Recensie

Recensie Boeken

Overspannen raken gaat makkelijk met haar hoofd

    • Judith Eiselin

Laura van der Haar Beeldend en met flair opgeschreven zijn de anekdotes, overwegingen en verkenningen tijdens de wandelingen van Van der Haar met hond Takkie. Het taalplezier spat van de pagina’s, ondanks haar soms cynische wereldbeeld.

‘Ik ben blij dat ik jouw hoofd niet heb,’ zegt iemand tegen Laura van der Haar in haar boek Loslopen. Maar ik was juist blij dat ik haar hoofd even wél had, in boekvorm. Loslopen is een boek vol ommetjes in observeren, associëren en doordenken. Van der Haar dwaalt door de wereld aan de hand van haar hond Takkie en staat letterlijk en figuurlijk stil bij van alles. Wat ze meemaakt, liefheeft, redt of, al dan niet per ongeluk, doodt. Een rode draad of spanningsboog biedt het boek helemaal niet, en daarmee is het vooral geschikt om in stukjes te lezen en niet in één ruk.

De grote kracht van deze omzwervingen is de flair waarmee ze opgeschreven zijn. Het zijn naast anekdotes en overwegingen vooral speelse verkenningen van hoe iets zo beeldend en smakelijk mogelijk te verwoorden. Zo is er sprake van een ‘joekelig huis’, het ‘roffelig witbipsje’ van een reiger en het nachtelijk ‘boenderen’ van het hondje dat denkt dat de tijd om te spelen weer is aangebroken. Af en toe krijgt Van der Haar een nieuw woord of uitdrukking cadeau, zoals ‘grimmelen’ (wemelen, krioelen) of ‘iets eruit punken’ (met kracht iets ergens uitduwen, bijvoorbeeld een baby bij een bevalling). Ze hoort iets en zet het onmiddellijk in. Het plezier spat dan van de bladzijde.

Overprikkeld

Van der Haars inventiviteit met taal doet aan werk van Kees van Kooten denken. Naast ‘sportzweet’ onderscheidt ze ‘schaamzweet’: dat breekt haar uit als ze in een etalage een duif tracht te redden en er zich buiten een heel publiek vormt. Een lieveheersbeestje dat zwart met rode stipjes is, noemt ze een ‘hieveleerstbeestje.’ Zelfstandige naamwoorden verbouwt ze tot werkwoord, zoals ‘mantraën’ en ‘telepatheren’. Ook geestig is haar gebruik van uitroepen uit hedendaagse spreektaal: ‘De carwash heette Happy Duck en in de beukhaag ernaast hing een reclamebord voor Eetcafé Lotgenoten. Dikke prima dus allemaal.’ En dan heeft ze nog een aanstekelijk zwak voor dialectwoorden zoals ‘alderbastend’ (zeer plaatselijk Gelders voor ‘ontzettend’). Minder geslaagd is het gebruik van onomatopeeën, die te lang zijn om te willen lezen, en ook een beetje saai: ‘grrrrrrwwwwww’, ‘doengdoekedoengdoekedoengdoengdoeng’. Van der Haar wil weergeven hoe hard de wereld binnenkomt, overgevoelig als ze is voor onder meer geluid, maar schiet hier haar doel voorbij.

Takkie het hondje heeft twee levensmotto’s: ‘meer meer meer’, en: ‘hoe viezer hoe beter’. Baas Laura is een tobber. Overspannen raken gaat heel gemakkelijk met haar hoofd, noteert ze. Van alles wentelt erin rond. Soms in het positieve: ‘ik houd soms gewoon zo van álles’, maar ook moet op het dwangmatige af alles gepland worden. Hier en daar hebben haar registratiedrift en gepieker iets manisch. Haar wereldbeeld is soms behoorlijk cynisch: ‘Hoe meer je ergens in geïnvesteerd hebt, des te moeilijker het wordt om ervan af te stappen, dat zie je bij godsdiensten en bij huwelijken en bij oude auto’s, kortom bij gedachten al helemaal, hoe achterlijk zo’n gedachte soms ook is, als je er maar lang genoeg aan vast hebt gehouden blíjf je er waarschijnlijk aan vasthouden.’ En dóór. Loslopen zwalkt van hot naar her, en dat is zowel de kracht als de beperking ervan.