31 stagiairs op één afdeling tegen personeelstekort

Ziekenhuis Tilburg Bij de verpleegafdeling van cardiologie in het Tilburgse Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis werken 31 stagiairs. Is dit de oplossing?

Werkbespreking met stagiaires in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg.
Werkbespreking met stagiaires in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. Foto Merlin Daleman

Piep, ….piep, …piep. Op de afdeling cardiologie van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg klinken constant piepjes van hartbewaking. Computerschermen tonen stijgende en dalende lijnen: hartritmes van patiënten.

Onder zo’n scherm, achter de receptie, zitten jonge medewerkers aan een lange tafel. Hun dag begint met het doornemen van leerdoelen. Het is een dagelijks ritueel om negen uur ’s morgens.

„Mijn leerdoel is vandaag klinisch redeneren”, zegt Ellis van Dijk (21). „En ik ben continu bezig met wat ik precies zie bij patiënten die ik medicatie geef.”

„Zou het niet goed zijn als we je volgende week alleen op patiëntenkamers zetten?”, zegt Monique Dooijes (54), opleidingsadviseur. „Je bent eraan toe. Het zou fantastisch zijn als je dat kan doen voor je afstuderen. Wil je daarover nadenken?” Van Dijk knikt.

Deborah Putman (25) is aan de beurt. „Mijn leerdoel is beter leren infuusprikken”, zegt ze. „Ik heb met de afdeling hartbewaking meegekeken bij het aanbrengen van infusen. En op Instagram heb ik er filmpjes over bestudeerd.”

Op deze verpleegafdeling werken momenteel 31 stagiairs verpleegkunde. In het ziekenhuis werken 253 stagiairs; in een heel jaar is er plek voor 581. Er draaien op verschillende afdelingen intensieve opleidingsprogramma’s, bedoeld als een oplossing voor personeelstekorten. Het ziekenhuis werkt daarbij nauw samen met Fontys Hogeschool, Avans Hogeschool en ROC Tilburg. Wat betekent het als er zoveel stagiairs in één ziekenhuisgang werken? NRC liep een dag mee op de verpleegafdeling cardiologie.

Vicieuze cirkel

Na de vergadering stuiven de studenten uiteen. Witblauwe ziekenhuiskleding maakt hen onherkenbaar tussen collega’s. Toch wordt er niet geheimzinnig gedaan over wie stagiair is. Studenten dienen zich naast het ziekenhuisbed zo voor te stellen. In de gang tonen overzichten wie gediplomeerd is en wie student.

Een paar jaar geleden was er op deze afdeling plek voor maximaal zes stagiairs. Het was een vicieuze cirkel, niet alleen in dit ziekenhuis maar breder in de zorg. Door werkdruk hadden ziekenhuizen weinig tijd om stagiairs te begeleiden. En het gevolg van een gebrek aan stageplaatsen waren studentenstops op opleidingen verpleegkunde. Zonder maatregelen dreigt het personeelstekort in de zorg op te lopen tot 100.000 tot 125.000 medewerkers in 2022, zo liet het ministerie van Volksgezondheid vorig jaar weten.

„Studenten begeleiden kost veel energie”, zegt Dooijes. „Zeker in het begin. Maar ons programma blijkt de afdeling uiteindelijk efficiënter te maken. We vangen met stagiairs bijvoorbeeld het ziekteverzuim op.”

Foto Merlin Daleman

‘Aangenomen’

In het kantoor van Nicolette van der Meer (45), cardioloog met de leiding over de afdeling, praat Putman over vier patiënten voor wie ze vandaag samen met een andere verpleegkundige zorgt. „Dus meneer…. Oh nee, jij wil het zeggen”, zegt Van der Meer. Putman glimlacht. „Meneer is binnengekomen met pijn op de borst. Hij heeft nog last van vermoeidheid.” Het ziektebeeld van de man is gecompliceerd wegens zijn geschiedenis met cocaïne. „Wat kan je krijgen van cocaïne?”, vraagt Van der Meer. Het is even stil. Een andere verpleegkundige in de ruimte weet het ook niet direct. Putman doet een poging. „Ehm… verkalking?”

„Spasmen”, zegt de cardioloog. Samen besluiten ze zijn medicatie te verhogen.

De vergadering wordt onderbroken als Putman wordt gebeld. Er blijkt een patiënt te zijn bij wie ze het infuus kan inprikken. Praktijkopleider Mandy van Leijsen (25) gaat met haar mee.

„Wat heb je van mij nodig?”, vraagt Van Leijsen terwijl ze naar de patiënt benen.

Putman: „Dat ik je vragen kan stellen.”

Bij de patiënt blijken de aderen in zijn armen nauwelijks zichtbaar. Hij moet aan de bovenkant van zijn hand worden geprikt. De studente gaat naast de patiënt zitten, de 51-jarige Erik die niet met zijn achternaam in de krant wil.

„Ik vertel aan mijn collega wat ik allemaal doe, als u dat niet erg vindt”, zegt Putman. Ze bestudeert zijn hand.

„Ik prik ’m van de zijkant aan”, zegt ze.

Van Leijsen: „Lijkt me goed. Maak je nu een keuze voor een andere naald?”.

„Ja inderdaad, ik denk dat ik de fijnere naald pak.” Putman tikt tegen de spuit, bindt de arm af en zet het bed wat hoger. Geconcentreerd duwt ze de spuit in de huid. Tegen Erik: „Ik druk best hard hoor.”

„Dat voel ik wel!” Het infuus zit meteen goed. „Aangenomen!”, zegt Erik.

Tevreden patiënten

Uit een peiling van het ziekenhuis blijkt een hogere patiënttevredenheid dan bij een vergelijkbare cardiologie-afdeling met minder stagiairs. Het merendeel van de patiënten in deze gang zijn ouderen. Voor hen kan een dag in het ziekenhuis lang duren. En met drie stagiairs per zes patiënten in plaats van één verpleegkundige per zes zoals voorheen, is er meer aandacht. „Al die zusters doen alles voor mij”, zegt Jan van Oosterhout (82). Hij herstelt van een hartklepoperatie. „Ze vertellen wat ze in het weekend hebben gedaan. Hartstikke gezellig.”

Voelt hij zich onveilig vanwege alle ongediplomeerde verpleegkundigen aan zijn bed? „Daar ben ik niet bang voor. Ze wassen wel langzamer dan de ouderen.”

Ontstaan er gevaarlijke situaties door de stagiairs? Dooijes schudt hevig haar hoofd. „Ik geloof daar echt niet in. Maar je moet ze wel blijven bevragen over hun kennis. Ze geen dingen laten doen waar ze nog niet aan toe zijn.” „Het is niet altijd zichtbaar, maar op de achtergrond kijkt altijd iemand mee”, zegt Van Leijsen.

Werken met studenten blijkt soms een uitdaging. De afdeling krijgt het rooster moeilijk rond voor een festivalweekend in de zomer. En op deze doordeweekse dag hebben drie stagiairs zich ziek gemeld. Een doorn in het oog van Dooijes. „Op de eerste dag maken wij vaak de grap dat twee paracetamol ook wonderen doet als je moet werken”, zegt ze.

En niet alle gediplomeerde verpleegkundigen vonden de jonge honden op de afdeling prettig. Bij cardiologie hebben vijf een andere baan gezocht. Het kan confronterend zijn, legt Van Leijsen uit. „In principe wordt er constant meegekeken bij wat ze doen.”

Aan het einde van de werkdag worden de leerdoelen weer besproken. Putman glimt nog na door alle geslaagde infuusprikken die dag. „Oh ik ben zo blij. Ik wil er heel goed in zijn.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.