Opinie

    • Carolina Trujillo

Takkewijven

Een tijd geleden had ik hier wat te zeuren over de glimlachverplichting van vrouwen bij sommige sporten. Tot mijn grote vreugde is er naar mij geluisterd. Vorige week zat Lieke Martens bij Pauw, van de tijd dat ze in beeld was, heeft ze hooguit 10 procent geglimlacht. Ze zat er eerder met een gezicht of ze wel wat beters te doen had. Het was een genot om naar te kijken: opgetrokken wenkbrauwen, mondhoekkies naar beneden en een blik die de klok leek te zoeken. Als ze lachte, was het omdat er echt wat te lachen viel, niet omdat het verwacht werd.

Ook Vivianne Miedema heeft altijd een uitzonderlijk serieus bekkie als ze achteraf een wedstrijd analyseert. En terecht. Ze is serieus met een serieus onderwerp bezig. Wat mij opvalt is dat het me opvalt, zo weinig ben ik het gewend jonge vrouwen glimlachloos op tv te zien. Ik vind het een prachtige ontwikkeling en ik haal minstens zoveel plezier uit de mannen die zich daar geen raad mee weten. Pauw ging zelf maar heel veel glimlachen. Veel meer dan Lieke.

De glimlachloze Miedema bracht Johan Derksen ertoe vanaf zijn podium lelijke dingen over haar te zeggen. Ze zou een autist zijn die niet goed in de groep lag. ‘Het donkere meisje’ deed dat veel beter. Zoiets zei hij. Ik kon het niet goed volgen want ik merkte dat zijn snor naar beneden bruin uitslaat. Een remspoor op zijn bovenlip, fluisterde mijn geest en: Lekker, hè? Op veilige afstand lelijke dingen zeggen.

Kiki Bertens vroeg haar trainer een kauwgompje te nemen. Hij stonk een beetje uit zijn muiltje. Kan de beste overkomen, maar dat een jonge vrouw, een blonde nog wel, daar op de werkvloer iets van zegt is voor mij nieuw. Vroeger bleef je glimlachen zonder adem te halen, desnoods viel je flauw want je was liever bewusteloos dan dat je voor bot kreng werd uitgemaakt.

Tegenwoordig mogen vrouwen op tv aanschuiven om het over terrorisme, politiek of sport te hebben, maar ook dan zijn het vaak mooie, glimlachende, zachtaardige exemplaren. De vrouwelijke versies van Jan Mulder, Maarten van Rossem, Marcel van Roosmalen of desnoods Johan Derksen zijn nergens te vinden; vrouwen met een doorleefde kop en een rotkarakter die chronisch vermoeid en vol zelfvertrouwen hun grieven uiten. Oké Sis, de zus van Van Rossem, maar zij mag alleen in zijn kielzog gal spuien, god weet in welke tang ze hem heeft om mee te mogen spelen.

Dat het tij ooit zou keren wist ik, maar wie had kunnen voorspellen dat de opkomst van de chagrijnige wijven in de sport zou beginnen? Ieder weldenkend mens, muts. Sportvrouwen kun je niet opzij zetten. Als je de beste voetbalster van de wereld bent of de grootste tennisster, of snelste loopster, zullen de bobo’s je het podium moeten geven of je je het harnas in glimlacht of niet. In de media werkt dat anders. Zolang takkewijven daar geen ruimte krijgen, zal ik hier in mijn hoekje proberen er het beste van te maken, tijdelijk, als interim-takkewijf en bij gebrek aan beter.

Carolina Trujillo is schrijfster.