Het Binnenhof in Den HaagFoto Getty Images/iStockphoto

Hoe is het om vicepremier en vrouw te zijn?

Emancipatie Carola Schouten, Kajsa Ollongren en Annemarie Jorritsma, drie vrouwelijke (ex-)vicepremiers, vertellen hoe ze zover zijn gekomen in de Nederlandse politiek. ‘Ik realiseer me nu dat ik voor de vrouwenzaak moet gaan staan.’

Annemarie Jorritsma werd lid van de VVD omdat haar man het was, eind jaren zeventig. „Zo ging dat in die tijd”, zegt ze. Ze omschrijft zichzelf als „tamelijk verlegen toen ik jong was”. Maar bij de eerste vergadering, van de afdeling Bolsward, stak ze haar vinger op: „Waar zijn de vrouwen?” Die kwamen, was het antwoord, straks voor de nazit in het café beneden. Een paar maanden later ging de telefoon. De partij zocht een gemeenteraadslid, zij was door haar opmerking opgevallen. „Ik deed de lerarenopleiding Frans en had weinig zin om voor de klas te staan. Dit was een kans.” Er kwam bij, ze had net een kind en opvang was er nog niet. „Een echte baan zat er niet in.” De raadsvergaderingen waren ’s avonds, de commissievergaderingen begonnen eind van de middag, als haar man thuiskwam. „Reuze praktisch.” Zo begon haar lange politieke carrière.

In 1998 werd Jorritsma behalve minister van Economische Zaken ook vicepremier in het tweede kabinet-Kok. Ze was de eerste vrouw in dat ambt. Els Borst (1932-2014), van de kleinere coalitiepartner D66, werd benoemd tot tweede vicepremier. Daarna duurde het twintig jaar voor er weer een vrouwelijke vicepremier kwam – ook twee tegelijk: Kajsa Ollongren (D66) en Carola Schouten (ChristenUnie).

Deze week vierde de Tweede Kamer honderd jaar vrouwenkiesrecht. Drie vrouwelijke (ex-)vicepremiers vertellen hoe ze zover zijn gekomen in de Nederlandse politiek. En hoe het is om te werken in een omgeving met mannen in de meerderheid.

„Onzin” vond Jorritsma (68) de aandacht voor haar benoeming als vicepremier. „Het betekende niet meer dan dat ik Wim verving in de ministerraad en bij de persconferentie op het moment dat-ie er een keer niet was. Maar hij was er bijna altijd.” En als er politiek iets ingewikkelds was, regelde Kok het zelf met de ministers. Alleen als het „heel ernstig gesteld” was riep hij de vicepremiers erbij, maar dat was zelden.

Dat is nu, met Rutte, anders. Hij moet een coalitie van vier partijen bij elkaar houden. Carola Schouten (41), minister van Landbouw: „Als vicepremier vertegenwoordig je niet alleen je eigen partij, in mijn geval de ChristenUnie, maar er wordt verwacht dat je een brede blik hebt. Wanneer er problemen zijn op het terrein van een andere minister, dan springen wij soms bij.”

Schouten noemt alle overleggen: „Op maandag komt de coalitie bij elkaar, op dinsdag zijn er onderraden en lunchen we met de premier. Op vrijdag is de ministerraad.” In onderraden worden ingewikkelde onderwerpen voorbesproken met de betrokken ministers. Schouten: „Ik zit bij veel onderraden, omdat mijn partij maar twee ministers heeft.”

Opgeklommen tot het hoogste

Rutte is vaak op reis. Hij wordt dan als eerste vervangen door Hugo de Jonge, ook vicepremier. Is die er ook niet, dan is Ollongren de vervanger. Ollongren (51), minister van Binnenlandse Zaken, werkte na haar studies geschiedenis en economie bij de ministeries van Economische Zaken en Algemene Zaken (AZ). Ze klom op tot de hoogste positie: ze was de eerste vrouwelijke secretaris-generaal van AZ, de belangrijkste adviseur binnen de ambtenarij voor de minister-president. Ze zegt: „Ik ben niet op deze plek gekomen omdat ik een vrouw ben. Ook niet op de plekken daarvoor. En ik heb er ook nooit last van gehad. Ik dacht, toen ik jong was: het komt vanzelf goed met de emancipatie. Maar er is nog steeds geen volledige gelijkheid. Ik realiseer me nu dat ik, zolang het nodig is, voor de vrouwenzaak moet gaan staan.”

Ook Carola Schouten is daar uitgesproken over. „Ik herinner me dat ik bij het herfstakkoord van 2014 met zestien mannen in een vergadering naar koopkrachtplaatjes zat te kijken. Eén van de aanwezige heren zei: het aantal alleenverdieners is afgenomen, dat is mooi, het gaat goed met de emancipatie. Ik keek om me heen en ik dacht: really? Doe er wat aan! Ik zit hier met alleen maar mannen.”

