Vrij zijn is…door een microscoop turen

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

In de grond zit een complete dierentuin. Of beter: een Jurassic Park. Met reuzenspinnen die over rotsachtig grind klauteren en een regenwormslang die wegglijdt onder een vermolmd reuzenblad. Jesse (6) kijkt verlekkerd op van zijn microscoop. Eronder ligt een ‘macropreparaat’, een doorzichtig schaaltje aarde krioelend van het leven.

Het Nederlands Genootschap voor Microscopie houdt een inloopmiddag in duurzaamheidscentrum De Papaver in de Delftse Hout, een groen gebiedje naast de snelweg. Vorig jaar hebben Jesse en zijn tweelingzus Siena materiaal uit de sloot bekeken.

Moeder Patricia: „Wij zijn beginnend natuurliefhebbers. Met een microscoop van het Kruidvat.” Vandaag is de aarde aan de beurt. Met een spade schepten ze uit de tuin een flinke kluit studiemateriaal. „Wat zie je?” vraagt amateurmicroscopist en octrooigemachtigde Sander Arendsen (53). „Een duizendpoot”, zegt Jesse. „Eng hè?” zegt Rob van Es. Jesse is opgetogen. Aan hem de taak de poten te tellen. Eerst het diertje verdoven met koolzuurgas. Arendsen helpt hem met pompje en slangetje.

Marloe Verheijden (32), kunstenaar uit Rotterdam, buigt zich over een plukje mos. Ze heeft voor haar verjaardag een microscoop gekregen en wil meer weten. „Ik ben zo iemand die bij een haar bekijkt hoe de wortel eruitziet.” Thuis heeft ze een vlieg en water onder de microscoop gelegd. Maar hier leer je doorsnedes maken, en preparaten, tussen dunne plaatjes glas. „Ik zie beestjes. Een ligt op zijn kop. Hij kan niet echt weg. Hij heeft het zwaar, denk ik.” Van Es kijkt mee: „Een springstaartje, die zitten onder de oppervlakte. Ze leven van rottend blad. Ze hebben een veer onder hun lichaam waarmee ze een paar meter kunnen springen.”

De kop en kaken van een mier zijn onder de microscoop van amberkleurig glas in lood

Het genootschap telt iets meer dan honderd leden, verdeeld over drie regio’s. West komt tweewekelijks bij elkaar. Van Es: „Er is een oud-orthopeed, een chemicus, een bokser. Je helpt elkaar op weg. Preparaten maken we zelf.”

De preparaten komen op tafel. Schilfers van hoofdhuid tot hooibacteriën. De kop en kaken van een mier zijn onder de microscoop van amberkleurig glas in lood. Hans Huijbregts (entomoloog, ofwel insectenspecialist): „Dit gezelschap beheerst de technieken van de microscopie nog. Vroeger moest je wat je zag kunnen tekenen. Nu heb je haarscherpe foto’s. Maar door het zelf te doen zie je het anders.” Van Es: „Ik vind het waanzinnig mooi. Dat je in die stille wereld kijkt. Mij ontroert het dat je dingen ziet die je in grote mensenwereld nooit zult zien.”

Een beerdiertje, roept iemand. Arendsen laat een foto van een aardappelvormig creatuur zien. Van Es: „Loeisterk. Je kunt hem koken en hij overleeft 270 graden onder nul. Je vindt hem in de kattenbak of in de aanslag op de vensterbank.” Waar is hij? De deelnemers turen.

Daar is Jesse. Hij heeft de poten van de duizendpoot geteld. Zestien. Op zoek naar een ander beestje om te verdoven.