Opinie

Havenmelk

Mirjam de Winter

Als je via de Marconistraat langs de Merwehaven richting Schiedam fietst, hoor je ze van verre al loeien. Ruiken doe je ze ook trouwens, de koeien van de Floating Farm – het nieuwste ‘speeltje’ van Rotterdam. De eerste 32 MRIJ(Maas-Rijn-IJssel)-koeien zijn afgelopen week aangekomen in hun drijvende stal, maar moeten nog even wennen aan hun nieuwe verblijf op de bovenste verdieping van het dobberend gevaarte in de Merwehaven, tussen de zeeschepen en havenindustrie. Nieuwsgierig steken ze hun koppen door de afrastering van de open stal om de bedrijvigheid op een naastgelegen schip te volgen. De buitenlandse bemanningsleden op het schip kijken al even verbaasd terug.

Zeeziek zullen de melkkoeien niet worden trouwens, want dat is op verzoek van de gemeenteraad vantevoren grondig onderzocht. Dieren worden niet misselijk van gewiebel, concludeerden de onderzoekers, en het drijvende ponton ligt bovendien stabiel genoeg in betrekkelijk rustig water. Iedere dag mogen de dames via een grote loopplank even aan wal om wat rond te scharrelen in hun nogal krappe „speelweide” op de kade. Het veevoer komt uit de stad, samengesteld uit gemaaid gras van lokale voetbalvelden en golfbanen, aardappelschillen van een Rotterdamse patatfabriek en bierbostel van bierbrouwerij Noordt. De koeienpoep op de rubberen ondervloer wordt verzameld door een mestrobot en hergebruikt. Melken gebeurt met een hypermoderne melkrobot en de verse melk wordt ter plekke verwerkt tot Rotterdamse „havenmelk” of „havenyogurt”, te koop in de „boerderijwinkel” op de begane grond. De electriciteit komt van de drijvende zonnepanelen naast de boerderij.

Rotterdam heeft met de Floating Farm een wereldprimeur te pakken en een nieuwe trekpleister voor toeristen bovendien, want de supersonische zuivelboerderij is ook te bezoeken.

Maar wat is in hemelsnaam het nut van deze nieuwe ‘attractie’, die maar liefst 2,5 miljoen euro heeft gekost (betaald door bedrijven en particuliere investeerders)? Volgens de initiatiefnemers is de Floating Farm hét voorbeeld van duurzame, innovatieve voedselproductie, waar niks verspild wordt en waar zowel de melkproducten als het veevoer weinig voedselkilometers (CO2-uitstoot) hoeven af te leggen. Ook zou het een oplossing zijn voor het gebrek aan landbouwgrond en is de boerderij bestand tegen het stijgende zee- en rivierwater. Daarnaast heeft de stadsboerderij een educatieve functie, waarvoor de gemeente 40.000 euro aan subsidie heeft uitgetrokken.

Maar er is ook kritiek, vanuit de reguliere melkveesctor bijvoorbeeld. Veehouders vinden het maar een onzin-project en veel te duur bovendien. De Partij voor de Dieren vreest voor het welzijn van de koeien en vindt dat Rotterdam hiermee het consumeren van dierlijke producten onterecht promoot. Ook stadslandbouw-goeroe Jan Willem van der Schans is negatief, vanwege het hoge „gadget-gehalte” vooral.

En precies dat laatste is wat ook mij het meest ergert. Want hoe bijzonder, innovatief en duurzaam de Floating Farm ook mag zijn, het lijkt me vooral een leuk ding om over op te scheppen op congressen en rondleidingen. Een gek idee waar je de krant mee haalt, maar verder totaal nutteloos en onrealistisch. En wie heeft er nou trek in een glas Rotterdamse havenmelk?

Een melkkoe hoort niet op een ponton in de haven, maar in de wei. Omdat die weidegang in de reguliere sector tegenwoordig ook niet meer vanzelfsprekend is, lijkt het mij verstandig allereerst op zoek te gaan naar een oplossing voor dát probleem, in plaats van zo veel geld te steken in een mal speeltje voor innovatie-freaks.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.