Ze werd opgevoed door een sterke vrouw: haar moeder werd jong weduwe en hield met haar drie dochters het boerenbedrijf van het gezin draaiend. „Dan ging de bel en stond er een vertegenwoordiger voor de deur, die vroeg: is de baas ook thuis? Dan zei mijn moeder: ja, die staat hier voor je.” Het heeft haar geleerd „niet te denken in onmogelijkheden maar in mogelijkheden”. Zelf werd ze tijdens haar studie ongepland zwanger. Ze voedde haar kind alleen op. „Mijn moeder had twee mensen op wie ze blind vertrouwde. Ik heb ook veel hulp uit mijn omgeving gekregen, anders had ik niet de politiek in kunnen gaan.”

Mannenportefeuille

Jorritsma had niet gedacht dat ze in de Tweede Kamer zou komen toen ze in 1982 op plaats 35 op de kieslijst stond. Maar de VVD haalde 36 zetels. „Als ik erover na had moeten denken, had ik het niet gedurfd.” Het was haar man die haar telkens aanmoedigde. „Die riep altijd: doen! We regelen het thuis wel. Hij werd door sommige vrienden als een watje gezien.”

Schoutens verhaal lijkt daarop. Ze begon bij de ChristenUnie als fractiemedewerker. Door haar studie bedrijfskunde en haar werk op het ministerie van Sociale Zaken wist ze veel van financiën en sociale economie. In 2006 stond ze haar partij bij in de onderhandelingen over de kabinetsformatie. Ze merkte dat ze daar goed in was, maar het kwam niet in haar op dat ze zelf Tweede Kamerlid zou kunnen worden. „Het was de directeur van het partijbureau, een man, die zei: zou jij niet solliciteren?” Ze deed het, maar rekende op een onverkiesbare plek. „Toen bleek ik op plaats zes te staan. Dat was nu ook weer niet helemaal wat ik had verwacht. Maar ik dacht wel: ik heb A gezegd, nu moet ik ook B zeggen.”

Ze koos in de Tweede Kamer heel bewust voor Financiën en Sociale Zaken, portefeuilles die doorgaans door mannen werden gedaan. „Ik zat heel vaak als enige vrouw in Kamercommissies. In het begin werd ik dan wel even getest op mijn kennis. Zo herinner ik me het debat over een nieuwe lening aan Griekenland. Mijn partij vond dat de schulden kwijtgescholden moesten worden. Toen kwamen er natuurlijk veel vragen. Als je dan overeind blijft, hoor je erbij.”

Jorritsma koos ook voor een ‘mannenportefeuille’. „Ik wilde geen Onderwijs of Zorg, dat deden alle vrouwen al.” Ze meldde zich aan voor Verkeer en Waterstaat. „Dat was strategisch buitengewoon slim van mezelf.” Ze bereidde zich gedegen voor op elke nieuwe stap in haar loopbaan. „Toen ik de gemeenteraad in ging, deed ik cursussen spreken in het openbaar, liberale filosofie en alles wat je kon doen aan cursussen van de Bestuursacademie voor Gemeenten.”

Kijvende wijven

Wat hen ergert, is dat ze ondanks hun kennis vaak anders worden beoordeeld dan mannen. „Mijn eerste grote interview begon met een beschrijving van wat ik aan had”, zegt Ollongren. „Ik dacht: moet dat nou?” Bij Schouten was het een „gamechanger” toen ze van een bril overstapte op contactlenzen. Toen was het afgelopen met alle opmerkingen over haar bril in de media. „Ik dacht: ik sta hier dingen te vertellen. Ik vínd iets. Beoordeel me daarop, niet op hoe ik eruitzie.”

Ollongren bewondert Angela Merkel. „Die noemen ze dan ‘Mutti Merkel’. Waarom? Omdat ze een beetje een oudere, gezellige vrouw is? Of Ria Beckers, de ‘akela van GroenLinks’. Ik ken geen man die zo’n bijnaam krijgt.”

Jorritsma was „des duivels” toen ze in de jaren negentig las hoe er werd geschreven over een debat tussen haar en CDA-minister Hanja Maij-Weggen. Het ging over de Noord- en de Wijkertunnel. „Ik was het volstrekt oneens met haar. En ik had me goed voorbereid. Het was een hard debat op inhoud. Maar wat stond er in de krant: debat tussen kijvende wijven. Niks over de inhoud.” Ze heeft eelt op haar ziel gekregen. „Op Twitter staan soms de vreselijkste dingen. Ik blokkeer iedereen die scheldt onmiddellijk. Klaar, dan heb ik er geen last meer van.”

Van vrouwen wordt vaak gezegd dat ze emotioneel zijn, zegt Ollongren. Maar als ze terugdenkt aan de vele vergaderingen die ze heeft meegemaakt, valt haar op dat juist de mannen emotioneel zijn. „Die uiten meer boosheid. De vrouwen met wie ik heb gewerkt, waren over het algemeen heel rationeel en rustig, op de inhoud en het resultaat gericht. En op de relaties.”

