Recensie

Recensie

Het Franse ‘temps’ lijkt net Latijn

Boekrecensie Taaljournalist Gaston Dorren schreef een vrolijk en goed geïnformeerd boek over de twintig grootste talen.

De Toren van Babel van Pieter Bruegel de Oude
De Toren van Babel van Pieter Bruegel de Oude Foto Kunsthistorisches Museum Wien

Taaljournalist Gaston Dorren schreef een boek over de twintig grootste talen. Dat zijn niet alleen de usual suspects (Engels, Mandarijn, Spaans), maar ook talen waar we in Nederland weinig over horen: Punjabi, Tamil, Bengaals.

Al die talen hebben zo hun eigenaardigheden. Het Vietnamees (nummer 20 op de lijst van meest gesproken talen) heeft zes tonen, waardoor het voor Dorren onmogelijk bleek de taal te leren. Zijn verslag van die poging leest als een tragikomedie. Het Javaans (nummer 16) dwingt de spreker tot zoveel subtiele beleefdheidsnuances dat het niet geschikt was als nationale taal van Indonesië. Dat werd dus het simpelere Maleis (nummer 9). Zelfs een ogenschijnlijk ongecompliceerde taal als het Spaans doet af en toe moeilijk. Het heeft twee vormen van ‘zijn’. Het ‘zijn’ van ‘getrouwd zijn’ is een ander ‘zijn’ dan dat van ‘kampioen zijn’.

De stijl van het boek is vrolijk, maar ook goed geïnformeerd. Droge kwesties worden, als Dorren ze uitlegt, springlevend. Hij schrijft met humor. Terwijl het onderwerp van zichzelf al vol humor zit: talen zijn nu eenmaal vaak onbedoeld grappig. In Japan spreken de vrouwen een vrouwenvariant van het Japans. Dan spreken de mannen zeker een mannenvariant? Nee hoor, de mannen spreken de neutrale variant.

In India spreken ze Hindi, in Pakistan Urdu. Dat is gewoon dezelfde taal. Maar de sprekers van die talen denken daar heel anders over. Wat natuurlijk iets zegt over beide landen. Tragikomisch is ook de manier waarop men in Turkije al heel lang zijn best doet om het Turks zuiver te houden. Ook grappig: de Franse elite bedacht ooit dat het mooi zou zijn als het geschreven Frans op het Latijn leek. Daarom schrijven ze geen tâ (tijd) maar temps.

Zo kom je in dit boek veel te weten over de meest uiteenlopende zaken: toon, klanksymboliek, creooltalen, meertaligheid, taalfamilies, standaardisering, spelling, schrift, woordvorming. De algehele gedachte die na het lezen blijft nazingen is: talen zijn bedoeld voor communicatie, maar zorgen ook voor een hoop gedoe. Het blijft behelpen.