De schatkamers van Frida Kahlo, vol foto’s en orthopedische hulpstukken

Kunst op reis Waar leefden kunstenaars? Op reis naar de plekken waar zij hun stempel drukten. Deze week Frida Kahlo’s Casa Azul in Mexico-Stad.

Anders dan Frida Kahlo is deze bezoekster blond, maar de Israëlische heeft verder enorm haar best gedaan zoveel mogelijk op haar heldin te lijken. Voor dit bezoek aan Casa Azul, woonhuis en nu museum van ‘Frida’, heeft ze zich uitgedost met bloemen en linten in het gevlochten haar. Een andere bezoekster, uit het Amerikaanse New Jersey, heeft het gezicht van Frida groot op haar bovenarm laten tatoëren.

Dit soort eerbetoon komt veel voor, zegt directeur Hilda Trujillo. Casa Azul, het grote blauwe huis waar de kunstenares in 1907 is geboren en haar hele leven tot haar dood in 1954 heeft gewoond, is met 550.000 bezoekers per jaar een waar pelgrimsoord. Ook vandaag staat buiten een lange rij voor de kobaltblauwe muren met groene ramen in Coyoacán, een lommerijke wijk van reuzemetropool Mexico-Stad.

Casa Azul maakt nu een vredige indruk, met fraaie binnentuinen met een vijver en weelderig groen – maar het leven werd er heftig geleefd. Niet alleen Frida zelf woonde er, ook de beroemde kunstenaar Diego Rivera met wie zij twee keer getrouwd is geweest. Beiden waren communist, en namen in 1937 de verbannen Russische revolutionair Trotski in huis – die een relatie met Frida kreeg. Niet lang nadat hij naar een eigen huis in de buurt verhuisde, is hij in 1940 in zijn studeerkamer in opdracht van Stalin vermoord.

Als meisje van 6 kreeg Frida Kahlo kinderverlamming, waardoor haar ene been korter was dan het andere. Op haar 18de kreeg ze een verkeersongeluk: de tram waarin ze zat, werd geramd door een vrachtwagen. Haar leven lang zou ze pijn lijden en korsetten moeten dragen om haar ruggengraat te steunen. Die ellende was de bron van haar kunstenaarschap: haar moeder bracht haar schilderspullen als afleiding, en bevestigde spiegels aan haar bed zodat ze zichzelf kon schilderen. De ontroerendste ruimte in het museum is dan ook de kamer met haar bureau en een rolstoel voor een schildersezel met daarop een stilleven.

Frida had aparte slaapkamers voor dag en nacht. Vooral in de nachtslaapkamer is de emotie van haar leven voelbaar: er hangen ingelijste vlinders – cadeau van de Japanse-Amerikaanse kunstenaar Isamu Noguchi, met wie ze ook een verhouding had – en op haar kaptafel staat een urn met haar as. De urn heeft de vorm van een pad, de bijnaam van haar geliefde Diego.

143 schilderijen

Uiteindelijk heeft Kahlo 143 schilderijen nagelaten, waarvan 55 zelfportretten. Van de werken die in Casa Azul te zien zijn, zijn er maar drie voltooid. „De rest heeft ze tijdens haar leven verkocht”, vertelt directeur Trujillo. „Een van die drie, een rond stilleven met vruchten en een opengewerkte kalebas, was gekocht door de vrouw van de toenmalige president van Mexico. Maar ze vond het te wulps, en gaf het terug.”

Pas in 1953, het jaar voor haar dood, kreeg Kahlo haar eerste solo-expositie in eigen land. Nu wordt haar werk over de hele wereld tentoongesteld en wordt zij vereerd als kunstenaar én activiste.

Bij zijn overlijden in 1957, drie jaar na Frida, bepaalde Diego Rivera dat enkele kamers moesten worden gesloten. Pas in 2007 besloot het bestuur van Casa Azul die alsnog te openen. Het bleken schatkamers, waaruit ruim 28.000 documenten, 6.500 foto’s, 400 tekeningen en bijna 300 kledingstukken en orthopedische hulpstukken tevoorschijn kwamen. Daarvan heeft Casa Azul als intiem eerbetoon een aparte tentoonstelling ingericht, die samen met het bezoeken van haar atelier, keuken en slaapkamers de persoon Frida Kahlo tot leven wekt.