Schouten let bij onderhandelingen altijd op of mensen de spanning nog kunnen dragen. „Bij de kabinetsformatie zit je hele dagen bij elkaar in zo’n hok. Dat is slopend. Mannen geven dat niet toe, maar je ziet het aan de lichaamshouding. Ik maakte dan een opmerking om lucht te geven aan die gevoelens, bijvoorbeeld: hebben jullie dat nou ook, dat je ’s nachts wakker wordt en meteen weer doorrekeningen ligt te maken? En dan bekenden al die mannen: ja, dat hebben wij ook.”

Ollongren wordt in de media soms afgeschilderd als ijskonijn. „Dan ben je als vrouw professioneel, en dan ben je meteen kil en afstandelijk. Terwijl een man dan zakelijk en to the point wordt genoemd.”

Volgens Jorritsma zijn mannen langer van stof. „Ik herinner me mijn eerste Tweede Kamerdebat met alleen maar vrouwelijke woordvoerders. De enige twee mannen waren de ministers, Pieter Winsemius en Gerrit Braks. Die deden er veel langer over dan wij. Wij hadden korte verhalen en interrumpeerden niet bij ieder woord. We waren drie uur eerder klaar.”

Michelle Obama

In de tijd dat Jorritsma in de Tweede Kamer zat, had je een speciaal clubje van vrouwen, het zogenoemde Kamerbreed Vrouwenoverleg. „We deelden daarin onze zorgen”, zegt ze. „Wij waren allemaal behept met enig schuldgevoel, omdat wij onze kinderen achterlieten bij man of verzorging. Maar we werkten ook als vrouwen samen om het kostwinnersbeginsel uit de wetgeving te halen.” Dit is het uitgangspunt dat één inkomen genoeg zou moeten zijn voor het onderhouden van het hele gezin.

Ollongren citeert Michelle Obama. „Zij zegt: als vrouwen een goed idee hebben, moeten andere vrouwen helpen om dat idee te bevorderen. Herhaal het, maak het groter.” Ollongren gelooft daarin. Toch is het niet zo dat vrouwen in de ministerraad nu veel naar elkaar toe trekken. Ollongren: „We hebben vooral functioneel met elkaar te maken.” Schouten: „In de ministerraad ben je inhoudelijk bezig. Als ik het met een vrouw niet eens ben, zeg ik dat. En bij een man ook.”

De VVD kwam in het kabinet met maar één vrouwelijke minister. Rutte zei dat hij er graag meer had willen hebben. „Mark kende onvoldoende capabele vrouwen”, zegt Jorritsma. „Zoiets mag nooit meer gebeuren.” De VVD moet niet wachten tot vrouwen zich aanmelden. „Vrouwen zijn afwachtend, die zijn niet bezig met de volgende stap in hun loopbaan. Of ze denken dat ze het niet kunnen. We kunnen ook vrouwen benaderen die nog geen lid zijn van de partij.” In de Eerste Kamer is die zoektocht gelukt: de helft van de twaalf VVD-zetels wordt straks bezet door een vrouw.

Ollongren let er bij haar eigen departement op dat genoeg vrouwen worden benoemd. „De top van het departement bestaat voor bijna 40 procent uit vrouwen. En van de 41 nieuwe burgemeesters die kennis kwamen maken waren er 17 vrouw. Maar bij de commissarissen van de koning is het er nog steeds maar één. We hebben vrouwen aangemoedigd te solliciteren. Dat hielp, er waren meer vrouwelijke kandidaten, maar de benoemingscommisies kozen telkens een man.”

Een vrouwelijke premier zal er ook niet komen zolang niet een van de grote partijen een vrouw als lijsttrekker heeft. Had Jorritsma ooit die ambitie? „Op geen enkele manier. Het lijkt me de verschrikkelijkste baan van Nederland. Als je nou één keer weet dat je nooit meer thuis bent. En je mag alle shit oplossen.”

Er zijn steeds meer partijen die ongeveer even groot zijn. Dan groeit de kans voor andere partijen om ook met een premierskandidaat te komen, zegt Ollongren. Dat kan ook een vrouw zijn. „Ik heb het niet over mijzelf. Wij kiezen pas de lijsttrekker als er verkiezingen komen.” Ze vindt: „Als je een kans krijgt om iets te doen voor je partij en voor het publieke belang, zoals ik nu in mijn positie, dan moet je het in principe doen.”

Zij als premier? Voor Schouten is die vraag wel heel theoretisch. „Als ik minister-president had willen worden, had ik bij een andere partij moeten gaan zitten.” Ze vindt wel, net als Ollongren, dat je niet zomaar ‘nee’ mag zeggen als er een beroep op je wordt gedaan. „Vrouwen hebben nogal de neiging lang na te denken. Je moet je ervan bewust zijn dat als er een kans voorbij komt, dat die dan ook voorbij kan gaan.”