Bij Vandal is ‘sharen’ het hele eieren eten

Foto Rob van Dullemen

Waarom vraagt een restaurant bij het online reserveren naar je geboortedatum? Zijn ze bang dat je nog niet met mes en vork kunt eten? Zullen ze je weigeren als je te oud bent? In het geval van Vandal, een nieuwe zaak in de kelder onder Dudok, zou het zomaar kunnen dat ze je een goedbedoelde waarschuwing sturen als je van een bepaalde leeftijd blijkt.

Dat bedenken mijn tafelgenote en ik als we constateren dat de muziek uit de luidspreker waar wij pal onder zitten steeds harder klinkt. Niet dat wij van een bepaalde leeftijd zijn – het is wel zo dat converseren lastig wordt. Een DJ ziet er nauwlettend op toe dat het bij één aanhoudende dreun blijft.

Als we er rond negen uur een opmerking over maken tegen de jongeman die ons bedient, zegt hij: „Over anderhalf uur staan de eerste voetjes op de vloer.”

We zitten dus in een concept. Van buiten daal je een donker gat in. Eenmaal aan tafel (een verhoogde, dat spreekt) kun je je vergapen aan een fraai interieur met ronde zitbanken omgeven door goudkleurig draadwerk, fraaie verlichting en wanden met graffiti.

Het motto van het restaurant luidt: „Er schuilt een vandaal in ieder van ons.” Hebben daarom alle personeelsleden oortjes in? Wat van het bedienend personeel verder opvalt is dat iedereen jong is. Misschien vragen ze bij het reserveren hoe oud je bent omdat ze niet willen dat ze ten opzichte van de gasten te veel afsteken als jonge broekies. Het vrouwelijk personeel is zonder uitzondering voorzien van een ruimhartig decolleté.

We beginnen met cocktails want dat hoort als je in een concept uiteten gaat. Ik bestel een Japanse gin (9 euro) die onder het kopje „The best things in life are pure” op de kaart staat. Ongevraagd wordt hij mij toch als gin-tonic geserveerd, de tonic staat apart op de rekening (3,50 euro). Mijn tafelgenote zou het liefst de rest van de avond alleen maar Vandal Sours drinken (11 euro), maar er moet ook gewerkt worden.

De menukaart is een eigenaardige verzameling van Japanse en mediterrane gerechten. Alles kan door elkaar heen worden besteld, ‘sharen’ is hier het hele eieren eten. We beginnen met sushi’s: pittige tonijn (de ‘chef’s special’ die voor ‘dagprijs’ op de kaart stond en voor 32,50 euro op de rekening, tweemaal de langoustine met gepoft buikspek (à 5,50 euro) en zee-egel met ramensalade (37,50 euro).

De omakase, de dagspecialiteit, ziet er prachtig uit: het zijn net petitfours. Het beloofde ‘spicy’ blijft achterwege. Van het zee-egelgerecht begrijpen we niet veel: drie schalen met priknaalden waarin noedels, grapefruit, wat groen en, inderdaad, zee-egel moeten doorgaan voor een soort salade. Mijn tafelgenote vindt het ronduit vies. Inderdaad vormen het fris-bitter van de grapefruit en het aards-bitter van de zeevrucht geen gelukkige combinatie.

Voor de tweede ronde kiezen we de wafel met steak tartaar (14,50 euro), de dumplings (10,50 euro), de gefrituurde tijgergarnalen (9 euro) en de noordzeekrab (18,50 euro). De wafel is klef en slap en volkomen overbodig: de tartaar zelf goed bereid. Het krabgerecht bestaat uit twee delen: een opengewerkte krabschaal met lekkere salade en gefrituurde softshellkrab. De dumplings zijn gemaakt van ingelegde koolrabi en tonijn, lekker. Het beslag van de ebi, de garnalen, is te dik.

Als we het nagerecht ‘Bloody Skull’ (18,50 per persoon) hebben besteld, krijgen we een naar drukinkt ruikende placemat op tafel. Een jongeman arriveert met allerlei attributen. Saus, chocoladepoeder en ander strooisel, bolletjes ijs, aardbeien, bloemetjes – alles wordt op de placemat gestort. Er komt ook stikstof aan te pas en een schedel van roze chocola die wordt stukgehakt. Het ziet er spectaculair uit, de smaak is gewoon, overheersend zoet.

Zo lijkt alles bij Vandal bedoeld om te imponeren. Ons gevoel zegt dat de inhoud achterblijft bij de presentatie.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.