Oostenrijks parlement stemt in met hoofddoekverbod op basisschool

Joodse keppeltjes en de Sikh-tulband mogen wel gedragen worden. Het verbod zal vermoedelijk leiden tot klachten bij het Constitutionele Hof.

De Oostenrijkse bondskanselier Sebastian Kurz (ÖVP).
De Oostenrijkse bondskanselier Sebastian Kurz (ÖVP). Foto Francois Lenoir/Reuters

Oostenrijkse basisschoolkinderen mogen binnenkort geen hoofddoek meer dragen binnen de schoolmuren. Het parlement van Oostenrijk heeft woensdagavond ingestemd met een wetsvoorstel dat het dragen van „ideologische of religieuze kleding die het hoofd bedekt” op basisscholen verbiedt. Het Joodse keppeltje en de Sikhse patka blijven toegestaan, omdat deze niet het hele hoofd bedekken.

De conservatieve ÖVP en de rechts-radicale FPÖ, die samen een meerderheid hebben in het parlement, en twee leden van de partij Jetzt stemden voor het verbod. Volgens de Oostenrijkse krant Der Standard is de kans groot dat het verbod zal leiden tot klachten bij het Constitutionele Hof, omdat de regel volgens sommigen tegen de Grondwet indruist.

Volgens de ÖVP en FPÖ moet de maatregel voorkomen dat meisjes worden onderdrukt. Een hoofddoek zou hen bovendien dwingen in de klassieke genderrollen te denken. De partijen zouden ook overwegen een verbod op te leggen aan alle meisjes jonger dan veertien, omdat zij „religieus onvolwassen” zijn.

Lees ook: Hoe extreem-rechts is de FPÖ?

Hoewel bondskanselier Sebastian Kurz (ÖVP) beweert dat het aantal jonge meisjes met hoofddoeken toeneemt, is onduidelijk hoeveel basisschoolkinderen daadwerkelijk hun hoofd bedekken. Veel moslima’s kiezen pas op latere leeftijd voor het dragen van een hoofddoek. De liberale partij NEOS stelt dat het verbod ertoe leidt dat „meisjes in Oostenrijkse scholen verantwoordelijk worden gehouden voor autoritaire regimes zoals die in Iran en Saoedi-Arabië”.

De onderwijswoordvoerder van Jetzt stelt dat het beter zou zijn om alle religieuze uitingen op school te verbieden. Het verbieden van de religieuze kledingstukken van één religie, noemt zij een „populistische maatregel tegen een minderheid”.