAF een regel ingesteld „om de vrouwencompetitie eerlijk te houden”, namelijk de eis dat vrouwelijke atleten geen testosteronspiegel boven de 10 nanomol per liter bloed mochten hebben. Dat is ongeveer de ondergrens van het testosteronniveau bij mannen. Chand zat daarboven vanwege een aangeboren genetische afwijking, ze heeft de mannelijke chromosoomsamenstelling (XY in plaats van XX), maar haar uiterlijke geslachtskenmerken zijn vrouwelijk.

Lees ook: Discrimineren is soms noodzakelijk, vindt het CAS

Ze wist dan ook niet anders dan dat zij vrouw was. Dat komt doordat haar lichaam op een andere manier reageert op testosteron, dat in hoge concentraties vanaf de puberteit bij mannen de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken in gang zet. Medisch wordt dit omschreven als DSD (disorder of sex development, een stoornis in de geslachtsontwikkeling), in de sportwereld spreekt men van hyperandrogene vrouwen. De vrouwen hebben teelballen maar die dalen niet in. Net als mannen produceren ze grote hoeveelheden testosteron, maar de vrouwen zijn daar geheel of gedeeltelijk ongevoelig voor, afhankelijk van welke mutaties er in het DNA zitten.

De topprestaties van mannen in de atletiek liggen gemiddeld 10 tot 12 procent hoger dan die van vrouwen. De IAAF schrijft dat toe aan testosteron. Het hormoon stimuleert de spieropbouw, vergroot de zuurstofcapaciteit van het bloed via hemoglobine en verschaft de sporter extra agressiviteit en doorzettingsvermogen. Normale testosteronspiegels bij vrouwen variëren in een bandbreedte van 0,7 tot 2,8 nanomol per liter en tussen 6,9 en 34,7 nanomol per liter voor mannen.

Geslachtsontwikkeling

De gevoelige kwestie is dat een gelijk testosteronniveau in verschillende individuen een verschillend lichamelijk effect kan hebben. Dat geldt voor iedereen, maar vooral voor DSD-vrouwen. Als hun hoge testosteronspiegels de mannelijke geslachtsontwikkeling niet of niet volledig in gang zetten, in hoeverre kunnen ze dan wel de sportprestaties verbeteren? Precies op dat punt stelde het internationale sporttribunaal CAS de Indiase atlete Chand in het gelijk: het IAAF (Bermon trad destijds op als wetenschappelijk adviseur in de rechtszaak) kon niet voldoende wetenschappelijk bewijs leveren over in hoeverre verhoogde testosteron deze vrouwen een sportief voordeel geeft.

De atletiekfederatie zag zich toen gedwongen de testosteronregel voor vrouwen op te schorten. Prompt maakten vrouwen met hoge testosteronspiegels hun rentree in de top. Knarsetandend moest de federatie bijvoorbeeld aanzien dat het podium van de 800 meter vrouwen van de Olympische Spelen in Rio in 2016 geheel werd gevuld met hyperandrogene vrouwen: Caster Semenya (Zuid-Afrika, goud), Francine Niyonsaba (Burundi, zilver) en Margaret Wambui (Kenia, brons).

Het duurde niet lang. Per 1 november 2018 stelde de IAAF opnieuw een testosteronplafond in voor vrouwelijke atleten die deelnemen aan internationale wedstrijden; ditmaal nog scherper op 5 nanomol per liter bloed. De nieuwe limiet is volgens de IAAF om praktische redenen ruim boven de normale vrouwelijke testosteronspiegel gekozen. Zo kunnen vrijwel alle ‘normale’ vrouwen met XX-geslachtschromosomen en ontwikkelde eierstokken deelnemen, ook vrouwen met een polycysteus ovariumsyndroom (PCOS), een aandoening waarbij de testosteronniveaus ook omhoog gaan maar niet zo sterk als bij DSD’s. PCOS komt relatief vaak voor, bij een op de tien vrouwen.

Lees ook: Testosteron-onderzoek onder vuur

Volgens de IAAF zijn er onder de vrouwelijke topatleten relatief veel met hoge testosteronniveaus „in de mannelijke bandbreedte”. De federatie schat ongeveer 7,1 op de 1.000, „140 keer zoveel als in de algemene vrouwelijke populatie”. Ze voegt er nog aan toe dat het aandeel van deze groep atleten onder de winnaars van wedstrijden nog veel groter is.

„Ik kan er niet tegen als er wordt gesjoemeld in de wetenschap”, zegt Erik Boye, emeritus celbiologie in Oslo

Maar de cruciale studie van Bermont en Garnier ligt al sinds de publicatie onder vuur. De oppositie wordt aangevoerd door de Noorse celbioloog Erik Boye, emeritus van de Universiteit van Oslo. Samen met de Zuid-Afrikaanse sportwetenschapper Ross Tucker en de Amerikaanse wetenschapper Roger Pielke heeft hij het onderzoek tegen het licht gehouden. „Er bleek zoveel mee mis dat we de auteurs en het tijdschrift waarin het gepubliceerd is, verzocht hebben het artikel terug te trekken”, vertelt hij aan de telefoon. „Dat weigerden ze. Ik vind dat immoreel en onwetenschappelijk!”

Boye is de strijd met groeiende agressie aangegaan, vertelt hij. „Ik kan er niet tegen als er wordt gesjoemeld in de wetenschap. Daar reageer ik dan op. En als de betrokken wetenschappers dan vervolgens tegen beter weten in blijven vasthouden aan hun conclusies, dan word ik nog kwader.”

