De oorlog die er waarschijnlijk niet komt

Iran en de Verenigde Staten Gaat de situatie rond Iran de kant op van die in Irak in 2003? Er zijn overeenkomsten, maar zeker ook verschillen.

Amerikaanse marineschepen in de Perzische golf: het vliegdekschip Lincoln wordt bevoorraad door de USNS Arctic.
Amerikaanse marineschepen in de Perzische golf: het vliegdekschip Lincoln wordt bevoorraad door de USNS Arctic. Foto Jason Waite / US Navy / AFP

De escalatie begon op 5 mei met het nieuws dat een Amerikaans vliegdekschip en bommenwerpers op weg waren naar de Perzische Golf. Die moesten, in de woorden van Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton, „een sterk signaal sturen naar het Iraanse regime dat een aanval op onze belangen of die van onze bondgenoten met onverbiddelijke kracht zal worden beantwoord”.

In diverse hoofdsteden, ook in Washington, werden wenkbrauwen gefronst. De VS en Iran staan weliswaar op gespannen voet sinds Trump vorig jaar uit de nucleaire deal stapte. Maar wat was precies de aanleiding voor deze escalatie?

Die verwarring werd alleen maar groter toen de VS deze week plots een deel van het personeel van de Amerikaanse ambassade in Bagdad terugriepen. Daarna werden Duitse en Nederlandse militaire trainingen in Noord-Irak opgeschort vanwege een Iraanse dreiging in de regio.

Lees ook: Elf vragen over waarom het conflict tussen Iran en de VS steeds weer escaleert

Pas woensdag kwam er duidelijkheid. Er zouden foto’s bestaan van raketten die op kleine boten waren gemonteerd door Iraanse paramilitaire groepen. Ook was er sprake van aanslagen op olietankers en tegen de Amerikaanse troepen in Irak door pro-Iraanse milities aldaar.

Tegen die tijd hadden internationale media al talloze artikelen gepubliceerd die waarschuwden voor een herhaling van 2003. Toen sleurde de regering-Bush de wereld mee in een oorlog tegen Irak op basis van inlichtingen die later onjuist bleken. Die vergelijking werd deels ingegeven door de persoon van John Bolton.

Bolton was indertijd een van de haviken die George W. Bush er na de aanslagen van 11 september 2001 van overtuigden Irak binnen te vallen, ook al had Saddam Hoessein niets met 9/11 te maken. Iran stond toen ook al hoog op Boltons lijst van landen die in aanmerking kwamen voor regime change.

Toen Bolton in april vorig jaar door president Trump werd aangesteld als Nationaal Veiligheidsadviseur verzocht hij het Pentagon inderdaad al snel om luchtaanvallen tegen Iran. Een maand na Boltons aantreden stapte Trump uit de nucleaire deal.

Maar als er gelijkenissen zijn met 2003, dan zijn er evengoed verschillen. Het grootste verschil is president Trump zelf. Daar waar Bush niet veel overtuiging nodig had om Irak binnen te vallen, is Trump juist gekozen om zijn isolationistische programma. Tijdens zijn campagne haalde hij voortdurend uit naar de geldverslindende buitenlandse militaire avonturen waarin zijn voorgangers de VS hadden betrokken.

Iran is niet Irak

In antwoord op een vraag van een journalist of er oorlog komt met Iran riep Trump deze week: „Ik hoop van niet!” Op Twitter deed hij een bericht van The New York Times over plannen van zijn Defensieminister om 120.000 troepen naar de Golf te sturen af als nepnieuws. Volgens de krant zei Trump deze week tegen hem geen oorlog te willen met Iran.

Ook: Iran is niet Irak. Iran is driemaal groter, en het Iraanse leger is een veel geduchter tegenstander dan dat van Saddam Hoessein.

Lees ook: Iran waarschuwen is volgens Ko Colijn de wereld op zijn kop

Verder werd in 2003 (onjuist) gesteld dat Irak massavernietigingswapens zou hebben. Nu gaat het om de mogelijkheid dat Iran verrijkt uranium inzet voor kernwapens.

Het is tekenend dat de Israëlische premier Netanyahu, die bij Trump steevast aandringt op een harde koers tegen Iran, zijn veiligheidsdiensten ditmaal juist opgedragen zou hebben om Israël niet mee te laten trekken in een confrontatie. De Verenigde Arabische Emiraten kwamen via persagentschap Bloomberg met eenzelfde boodschap. Alleen vanuit Saoedi-Arabië, Irans aartsrivaal in de regio, klonk oorlogstaal. Een krant die eigendom is van de broer van kroonprins Bin Salman riep op tot harde actie tegen Iran.

Trumps innige relatie met Riad is ook zijn achilleshiel. Vorige maand gebruikte Trump nog zijn veto tegen een resolutie in de Senaat die ten doel had de Amerikaanse steun voor de Saoedische oorlog in Jemen in te trekken. De Saoediërs vechten in Jemen tegen Houthi-rebellen waarvan Riad op zijn beurt stelt dat zij door Teheran worden gesteund. De Houthi’s eisten deze week een aanslag op een Saoedische oliepijp op. Riad beschuldigde Teheran ervan de aanslag te hebben bevolen.

Het is volgens sommigen een kip-of-ei-situatie: wat Washington ziet als een Iraanse dreiging zou juist een Iraanse reactie zijn op wat Teheran beschouwt als een Amerikaanse dreiging. Vorige week zei Iran zich niet langer te zullen houden aan de restricties op het verrijken van uranium uit 2015. Washington waarschuwde dat Teheran een rode lijn passeert als het voldoende uranium verrijkt om binnen een jaar een kernwapen te maken.

Een functionaris van de regering-Trump zei deze week tegen tv-zender NBC dat de vergelijking niet met 2003 moet worden getrokken, maar met 2011. Toen werden Amerikaanse installaties in Irak aangevallen door shi’itische milities die het vertrek van de VS wilden bespoedigen.

De voorbije vijf jaar zaten de Amerikanen in een ongemakkelijke coalitie met pro-Iraanse milities in Irak omdat zij hetzelfde doel hadden: de strijd tegen Islamitische Staat. Nu IS op het conventionele slagveld lijkt verslagen, willen die milities dat de Amerikanen zo snel mogelijk ophoepelen.