Recensie

Recensie

Haar droombaan bestond grotendeels uit het bestellen van drugs en escortmeisjes

Muziekindustrie in de VS Dorothy Carvello, een van de eerste vrouwelijke artiestenmanagers, schetst de perversiteit die heerste in de jaren 80. #MeToo geeft de verhalen extra lading.

    • Hester Carvalho

Van alle platenmaatschappijen in de jaren tachtig, was Atlantic Records het sluwst. ‘We deden niet anders dan stelen en naaien’, zo vatte Ahmet Ertegun (1923-2006), oprichter van het Amerikaanse platenlabel, zijn werk ooit samen. Ertegun was beroemd om zijn goede neus voor artiesten. Hij ontdekte Aretha Franklin en Led Zeppelin en kreeg The Rolling Stones onder contract. Maar hoe begaafd ook, in Anything For A Hit. An A&R Woman’s Story of Surviving the Music Industry van Dorothy Carvello wordt hij vooral geschetst als seksistisch, uitgekookt en liederlijk – met een dagelijkse consumptie van veertien wodka, vier lijnen cocaïne en twee joints. Toch is Carvello hem dankbaar, want Ertegun promoveerde haar als een van de eerste vrouwen in de muziekindustrie tot Artist & Repertoire-manager. Ze ontdekte hardrockband Skid Row, grunge-band Creed en dance-acts die grote hits scoorden. Dat de baan haar uiteindelijk meer kostte dan opleverde, blijkt uit het boek dat ze schreef over haar carrière.

Dorothy Carvello (Brooklyn, 1962) begon op haar vijfentwintigste bij Atlantic Records, als rechterhand van Ertegun. Het waren de jaren tachtig. De platenindustrie was nog rijk en machtig. En pervers, bleek al snel. Regelmatig ontving Ertegun chantagebrieven met naaktfoto’s van hem met jonge vrouwen.

Zelf kreeg ze dagelijks te maken met mannelijke collega’s die in haar kruis en boezem grepen. Toen ze er tenslotte wat van zei, werd ze ontslagen.

Gedrogeerde zakenmannen

Door recente maatschappelijke gebeurtenissen als #MeToo krijgt Carvello’s boek extra betekenis. Afgezien van enkele beschuldigingen (Ryan Adams, Seal) werd de muziekindustrie ongemoeid gelaten. Niet dat er weinig aan de hand was. Integendeel, de door ‘seks, drugs & rock-’n-roll’ bepaalde levensstijl van de popmuzikant werd overgenomen door gedrogeerde zakenmannen die hun seksuele activiteiten zelfs tijdens vergaderingen voortzetten.

Carvello’s baan bestond grotendeels uit het bestellen van drugs en escortmeisjes, op kosten van het bedrijf. Ook nieuwe zeilboten en Mercedessen vielen onder de onkostenvergoeding. Maar ze was vooral geschokt over het gesjoemel met de cd-verkoop, waarmee platenmaatschappijen hun artiesten misleidden, en grote bedragen aan royalty’s onthielden.

Alleen Peter Grant, manager van Led Zeppelin, had deze praktijken door, en liet Atlantics financiën doorlichten. Andere managers werden verblind door de miljoenen die ze toch al kregen. Het bedrog ontging ze, schrijft Carvello. Want wie maalt er met zoveel geld, seks en drugs voorhanden om cijfers?

Gedwarsboomd

Carvello schrijft onthullend over de ‘muziekmoguls’ met wie ze werkte tijdens de bloeitijd van het cd-tijdperk (tot midden jaren negentig). Daarbij spaart ze zichzelf niet. Ze vertelt openhartig over haar seksuele relatie met Michael Hutchence van INXS – met haar instemming, dit keer – en benoemt haar naïviteit, waardoor ze steeds weer prooi werd van collega’s. Ze eindigt in mineur: ze citeert Ertegun (‘Je zult het nooit maken. Omdat je een vrouw bent’) en concludeert dat het haar als vrouw onmogelijk is gemaakt in de muziekindustrie. Mannelijke collega’s gingen met de eer strijken als ze een succesvolle artiest had geworven en belasterden haar, zodat Carvello nergens werk meer kon krijgen. De opsomming van alle wandaden wordt uiteindelijk wat larmoyant, maar tot dan biedt Anything For A Hit een ontluisterend beeld van een verborgen wereld.