Dubbeltellingen en spookdata

Het team-Boye verzocht Bermon om de onderliggende gegevens, zodat ze de analyse zouden kunnen verifiëren. Pas „na maanden zeuren” kregen ze een deel van de dataset. Die controleerden ze aan de hand van de wedstrijduitslagen. De data bleken rommelig: sommige tijden waren dubbel geteld en er zaten spookdata tussen die geen match hadden met bekende uitslagen. „Nadat we de auteurs daarmee confronteerden gaven ze toe dat er fouten in zaten. Maar toch hielden ze hun conclusies overeind.”

Luitser ook naar podcast Vandaag: Caster Semenya is te mannelijk voor de vrouwenatletiek

Saillant is ook dat een dag nadat Bermon c.s. een deel van de data had geleverd, hij samen met een aantal andere wetenschappers een heranalyse van het onderzoek publiceerde in hetzelfde British Journal of Sports Medicine. Daarin laat hij 230 datapunten (van de oorspronkelijke 2.127) weg en corrigeerde hij ook een aantal gegevens (zonder te vermelden welke of hoeveel). In de heranalyse blijkt alleen het verschil op de 400 meter horden, 800 meter en kogelslingeren nog significant. Voor de 400 meter zien de auteurs nu een „trend naar significantie”. En ineens duikt de 1.500 meter ook op in de relevante resultaten; als namelijk alle afstanden van 400 tot en met 1.500 meter worden samengenomen houdt het verschil in prestaties significant verband met het testosteronniveau.

De IAAF stelt het vrouwelijke testosteronplafond van 5 nanomol per liter bloed alleen in bij de 400 meter, 400 meter horden, 800 meter, 1.500 en de Engelse mijl. Bij de onderdelen kogelslingeren en polsstokhoogspringen, waar Bermon ook een significant effect vond, geldt dit niet. „Iedereen weet waarom die 1.500 meter erbij getrokken is”, zegt Boye, „Caster Semenya loopt juist ook op die afstand!” Het IAAF verweert zich in een persverklaring tegen de kritiek van Boye: „Een topatleet die goed presteert op de 800 meter zal het ook goed doen op de 1.500 meter en de Engelse mijl.”

„Het is van de zotte” reageert ook Gerard Sierksma, emeritus hoogleraar sportstatistiek van de Rijksuniversiteit Groningen na het lezen van de studie. „Hiervan rijzen de haren je te berge. Dit onderzoek lijkt opgezet om naar een vooraf vaststaande conclusie toe te redeneren. Maar een correlatie tussen testosteronniveau en prestatie betekent nog niet dat er een causaliteit is. De oorzaak zou net zo goed wat anders kunnen zijn, bijvoorbeeld dat heel hard trainen het testosteron omhoog jaagt.”

„Wat mij betreft zegt dit wel iets over de betrouwbaarheid”, zegt Erik Boye

Dat de auteurs uit de cijfers concluderen dat er een kwantitatief effect van testosteron op de prestatie is, noemt Sierksma „bizar”. Je mag een verband tussen prestaties en gemeten testosteronniveaus in een algemene populatie topatletes niet zo maar extrapoleren naar de bijzondere groep DSD-vrouwen. „Dat kan iedereen bedenken, daarvoor hoef je niet eens statisticus te zijn”, aldus Sierksma.

En, als een hoog testosteronniveau prestatieverhogend is, zou je dat effect ook in andere disciplines moeten zien, merkt Boye op. „Met name op de 100 meter sprint zouden atleten met hoog testosteron eruit moeten knallen. Maar wat zien we in de data van Bermon en Garnier: hoge testosteronspiegels zijn op deze afstand een groot nadeel, met ruim 5 procent lagere prestaties! Dat negatieve effect is dus nog groter dan alle positieve effecten die Bermon oorspronkelijk vond. Wat mij betreft zegt dit wel iets over de betrouwbaarheid van de data.”

‘Ongehoord’

Boye vertelt dat de wetenschappelijke repliek die hij samen met Tucker en Pielke schreef, in februari is gepubliceerd in The International Sports Law Journal, nadat het eerder was geweigerd door het British Journal of Sports Medicine, die wel twee keer de ruimte gaf aan Bermon. „Dit is echt ongehoord” ,zegt Boye. „Het lijkt er sterk op dat de publicaties van Bermon zijn doorgedrukt om zo testosteron te kunnen reguleren. En nog steeds hebben we geen inzicht in de onderliggende data, waardoor we niet kunnen controleren of de conclusies kloppen. Het tweede artikel is niet eens peer reviewed.”

Er speelt hier een duidelijke belangenverstrengeling, zegt Boye. „De IAAF vraagt haar eigen wetenschappers onderzoek te doen, waarvan de resultaten discutabel zijn. Dat is bijna illegaal. Zulk onderzoek moet onafhankelijk en openbaar zijn. Voor de onderbouwing van dit soort maatregelen heb je betrouwbaar bewijs nodig.”

Caster Semenya heeft inmiddels laten weten dat ze tegen het vonnis van de CAS in beroep zal gaan. „De zaak zal dienen voor een civiele rechtbank in Zwitserland”, zegt Boye. „Gezien de rammelende wetenschappelijke onderbouwing denk ik dat ze straks een goede kans maakt de zaak te winnen.” Dan is de IAAF weer terug bij af.

Stéphane Bermon en de medische en wetenschappelijke werkgroep van het IAAF zijn per e-mail gevraagd om weerwoord, maar hebben niet geantwoord.