Opinie

Slechts samen met de EU kan Nederland de Chinese uitdaging aan

China-strategie

Nederland kan niet meer om het machtspolitieke denken heen. Dat zei minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) woensdag in een toelichting op de zogeheten ‘China-strategie’ van het kabinet. Het honderd pagina’s tellende stuk dat naar de Tweede Kamer is gestuurd, geeft stof tot nadenken.

In twintig jaar tijd is het land veranderd van een veelbelovende opkomende markt naar de tweede macht ter wereld, vlak achter de Verenigde Staten. In 1999 was de Chinese economie iets meer dan tweemaal zo groot als die van Nederland en nog niet de helft van die van Duitsland. Anno 2019 is het Chinese bruto binnenlands product al bijna zestien maal groter dan het Nederlandse en ruim viermaal het Duitse. Als er geen grote economische crisis tussen komt, is het een kwestie van ruim een decennium voordat China de Verenigde Staten, gerekend in harde dollars, voorbij is gestreefd. De Chinese militaire macht groeit, het zelfvertrouwen neemt snel toe. En de invloed van het land reikt tegenwoordig, via de Nieuwe Zijderoute of yuandiplomatie, tot in Afrika en Latijns-Amerika. In het oosten en zuiden van Europa knabbelt China aan de EU, en onderhoudt steeds hechtere banden met de EU-landen daar.

Voor Nederland is de opkomst van China een dilemma. Nederland is van oudsher gebaat bij een vrij wereldsysteem met open grenzen en gedeelde waarden. Peace, profits and principles, om het standaardwerk van voormalig VVD-voorman Joris Voorhoeve aan te halen.

De opkomst van de nieuwe supermacht wijst Den Haag nu hardhandig op het aloude spanningsveld tussen idealisme en realisme in de internationale betrekkingen. Hoewel Blok suggereert dat voor het bereiken van de westerse kwaliteit van leven een vrije samenleving noodzakelijk is, tart China tot op dit moment met succes het westerse model van kapitalisme en democratie. Dat is voor de Chinese bevolking, voor wie rechtsstaat en mensenrechten een fata morgana zijn, betreurenswaardig.

Maar het zou naïef zijn te veronderstellen dat enkel het westerse maatschappelijk model in steen gehouwen is. Het onderstreept des te meer dat machtsdenken noodzakelijk wordt.

Een vanuit een eenpartijstaat geregisseerde economie van het formaat van China moet met realiteitszin tegemoet worden getreden. Wel Chinese studenten verwelkomen, maar geen intellectuele uitverkoop houden. Zakendoen met China, maar wel op basis van een gelijk speelveld. En, helaas, activiteiten van Chinese bedrijven in Nederland niet alleen beoordelen op basis van wederzijds voordeel, maar ook in het licht van een al dan niet verholen achterliggende grotere strategie.

Eén zaak staat, gelukkig ook in het document van het kabinet, voorop. Dat is dat het zonder Europa niet lukt. Het is een voor de hand liggende Chinese strategie om de EU-lidstaten uit elkaar te spelen. Overigens lijkt dat ook de inzet van de Amerikaanse buitenlandse politiek onder de regering-Trump. Eenheid is in Europa’s grootste belang. Het kenmerkt de kortzichtigheid van een meerderheid van de Tweede Kamer dat deze onlangs een motie aannam om een ‘ever closer union’ uit het EU-verdrag te schrappen.

De opkomst van China gaat zo snel en is dermate ingrijpend dat deze voor de Europese integratie een existentiële kwestie wordt. Het kabinet heeft er goed aan gedaan de noodzaak van Europa hier te onderstrepen. Macht noodzaakt tegenmacht. Nederland kan het simpelweg niet alleen.